Waarom 'waarom'?

door Kasper van Royen

(31 oktober 2014)

Er wordt wel eens beweerd dat filosofen zijn blijven steken in de zogeheten ‘waarom-fase’. Meestal zijn het filosofen zelf die dit zeggen. Zij zien deze pathologische fixatie als de essentie van hun vak, iets om met recht trots op te zijn.

Waar de onverzadigbare nieuwsgierigheid van ‘normale mensen’ al in een vroeg stadium – vaak nog voordat men het alfabet onder de knie gekregen heeft – door ouders en omgeving effectief aan banden wordt gelegd door middel van steeds geïrriteerdere uitroepen van ‘daarom’ en ‘bananen krom’, daar wordt het fanatisme van de filosoof-in-de-dop door deze weerstand juist alleen maar extra aangewakkerd. De wijsgeer neemt met geen enkel antwoord ooit genoegen, omdat een antwoord alleen maar een aanleiding vormt voor vele vervolgvragen. Dat de filosoof nooit eens op zoek gaat naar psychische bijstand om deze neurose onder controle te krijgen, maar in plaats daarvan er alles aan doet om onschuldige medeburgers met zijn of haar kwaal aan te steken, komt door de aanname dat de ‘waarom-vraag’ slechts vanuit sociale conventies (of het nu gaat om maatschappelijke onrust dan wel ouderlijke oververmoeidheid) in de kiem moet worden gesmoord, maar die vraag in zichzelf juist bijzonder waardevol is en ons als mensheid zelfs verder kan brengen. Ook ik was hier lange tijd van overtuigd. Ik ging filosofie studeren omdat ik geen genoegen wilde nemen met het comfort van de oppervlakte, omdat ik steeds dieper door wilde dringen tot iets wat ‘waarheid’ heet. Wellicht zou ik deze illusie nog steeds koesteren, als ik niet de fout had gemaakt om mij voort te planten.



Mijn dochter verkeert momenteel in de ‘waarom-fase’ en confronteert mij met de instabiele fundamenten waarop zowel mijn filosofische ambities als de ambities van de filosofie zijn gebouwd. Ik had mijzelf altijd voorgenomen om een ‘waarom’ nooit af te doen met een ‘daarom’ of ‘bananen krom’, maar altijd zo nauwkeurig mogelijk antwoord te geven, hoe vermoeiend het op den duur ook zou kunnen worden. De vragen die mijn dochter stelt zijn schijnbaar vrij basaal van aard, maar omdat ik bepaalde aspecten van mijn algemene kennis heb verzaakt door teveel tijd in filosofische cafés door te brengen, reageer ik op vragen als waarom het regent en waarom kippen eieren leggen doorgaans met een handenwrijvend ‘dat zoeken we even op’. Vervolgens kruip ik achter google. Zodoende heb ik in de afgelopen maanden een enorme klimatologische en ornithologische ontwikkeling doorgemaakt. Wie weet waar dat ooit nog voor te pas kan komen, maar voorlopig lijkt het voor spek en bonen te zijn. Wanneer ik namelijk de materie voldoende doorgrond heb om verslag uit te kunnen brengen, lijkt het kind al haar aanvankelijke interesse alweer verloren te zijn. Naar mijn verhandelingen over waterdamp en cloaci wordt simpelweg niet geluisterd. Er worden geen lastige vervolgvragen gesteld, er wordt met duplo gespeeld.



Laten we er vanuit gaan dat mijn dochter geen geestelijke beperkingen heeft, en haar ‘gewaarom’ representatief is voor dat van het gemiddelde kind. Het lijkt erop dat dat gemiddelde kind er helemaal niet op uit is om tot de kern van de dingen door te dringen, om achter een diepere waarheid te komen. Waar het gemiddelde kind op uit is, is het ontmaskeren van de ondervraagde ouder, laten zien dat deze zogenaamde autoriteit ook niet alles weet. Het intense plezier dat deze verschuivende machtsverhouding met zich meebrengt is geen bijkomstigheid, maar het hoofddoel. En ik geloof dat dit ook voor de gemiddelde wijsgeer geldt. Socrates stelde al: ‘het enige dat ik weet is dat ik niets weet.’ Je kan dat voor een diep inzicht houden, maar lekker makkelijk is het ook wel. En als ik voor de verandering eens iets aan mijn dochter vraagt, bijvoorbeeld ‘‘weet jij waar de afstandsbediening ligt’’, reageert ze doorgaans met een smalend ‘‘weet het lekker zelluf’’. Dit zou Socrates ook gezegd kunnen hebben, verwijzend naar de aangeboren ideeën.



Geen kind wil weten dat bananen hun kromheid te danken hebben aan het gewicht van de tros dat ze belemmert rechtlijnig naar de zon te groeien en in alle eerlijkheid interesseert het mij ook geen biet. Peuters en filosofen houden zich het liefst zo ver mogelijk van het Ware. Het enige wat wij willen is spelen met onze eigen gecultiveerde onwetendheid en daar heel wijs om gevonden worden. Je zou ze voor minder de gifbeker willen geven.



Deze column met het thema Het Ware werd voorgedragen op het 15-jarig jubileum van Felix & Sofie, 31 oktober 2014, in de SSBA salon, Amsterdam.

99 / Laatst gewijzigd: 03-Dec-2014