Het banaal-realisme van de cultuur

door Jeroen Rijnders

(23 oktober 2012)

Het woest om zich een grijpende hedonistische YOLO-ideaal - 'you only live once' - doet vermoeden dat wij langzaamaan in barbarij vervallen. Maar duidt dit moderne carpe diem inderdaad op een teloorgang van Onze Cultuur? Jeroen Rijnders kan het zich maar moeilijk voorstellen.

Cultuurbeleving
Afgelopen augustus stond ik tussen de duizenden andere immer aanwezige linkse kunsthobbyisten op het Piazza dei Miracoli in Pisa. Aan dit plein ligt eveneens het Campo Santo, een antieke begraafplaats waar binnenin de meest prachtige en reeds eeuwen beroemde fresco’s te bezichtigen zijn. Terwijl massa’s mensen vanuit alle uithoeken van de wereld naar deze magische verzameling cultureel erfgoed zijn gekomen, is het in het Campo Santo muisstil – gemiddeld lopen er slechts 5 mensen tegelijk tussen deze kunstschatten rond.
Op 50 meter afstand, hebben hordes mensen namelijk een veel gewichtiger bezigheid. Aldaar kwam ik Henk en Ingrid tegen, die eveneens het Campo Santo ongemoeid lieten. Ook zij hadden een heuse missie waarvoor ze speciaal naar dit hoogtepunt der menselijke beschaving waren afgereisd. En ik viel met mijn neus in de boter, want zij hadden mijn hulp hierbij nodig: ‘Of ik effe een plaatje kon schieten’ – ‘zo een waarop het lijkt alsof we samen die toren duwen, jeweetwel.’ Kijk, dat is culturele belangstelling!
Maar ik bofte, want daar hield onze ontmoeting nog niet op, nee, zij wilden zelfs hun esthetische ervaring met mij delen! Met het typisch oog van de hedendaagse verfijnde kunstkenner was hun observatie dan ook uiterst kritisch: “Jahaa, jongen, die is wel héél erg scheef, hèh! Dat had je zeker niet gedacht?” Uiteraard hing ik direct aan hun lippen, dit is het medepubliek wat ik zocht, een publiek met voeten in de kunsthistorische kennis, hoog ontwikkelde vaardigheden in het lezen van de symbolische taal der kunst, al met al, mensen met een cultureel bewustzijn waarmee ik samen van kunst kan leren!
Henk en Ingrid hebben deze rijk gevulde rugzak natuurlijk niet van een vreemde. Ze treden in de voetsporen van de politieke en culturele idealen van s’ lands vooraanstaanden.

Het Banaal-Realisme
Onze Nederlandse politiek is namelijk een waar boegbeeld van beschavingswaarden. Een politicus wordt dan ook verwacht bepaalde waarden te representeren – anders verliest hij zijn autoriteit. Maar hoe kan het dan, dat de ene politicus - laten we deze voor het gemak even Rob Oudkerk noemen - moet aftreden, omdat zijn waarden m.b.t. prostitutie zodanig worden veroordeeld dat hij het publieke vertrouwen verliest, terwijl een andere politicus de grootse hoeveelheid kiesgerechtigden in het land kan verzamelen, hoewel op de verkiezingsavond van zijn partij de culturele invulling wordt verzorgd door Gordon en de LA Voices!? Klaarblijkelijk zijn culturele waarden geheel onbelangrijk.
De politieke lijn ten aanzien van cultuur in Nederland moge duidelijk zijn. Zo wordt de Nationale Reisopera wegbezuinigd – Puccini is kennelijk niet waardevol genoeg. Doch, dat is helemaal niet erg – stelt Rutte ons gerust -, het is enkel een selectie van kwaliteit – terwijl hij Gordon’s visitekaartje in je handen drukt. ‘Kijk’, zegt hij, ‘dit is pas goede kunst, want (zo luidt het argument) hij is geheel en al financieel rendabel als cultureel ondernemer!’

Onder kunstenaars zelf is een gelijksoortige houding te bespeuren – kunsthistorisch kunnen we deze stroming duiden als Banaal-Realisme. Schilderes Helene Khoury is een exemplarisch voorbeeld van dergelijke hedendaagse kunstenaars in Nederland. Haar werk gaat over vrouwenrechten. Naar eigen zeggen wil zij wel ‘tradities en taboes doorbreken’ – zij durft het zelfs aan om ‘emancipatie te benaderen’ -, maar dan wel op ‘een zachte manier’. Daarbij houdt zij zich gelukkig verreweg van het zoeken naar oplossingen: “ik wil de wereld niet veranderen, niemand wakker schudden”, aldus Khoury, die gewoon ‘haar verhaal’ wil vertellen - en niets meer dan dat.
Dit is een typisch product van de Nederlandse kunstacademie waar je tegenwoordig niet meer afstudeert als ‘kunstenaar’, maar als ‘cultureel ondernemer’ met een businessplan. Het doel van kunst, zoals dat nu bezien wordt, spreekt daarin voor zich.
Deze politieke en culturele banaliteit heeft zijn weerklank uiteraard op de algemene cultuur.

Culturele achtergrond voor barbaren
Zo stroomde men onlangs massaal uit om, als variatie op het reguliere hossen, Haren eens te bezoeken. Dit kwam niet, zoals rellen in London of de Arabische wereld, uit armoede, werkeloosheid, politieke onderdrukking of enige belemmering van de toekomst voort, nee enkel uit doelloosheid. Het vieren van het Niets, is het enige overgeblevene, want je diepe driften moet je toch ergens in sublimeren.
Wij houden onderwijl echter stug vast aan de struisvogeltactiek. Zoals politicoloog Peyman Jafari scherp opmerkte, werd er in de media geen enkel verband gelegd tussen het wangedrag van deze barbaren en hun culturele achtergrond. En dat terwijl “het 'spoor van vernieling' dat het autochtone tuig achterliet, is te herleiden naar de moderne Nederlandse cultuur.” Dit zit namelijk zo: Hedonisme, individualisme en secularisering hebben hogere morele waarden verstoten. We kunnen zelfs stellen dat sommigen zowaar zijn geradicaliseerd bij gratie van een al-te-letterlijke lezing van een ledig ‘carpe diem’ ideaal.
Van mijn zusje heb ik vernomen dat deze levensvisie inmiddels wijdverbreid is. Zo ook bij haar op school – en dan heb ik het op het Vossius Gymnasium. Met eigentijdse eloquentie wordt dit ideaal samengevat in de elegant klinkende wapenspreuk: ‘YOLO’. Dit staat voor ‘you only live once’, een rechtvaardiging voor elk barbarisme – elke dag is een feestje alsof er geen morgen is.
Het YOLO-isme neemt persoonlijke vrijheid als onbetwist en alomvattend dogma. De wortels hiervan liggen in verbasteringen van ideeën als ‘suum cuique’ en ‘de gustibus non est disputandum’ (voor de aanwezige barbaren: dit is Latijn voor ‘ieder het zijne’ en ‘over smaak valt niet te twisten’). De moderne lezing hiervan ziet dit als vrijbrief voor het erop nahouden van eigen opinietjes en hobby’tjes die ‘je ding zijn’.
Suum cuique heeft niets meer van doen met het oorspronkelijke rechtvaardigheidsideaal waarbij het onlosmakelijk verbonden was met ‘honest vivere’ (fatsoenlijk leven). Ooit, in wat nu haast onwerkelijke mythen lijken, besloeg suum cuique niet enkel de liberalistische goederenverdeling, maar stond het binnen een deugd-ethische opvatting over het goede leven, waarbij culturele ontwikkeling, gedeelde waarden en deelname aan de politieke gemeenschap zowaar lof ontvingen.
De banale cultuur is natuurlijk begrijpelijk, want het Stedelijk Museum was ook veel te lang gesloten. Maar nu is het gelukkig weer open, om ons te cultiveren.

Kunst tot de redding?
Hoewel… De verbouwing is geheel gericht op de functionaliteit van een luchthaven – want daar zijn wij Nederlanders zo goed in. Karakter? Expressie? Kom nou! Efficiëntie boven alles, zo luidt het nieuwe credo boven de ingang. Onderdompelen en ‘aankomen’ is er hier niet bij, want daar komen we niet voor. Begrijp mij niet verkeerd, het Stedelijk bezit prachtige werken in hun collectie, maar doorgaans worden deze ondergesneeuwd door kunst met een geheel andere bezieling. Al doen de bordjes met tekst en uitleg bij dergelijke werken mij een hoop vreugd, is het eigenlijk een treurig fenomeen.
Een zo’n pronkstuk wat wederom te bewonderen is, is Nam June Paiks TV-Boeddha (1974): een Boeddha beeld dat op een televisie naar zichzelf kijkt. Het bordje luidt: "In TV Buddha biedt een 18e-eeuws Boeddhabeeld mogelijkheid tot reflectie op het medium televisie. … Deze opstelling creëert een gesloten circuit waarin heden en verleden - maar ook Oosterse transcendentie en Westerse technologie - elkaar lijken aan te staren in een oneindige contemplatie. … Paik stelt vraagtekens bij het vermogen van de massamedia tot zelfbeschouwing, en raakt aan de essentie van het fenomeen televisie. … Daarmee suggereerde hij dat de tegenstelling tussen transcendentie en technologie, maar ook die tussen subject en object ook in hemzelf aanwezig zijn."
Fantastisch! Luid gniffelend blijft het mij verbazen hoe iemand een intra-persoonlijke subject-object dichotomie à la Merleau-Ponty uit dit werk heeft kunnen lezen. Er staat een ‘Westers apparaat’ ja, maar daarmee geeft de kunstenaar mij toch echt geen inzicht over de ‘essentie van het fenomeen televisie’. De uitnodiging tot reflectie lijkt ook bij andere bezoekers niet aan te komen, daar niemand langer bij ‘het gesloten circuit van heden en verleden’ stilstaat dan het duurt om langs de televisie te lopen en daarin te kunnen zien hoe je eigen vinger in Boeddha’s neus peutert (wat ik zelf uiteraard ook even moest proberen).
Een andere held van het Stedelijk is onze eigen Nul-kunstenaar Henk Peters. Volgens het bordje resulteert zijn werk ‘Witte Veertjes op Wit Fond’ (1962) in “een dubbelzinnige ervaring: de zachte vormen nodigen de bezoeker uit het werk aan te raken, maar de koele witte kleur en de inzet van het raster maken het werk tegelijkertijd afstandelijk.” Peters zelf hierover: “Het ging me om de uiterlijke verschijningsvormen van materialen. De betekenis die erachter zat, dat is de leegte. Desnoods in zenboeddhistische zin.” Ongelooflijk toch! Ik vind witte veertjes heel mooi hoor, maar de leegte van de betekenis erachter zie ik niet. Zelfs niet ‘desnoods in zenboeddhistische zin'.
Naast inhoudelijke banaliteit wordt een ander fenomeen hier zichtbaar: een moderne Babylonische spraakverwarring.

Babylonische richtingloosheid
Net zoals wij allen onze eigen waarden erop na mogen houden, gebruiken kunstenaars de laatste decennia allen eigen symbolische verwijzingen. Voor zover er iets te leren vált uit het werk, moet je daarvoor bij elke kunstenaar een nieuwe taal leren spreken. Een culturele gemeenschap lijkt zo erg ver weg. Ieder kan probleemloos onverstaanbaar zijn voor anderen, want ach, we hoeven ons toch niet met elkaars waarden te bemoeien. Niemand kan ons immers iets zeggen over Goed en Slecht, Kwaliteit en Flut, Mooi en Lelijk, nee, we moge lekker doen wat we willen - YOLO!
Onder dit mom wordt een verantwoording als “nou, ik héb daar gewoon iets mee, – dat voelt gewoon goed, weetje” klakkeloos geaccepteerd – al weten we allen heus wel dat dit een verantwoording is van lik-mijn-vestje. Al de kevertjes in onze doosjes, die Wittgenstein zo zorgzaam voor ons toegankelijk probeerde te maken, raken zo verborgen onder de ‘sluier der gevoelenssss’. En daar zitten we dan, elk kevertje in zijn eentje.
We komen vaak wel samen, zoals in Haren, maar dan enkel op grond van een ‘onbestemde belofte’, zoals de Bulgaars-Zwitserse Nobelprijswinnaar Elias Canetti dit duidt. Dergelijke hedendaagse verbonden typeren zich door hun doelloosheid, het gebrek aan een gezamenlijke richting. Want dat is waar onze gemeenschap mee kampt, richtingloze idealen: Banaal-Realisme. Democratie wordt bezien als het ‘recht om gelijkenis te bereiken’, krijgen wat reeds is zoals jijzelf. Het toverwoord in de huidige liberalistische politiek is ‘eigen verantwoordelijkheid’, wat inhoudt dat men zelfs culturele beschaving maar lekker zelf moet uitzoeken.
Zelfbevestiging is ‘in’, sublimering is ‘uit’. Het leven is er niet om jezelf te vergroten, verrijkt door de wereld om je heen, maar door de wereld kleiner te maken zodat deze bij jouw maat past.

Keuzestress samen te lijf
Toch wringt iets er aan een beschouwing als deze. Eigenlijk kan ik dit simpelweg niet geloven. Nee. Het kan toch niet dat we nu zoveel barbaarser zijn dan, bijvoorbeeld, onze Perzische voorgangers? Het kan toch niet dat er zoveel prachtige klassieke culturele idealen zijn - van Marcuse’s kunst als suggestie van andersoortige mogelijke werelden, tot Nietzsche’s idee van inzicht vergaren over wat waardevol is in het leven om je eigen geest te ontwikkelen – maar dat wij al dit nobele streven zomaar aan de kant zetten voor een ‘YOLO’!?
Altijd wanneer een Banaal-Realist mij vertelt dat we beter geen Grote Thema’s kunnen bespreken, of áls we dit al doen, dan enkel op een luchtige manier – want ‘het moet wel leuk blijven’, dan heb ik immer het idee dat iemand met een onverwerkt trauma mij in zijn angst wil opsluiten. Sublimering is niet enkel irrelevant gemaakt door een verkracht gelijkheidsideaal waaronder iedereen naar eigen maat ‘super oké’ is, nee spreken over Floreren, het Goede leven, utopieën en übermenschen is vergiftigd. Waarop mogen wij dan nog durven hopen?
Graag zou ik dan ook nogmaals mijn esthetische ervaring delen met Henk en Ingrid, en hun zelfs uitnodigen in het Stedelijk, samen met u, lieve mensen. Onder de buren van Paik en Peters schaart zich namelijk tevens ene Kandinsky, die ons erop wijst dat de getraumatiseerde onttovering niet zonder gevaar is. Bij iedere laag van culturele beschaving en geestelijke ontwikkeling past bepaalde kunst, als opstap naar een volgend niveau. Echter, bij gebrek hieraan kan deze beweging stagneren, of zelfs terugvallen. Banaal-Realisme vervalt dus in barbarij, omdat we hoe-dan-ook bewegen. Het maken van een keuze dwingt zichzelf zo onafwendbaar op: Waar willen wij heen? Want, You Only Live Once!

97 / Laatst gewijzigd: 01-Nov-2012