Het Lot

door Hedwig Gaasterland

(21 februari 2012)

Hedwig Gaasterland omarmde haar Lot en schreef een column. Ze sprak deze column uit tijdens de Felix & Sofie van dinsdag 21 februari.

De opdracht voor het schrijven van deze column, die Lisa mij namens de redactie van Felix en Sofie gaf, kwam op mijn pad als iets onontkoombaars. Weigeren was geen optie – zei Lisa. Ik heb dus maar ja gezegd, maar daarmee was wel mijn Lot bezegeld. Niet snel na haar verzoek kreeg ik plankenkoorts en diepe spijt dat ik had toegezegd. Maar helaas: ik kon niet meer terug. De mailtjes waren de deur al uit en zo zat ik de afgelopen weken opgezadeld met een nogal lastige situatie, die u vast wel herkent: ik had me gecommitteerd aan deze belangrijke verplichting, maar wilde tegelijk niet accepteren dat dat zo was.

Dit is niet de eerste keer dat het me gebeurt. En ik ga er vooralsnog vanuit dat ik ook niet de enige ben met wie dit gebeurt. Ook in uw leven zijn er ongetwijfeld gebeurtenissen die u het liefst zou willen ontkennen of veranderen – ja toch? Maar het niet accepteren van de gegeven situatie kan, zoals ik ondertussen met vallen en opstaan geleerd heb, tot ongelukken leiden. In dit geval waren er maar twee opties: ik kon ofwel mijn Lot aanvaarden en een goeie column schrijven, ofwel mijn Lot proberen te negeren en het risico lopen dat de hele boel in het honderd zou lopen.

Gelukkig biedt datzelfde moeilijk te dragen Lot ook voordelen. Ik bedacht mij namelijk dat het een mooi thema zou kunnen vormen voor een te schrijven column. Dames en heren, het was mijn Lot om voor u een column te verzorgen – en ditzelfde Lot zal er tevens het centrale thema van worden.

Zoals u in het programma gezien heeft liggen er twee vraagstukken klaar voor vanavond: eerst zal Gerard Visser het niet alleen over de destructieve Nietzsche hebben als de filosoof met de hamer, maar ook over mogelijke verwijzingen in zijn teksten naar een constructieve filosofie na de dood van God. Ten tweede spreekt Maarten Doorman over de onmogelijkheid van een ‘authentieke ik’. Ik wil de twee thema’s met elkaar verbinden. Zoals Nietzsche namelijk de klassieke metafysica om zeep helpt en daarbij zo’n beetje alle fundamenten onder de traditionele filosofie kapot slaat, zo verwoest hij ook de idee van een authentiek zelf. Mijn vraag zal dan vergelijkbaar zijn met die van Gerard Visser. Stel: Nietzsche heeft gelijk en de idee van een authentiek zelf is een illusie – welk Lot is ons dan beschoren? Moeten we leren leven met de gedachte dat ‘ik’ er helemaal niet ben? Hoe ziet zoiets er uit? Is dat verlies ondraaglijk? Of zijn er misschien verwijzingen in Nietzsche’s teksten naar een manier van denken die ‘voorbij de klassieke filosofie’ reikt en ons leert op een andere, meer constructieve manier naar onszelf te kijken?

Ik kan alvast verklappen dat ik inderdaad denk dat Nietzsche’s teksten die verwijzingen bevatten. Maar misschien moeten we eerst even helder hebben hoe we vandaag de dag over onszelf denken. Meestal is dat in termen van een eenduidig subject: ‘ik’ ben het die hier staat te praten, deze ik bevat een soort eenheid (in tegenstelling tot mensen die lijden aan schizofrenie, voor wie er juist sprake is van een veelheid aan ‘ikken’) en bovendien is deze eenduidige ‘ik’ de bron van alle doen en laten. Mijn ‘ik’ heeft dus een bepaalde vrijheid en een daaraan gekoppelde verantwoordelijkheid. Toen ik geconfronteerd werd met het onontkoombare Lot van het schrijven van deze column, had ook ik twee keuzemogelijkheden. Zou ik nu gekozen hebben om mijn Lot niet te aanvaarden, dan had u alle recht om mij nalatigheid te verwijten. Ik had mij dan immers niet verantwoordelijk gedragen.

Gelukkig heeft u geen enkele reden om mij te beschuldigen, want deze column vordert al aardig. Nietzsche valt de bovengenoemde interpretatie van een zelf op allerlei fronten aan. Hij noemt de gedachte aan een vrije wil in Götzen-Dämmerung een ‘theologisch kunststuk’; en dat is niet bedoeld als een compliment. Hij traceert in de gedachte aan de vrije wil een wraakzuchtige geest: door mensen verantwoordelijk te houden voor hun daden maak je het makkelijker ze te straffen. De gedachte aan vrije wil is dus verbonden aan een verantwoordelijkheidscultuur, en die weer aan een soort schuld- en strafcultuur: als je iets verkeerd hebt gedaan, moet je ervoor boeten. Een heel goede methode om mensen klein te houden – zou Nietzsche zeggen.

Nietzsche maakt enerzijds dus korte metten met de gedachte dat onze ‘ik’ als een vrije en verantwoordelijke oorzaak gezien zou kunnen worden voor alle doen en laten. Anderzijds maakt hij ook een einde aan de gedachte dat deze ‘ik’ een soort eenheid zou zijn. Eerder is het zo, volgens Nietzsche, dat wat wij onze ‘zelf’ noemen een verzameling is van allerlei krachten die strijden om dominantie. Nietzsche’s leer van Wil tot Macht, die kort gezegd inhoudt dat de wereld niets is dan een veelheid aan krachten die in een constante worsteling om macht verwikkeld zijn, ligt ook ten grondslag aan zijn gedachte over ons ‘ik’. Zoals hij zegt in Jenseits von Gut und Böse, vereenzelvigen we ons eenvoudigweg met de winnende drijfveer. Met andere woorden: er lijkt een heftige strijd tussen allerlei emoties, gedachten en driften plaats te vinden, die zich aan ons oog onttrekt; we weten alleen welke drift, emotie of gedachte gewonnen heeft, want die claimen we ‘zelf’ te zijn. Dat zelf is dus geenszins een eenduidige eenheid; als uitkomst van een worsteling tussen verschillende krachten verraadt het juist een veelheid – en dat impliceert ook dat we minder van een schizofreen verschillen dan we misschien hoopten.

We hebben nu gezien hoe Nietzsche op twee punten ons idee van een zelf deconstrueert. Aan de ene kant schaft hij de gedachte aan een enkelvoudige identiteit af, aan de andere kant bekritiseert hij de gedachte dat die enkelvoudige ‘ik’ de vrije veroorzaker zou zijn van al onze daden. Nu komen we dan ook uit bij de vraag die ik aan het begin stelde: als dit is hoe we niet over onszelf moeten denken, hoe dan wel? En hebben we dan nog wel iets in de hand in ons leven? Of betekent het dat alles al van tevoren vastligt?

Het volledige antwoord op deze vragen is niet in een korte column te geven. Sterker nog: ik denk dat ik met deze vraag nog makkelijk vier jaar bezig kan zijn. Maar ik zal toch kort proberen aan te geven hoe de destructie van verantwoordelijkheid een welkome, constructieve – ja zelfs bevrijdende – vernieuwing kan opleveren in de perceptie van onszelf.

Je kan stellen dat Nietzsche inderdaad een determinist is. Dat wil zeggen: keuzevrijheid is voor hem een illusie. En dat heeft nogal wat consequenties. Eén ervan is dat de situatie die ik in het begin schetste niet meer klopt. Toen zei ik: het Lot zadelde me op met twee keuzes: of ik zou mijn Lot accepteren, de column schrijven en succes hebben, of ik zou me onttrekken aan het Lot en falen. Nietzsche’s perspectief werpt nieuw licht op de zaak: het feit dat ik de column zoals blijkt wel heb geschreven was niet het gevolg van een verantwoorde keuze, maar het gevolg van het winnen van een bepaalde drijfveer. Dat kan eergevoel zijn geweest, of misschien ook wel de angst om u allen teleur te stellen – maar hoe dan ook, niet ‘ik’ heb besloten deze column te schrijven, maar dat heeft één van mijn drijfveren gedaan, en met die drijfveer heb ik me vervolgens geïdentificeerd.

Dat heeft dus ook consequenties voor ons begrip van de notie van een Lotsbestemming. Dat deze column op mijn pad kwam, was een kwestie van Lot – en het was wat je noemt een lot uit de loterij. Maar ook de omgang met dit Lot was een kwestie van Lot, en niet van eigen verantwoordelijkheid. Toevallig waren de meer fortuinlijke drijfveren in mijn gevoelswereld op tijd actief. Toevallig, en gelukkig maar, trof ik voldoende moed in mijn binnenste om me te zetten aan zo’n opdracht. Had ook niet zo kunnen zijn. Het Lot treffen we, kortom, niet alleen in de omstandigheden van ons leven, maar ook – volgens Nietzsche – in de omgang met die omstandigheden en dus in het binnenste van ons ‘zelf’.

Nietzsche’s gedachte aan de eeuwige wederkeer, een van zijn belangrijkste concepten, bevestigt deze lijn van denken. Ik kan helaas niet al te diep ingaan op die eeuwige wederkeersgedachte – ook dat is mijn Lot ben ik bang – maar het komt in het kort hier op neer: alles wat we nu meemaken, deze zaal, deze mensen, deze woorden, deze interviews – dat alles zal opnieuw op precies dezelfde manier plaatsvinden in een verre toekomst, en dat oneindig vaak. De tijd als een zich steeds opnieuw afspelende videoband, circulair. Zo’n gedachte laat weinig ruimte voor enige sturing: als alles oneindig vaak en op dezelfde manier gebeurt, dan moeten dus ook uw ‘keuzes’ gezien worden als onderdeel van een bepaald gedetermineerd proces. We komen nu gevaarlijk dichtbij de opvatting van Dick Swaab, zoals u merkt. Nietzsche was zelf erg onder de indruk van de gedachte aan een eeuwige terugkeer van hetzelfde: hij maakte het bijvoorbeeld tot de centrale leerstelling in Also Sprach Zarathustra. En in Die Fröhliche Wissenschaft schrijft hij hoe het hem voorkwam als een potentieel ‘vermorzelende gedachte’: kunnen we eigenlijk dat idee wel aan, dat alles in ons leven oneindig vaak terugkomt? Ik, bijvoorbeeld, zal moeten leren leven met het idee dat deze column oneindig vaal zal terugkeren – ben ik daartegen wel opgewassen?

Maar behalve dat deze gedachte potentieel vermorzelend is, kan het ook bevrijdend werken. En daarmee wil ik deze column afsluiten. Als je namelijk tot je door laat dringen dat alles vastligt in het leven, dat het hele leven slechts uit Lot bestaat, inclusief de gedachten over het Lot, dan kan er soms ineens een moment van acceptatie en vreugde ontstaan. Amor fati noemde Nietzsche dat, liefde voor het lot. Ik stel me dat voor als een moment van liefde vrij van wroeging of spijt. Niet: had ik maar zus of zo gedaan, of: ik wou dat ik iemand anders was; geen beklemmend gevoel van eenzame verantwoordelijkheid die op jouw schouders alleen ligt. Alleen een gevoel van dankbaarheid voor de aanwezigheid van die onpersoonlijke stroom van steeds wisselende gebeurtenissen, of die zich nu buiten of binnen jezelf voltrekken. Zo, met andere woorden, kan het afschaffen van de fundamenten van een authentiek ‘ik’ wel degelijk tot een bevrijdende filosofie leiden.

Hedwig Gaasterland is redactielid van Felix & Sofie

95 / Laatst gewijzigd: 14-Maa-2012