Weg met Felix & Sofie

door Stijn Sieckelinck

(25 april 2010)

Weg met Felix en Sofie!
Was veel beter geweest als titel voor deze avond.

Weg met Felix en Sofie omdat ze meedoen aan de popularisering van de filosofie, omdat ze de edele beoefening van het schone denken vulgariseren en het denken dat onze volle aandacht zou moeten opeisen achteloos te grabbel gooien. Niet eens in een discussieruimte waar de liefde voor de waarheid centraal staat, maar in een door het kapitaal gestuurde arena, die haar ware motieven verbloemt in een Latijns idioom: Gelukkig door verdienste, heet dat dan.
Weg met Felix en Sofie omdat ze de filosofie reduceren, de ware denker kleineren en niet de waarheid, maar het publiek altijd proberen te geven waarvoor ze ook gekomen zijn: ideeën die ooit in een wijsgerig vernuftig systeem zaten, schaamteloos losgerukt uit hun tekstuele inbedding, aangeboden in de vorm van hapklare brokken ter vermaak van het volk. Nog een geluk dat het allemaal gratis is…

Filosofische ideeën zijn meestal gratis. Dat is in principe een voordeel. Het nadeel is dat je nooit je geld kunt terugvragen als ze tegenvallen. Dat geldt zeker voor de Franse postmodernisten zoals Derrida, Baudrillard, Deleuze en Lyotard die in de tweede helft van de vorige eeuw de idee ‘waarheid’ ontmaskerden en erachter kwamen dat hen slechts een pretentie van waarheid was voorgehouden. Een teleurstelling die echter al gauw plaats maakte voor een gevoel van victorie. Want elke waarheidsaanspraak verscheen nu niet meer alleen als een lastig in te lossen verwachting, maar ook als een instrument van onderdrukking dat onschadelijk kon worden gemaakt. De uitdaging van de continentale -vooral Franse- filosofie bestond er sindsdien in om elke waarheid met een grote W bij voorbaat verdacht te verklaren en uit te leggen waarom zij ons eerder ketent dan bevrijdt. Zij – want zoals u weet: de waarheid is een vrouw en de leugen is een man.

Disclaimer: En dan volgt nu mijn interpretatie van het werk van Alain Badiou. Aan deze interpretatie kunnen geen rechten worden ontleend, noch zijn eventuele dwalingen de columnist aan te rekenen aangezien elke gelijkenis met incompatibele theorieën louter berust op hinderlijke voorkennis.

Alain Badiou is dat overwinningsfeestje van de postmodernisten grondig komen verstoren. Net op het moment dat zij een toost uitbrachten om te vieren dat er voor eens en altijd was afgerekend met het zevenkoppige monster van de waarheidsaanspraak, belde Badiou aan met in zijn hand een snel samengeraapt bosje veldbloemen en uit zijn mond de fijne mededeling dat hij het concept waarheid opnieuw tot de kern van zijn ideeënstelsel zou verheffen. Badiou, heeft zo wel meer partijtjes bedorven. Zij die erbij waren vergeten nooit die ene barbecue waarbij hij luid in de tuin stond te roepen dat we opnieuw een groot verhaal nodig hebben. En dat is hij al die jaren blijven doen, tot en met zijn tweede manifest aan toe. Komt hij nu ook onuitgenodigd de wijnvoorraad van Felix en Sofie soldaat maken? Het zal toch niet waar zijn!

Waarheid wordt meestal gebruikt wanneer we willen weten of iets echt of werkelijk gebeurt? Spreekt hij wel de waarheid? Dit wil zeggen: is het relaas wel in overeenstemming met wat er echt gebeurd is? George Orwell schreef al: in een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad. En daarmee vormt hij een heel mooi bruggetje naar Badiou. Die wil namelijk ook iets met revolutie en heeft daar de waarheid voor nodig of was het omgekeerd? In elk geval, de revolutie bij Badiou zit ‘m niet zozeer in het spreken. Immers, de waarheid spreken is iets heel anders dan de waarheid tot ons laten spreken. Waarheid duidt dan noch op wat wij er zelf van maken noch op een correspondentie met de feiten. Waarheid duidt op wat niet te negeren is, wanneer er een evenement plaatsvindt, dat de loop van de geschiedenis verandert.

Badiou’s hernieuwde aandacht voor waarheid is opmerkelijk, maar niet helemaal verwonderlijk, gezien de 2 kernwaarden die onze samenleving vandaag voor een groot deel bepalen: effectiviteit en authenticiteit. De eerste, effectiviteit, is ons voornaamste criterium om acties te beoordelen. De tweede, authenticiteit, is ons voornaamste criterium om elkaar te beoordelen.
Laat ik beginnen met de eerste. Wanneer noemen we iets effectief? Wanneer het werkt. Een microfoon is een effectief instrument om geluid te versterken. Maar wat werkt is nog niet waar, en wat waar is hoeft niet altijd te werken. Het niet omdat de laatste nieuwe maatregel werkt (neem bijv. cameratoezicht op scholen) dat het ook ten dienste staat van de waarheid.
Onze obsessie in het sociaal werk bijvoorbeeld voor zogenaamde effectieve interventies is alleen bekritiseerbaar vanuit een plek die niet aan die effectiviteitseisen hoeft te voldoen. Het is er niet comfortabel, een beetje kil en nooit is helemaal goed duidelijk hoeveel plaats er nog is voor meer drop-outs. Badiou lijkt te suggereren dat op die plek ook de waarheid bivakkeert.

En dan de tweede waarde, authenticiteit ofwel: waar-achtig-heid. Het woord zegt het al, iets is waar-achtig, dwz het lijkt een beetje op het ware, maar het heeft er slechts schijn van. Zoals mijn shirt vanavond geel-achtig is, zo is de mensheid sinds het einde van de vorige eeuw waar-achtig. Onze reputatie staat of valt ermee. Iemand die authentiek wordt gevonden, heeft meteen enkele strepen voor. Iemand echter die alleen maar ware dingen zegt, maar niet authentiek overkomt, die kan het wel schudden. Dit komt omdat waarheid geen reputatie verdraagt. Wij sterfelijke lieden kunnen enkel waar-achtig proberen te zijn, alleen gebeurtenissen kunnen waarheid bevatten. Het gevolg van dit alles: veel meer dan we voor mogelijk achten, zijn authentieke meningen een catastrofe voor ons denken. De filosofie is beter gediend bij leugenachtige pretenties dan bij waar-achtige opinies.

Waarheid draait rond de erkenning dat sommige dingen die ons overkomen van een andere orde zijn en de zaken zo ingrijpend veranderen of een bepaalde kant uitsturen dat van ontkenning eigenlijk geen sprake meer kan zijn. De vraag bij zo’n gebeurtenis of evenement is niet: is dit echt gebeurd, werkt het wel? of is het wel authentiek? Nee, de vraag is: heeft zich iets geopenbaard wat daarvoor onzichtbaar was? En is die openbaring een soort ‘çorrectie’ op onze vooronderstellingen, een terechte kritiek op hoe we tot dan toe de dingen zagen, begrepen en beoordeelden. of beter: dachten te begrijpen en op basis daarvan ook ver-oordeelden. Want vergis u niet, het gaat hier wel degelijk om een morele theorie: Badiou verafschuwt het dat we zo weinig oog hebben voor de mensen die hun plaats niet kunnen vinden in onze wereld. Oog hebben voor die onaangepastheid kan alleen maar door trouw te blijven aan de waarheid. Door niet zomaar overal in mee te gaan, maar heel duidelijk een kant te kiezen en daarin te volharden. Dat geldt zowel in de liefde, in de kunst als in de politiek. Trouw zijn in zo’n geval betekent ook opnieuw geloven in een Groot Verhaal – denk aan de barbecue. Of in elk geval een verhaal dat dit iedereen aangaat. Een kant kiezen dus, dit wil ook zeggen dat men zich niet flexibel opstelt, dat men zich niet aanpast aan veranderende omstandigheden maar juist vasthoudt aan een opvatting. Een opvatting die per definitie in het licht van de gegeven werkelijkheid steeds minder plausibel lijkt voor de meerderheid van de mensen. Politiek, zo leerde Badiou die de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd van dichtbij meemaakte, gaat niet om de macht van het getal, het gaat om de kracht van een overtuiging.

Ik weet niet of Badiou de term zelf gebruikt, maar mijns inziens kan trouw niet zonder urgentie. Urgentie ofwel het besef dat een idee of activiteit voortkomt uit het feit dat men niets anders had kunnen denken of doen en dat ook nooit anders gewild zou hebben. Urgentie is wellicht het meest onderscheidende kenmerk tussen goede kunst en kitsch, tussen mooie liefde en sleur, tussen wetenschap en infotainment. Die urgentie, die dwingendheid, vinden we nauwelijks terug in de populaire lezing van filosofietjes en wijsgerige commentaartjes op de actualiteit. Maar om van kunst te spreken moet er een verhouding tot iets groters uit spreken. Een ongemakkelijke verhouding, die wordt in stand gehouden door een oncomfortabele zoektocht waar het allemaal echt om draait in het leven. Trouw aan de waarheid van het onaangepaste, gekenmerkt door een urgente houding in denken en doen. Dat is wat ik uit Badiou onthoud en dan stel ik nu opnieuw de vraag: komt Badiou ook dit feestje crashen?

Aangezien onaangepastheid een –zoniet het- wezenskenmerk is van de waarheid, zal de filosoof zich daartoe in elk geval moeten verhouden: een filosoof die zich aanpast is een filosoof die de waarheid bruskeert. Is daarmee ook een slechte filosoof? Ja. Kan hij dan nog een goede filosoof zijn? Nee, zegt Badiou, want hij pleegt verraad aan datgene wat hem tot filosoof maakt, dwz wat hem als filosoof onderscheidt van een politicus of een tv-ster.
Zo komen we als vanzelf terug bij Felix en Sofie. Want zoals velen van u weten hebben Felix en Sofie de slechte gewoonte om heel af en toe n keer een politicus of een tv-ster uit te nodigen. Ze doen dat niet omdat ze anders bang zijn er niet echt bij te horen. Ze doen dit ook niet omdat ze vinden dat zo iemand het verdient om nog meer aandacht te krijgen. Wanneer ze dit doen, staat hen altijd een heel duidelijk doel voor ogen: de kans geven aan zo iemand om zich publiekelijk in te schakelen in een project, om zich in dienst te stellen van, jawel, de zoektocht naar waarheid. En dat is juist wat in de tweede kamer of in de talkshow -als het al betracht wordt- maar zelden lukt: een serieus gesprek over ideeën en over de overtuigingen die elke gast met zich mee aan tafel neemt, waarin ook plaats is voor twijfel en voor ‘thinking on the spot’, voor een pas op de plaats en zelfs een voorzichtige correctie van wat men eerder beweerd had zonder te worden neergesabeld en in een opgelegd mediatrainingstraject te belanden waarin men wordt aangepast aan de wetten van de massa-communicatie.

De feestjes van Felix en Sofie zijn zoals u weet gratis. Dat is een voordeel. Het nadeel is dat ook u uw geld niet kunt komen terugvragen als het tegenvalt. Dat het wel eens tegenvalt is inherent aan de moeilijke karakters van Felix en Sofie. Wanneer zij het risico lopen om op hun bek te gaan, dan is dat voor Felix en Sofie juist een reden om door te zetten, en niet om allerlei preventieve maatregelen te nemen ter wille van de vlotte gang van zaken. Felix en Sofie zijn niet effectief en geven geen cent om waar-achtigheid.
Dat is ook de reden waarom de aanvankelijke titel voor vanavond ‘weg met Felix en sofie’ is geschrapt, niet omdat ze vreesden u ermee te shockeren, niet omdat ze inzaten met de gevolgen die dat voor de eigen geloof-waar-digheid zou hebben, maar omdat Felix en Sofie, wanneer ze weer eens te lang zijn doorgezakt en de ochtend erop met een houten kop de avond nabeschouwen, met de beste wil van wereld niet zien waarom Badiou zich niet gewoon op de mailinglijst zou kunnen zetten, net als iedereen. Of zoals ze het zelf zeiden: ‘Er valt hier helemaal niks meer te crashen, want dat hebben onze gasten zelf al gedaan.’ En daarmee spreken zij de wens uit dat alle filosofen die te pas en te onpas aanbellen in elk geval bereid zouden zijn het risico te nemen om voluit op hun gezicht te gaan. In naam van de waarheid uiteraard. En niets dan de waarheid.
Felix en Sofie, tot slot, heten iedereen welkom op hun feestjes, maar zullen altijd onhandig de jassen aannemen, wel eens de naam van het lief van een vriend vergeten en zich daaruit proberen te redden met een zo mogelijk nog onhandigere opmerking: voor sommigen kost het wat meer moeite dan voor anderen om daaraan te wennen. Of zoals een kabinetmedewerker van een politicus die ze eens te gast hadden op de brief met het verzoek had geschreven: Af te raden, de minister heeft hier alleen bij te verliezen. Een grotere eer hadden Felix en Sofie zelf niet kunnen bedenken. En die jas hebben ze keurig nagestuurd.

Stijn Sieckelinck is redactielid van Felix & Sofie

91

Stijn Sieckelinck