Media willen oorlog

door Rinus Vermuë

(1 september 2001)

‘Berichten van de overheid worden vaak onvolledig, onjuist of in het geheel niet weergegeven’, schreef de Voorlichtingsraad onlangs in een rapport over de (parlementaire) journalistiek. Analyse van het gebruik van het woordje ‘oorlog’ in de media in de week na de aanslagen in de VS laat zien dat de constatering op waarheid berust.

plaatje Op een late avonduitzending worden mensen getoond die bloemen leggen bij het Amerikaanse consulaat. Sommigen vrezen een derde wereldoorlog. Studiogast Maarten van Rossem zegt: Als deze mensen zo op terroristische aanslagen reageren alsof er een oorlog op uitbarsten staat, dan wordt er in de media wel een heel verkeerd beeld geschetst van de feiten. Presentatoren Pieter-Jan Hagens en Kees Driehuis reageren als door een terrorist gestoken. Ja, maar Powell en Bush hebben het zelf over oorlog! Van Rossem weer: ‘Oorlog? Oorlog? Met wie dan?’
Dat is inderdaad de kwestie. Alleen twee staten kunnen met elkaar in oorlog zijn, zoals de Franse filosoof Rousseau al zei, en in dit geval is er slechts één staat – nou ja, de Verenigde Staten. Volgens het oude oorlogsrecht is een oorlog pas een oorlog indien een staat een oorlog heeft verklaard aan een andere staat.
Beluistering van de toespraken van Powell en Bush tonen aan dat Van Rossems terughoudendheid terecht is. Powell zei letterlijk de situatie te zullen opnemen alsof het oorlog is: ‘… as if a war’. Met andere woorden, het ís geen oorlog. Er is geen land de oorlog verklaard. Wel is het een aanwijzing dat er militaire middelen zullen worden ingezet.
Ook Bush nam het W-woord in de mond. De aanval op de VS is meer dan een daad van terreur, zei hij, het is een oorlogshandeling, ‘an act of war’. Ook bij hem geen sprake van een oorlogsverklaring, wel een constatering dat iemand anders oorlog zoekt. Bush verder: ‘Het is een oorlog van goed tegen kwaad. Het zal misschien lang duren, maar wij zullen deze oorlog winnen’. Hier is de betekenis van het woord oorlog meer geëxpliciteerd als strijd tegen een groot kwaad, zoals gebruikt in ‘war on drugs’.
Deze behoedzaamheid was de Nederlandse media echter te voorzichtig. ‘VS in staat van oorlog’ kopte Trouw ’s anderendaags, De Telegraaf schreeuwt het over de hele breedte uit: ‘VS in oorlog’. Terwijl de Amerikanen precies beantwoordden aan de waardigheid die premier Kok op de rampdag zelf zijn bondgenoten had toegewenst, roepen de Nederlandse media om oorlog. Zelfs de Amerikaanse kranten maakten het niet zo bont.
De maandag na de aanslagen, toen Kok in de context van artikel 5 van het Navo-verdrag zei dat het terrorisme ook aan Nederland de oorlog had verklaard (oorlog hier gebruikt in de zin van Bush een week eerder), plakte het radiojournaal er doodleuk achteraan dat ‘Nederland dus in oorlog’ was. Zo roept men wraakzucht en trauma’s wakker, zo boezemt men zijn kinderen angst in voor een Derde Wereldoorlog. Straks kan een bewindspersoon nog geen patatje oorlog bestellen met een journalist in de buurt.

Maar wanneer is het dan wel oorlog? Volgens Hobbes verkeren we altijd al in een oorlog van allen tegen allen: de natuurtoestand, waarin de hartstochten vrij spel hebben. Teneinde die te beteugelen moeten we de op de rede gefundeerde natuurwet naleven volgens welke het verboden is zijn leven te bedreigen of te vernietigen.
Volgens Rousseau is de natuurtoestand echter uiterst vreedzaam, en is de oorlog juist het gevolg van de toenemende complexiteit en organisatiegraad van samenlevingen. In het verlengde daarvan stelt Rousseau in Du Contrat Social: ‘Oorlog is dus geen relatie van mens tot mens, maar een relatie van staat tot staat waarin de afzonderlijke personen slechts bij toeval vijanden zijn: niet als mensen, niet als burgers, maar als soldaten’. Deze stelling heeft model gestaan voor de euro-continentale oorlogsopvatting dat er geen burgerslachtoffers mogen vallen. Daartegenover staat de anglo-amerikaanse opvatting die meer steunt op het oorlogsbegrip van onze eigen Hugo de Groot. Deze schrijft in De jure belli ac pacis: ‘De tegenover de drager van het staatsgezag afgegeven oorlogsverklaring geldt ook tegen al zijn onderdanen’. Volgens waarnemers speelt deze tegenstelling nog steeds een belangrijke rol in het diplomatieke overleg aangaande gezamenlijk Navo-ingrijpen.
Voor het echt zover is, moet nog aan een paar voorwaarden worden voldaan. Helaas is het bijna zover. Volgens het handvest van de Verenigde Naties is het beginnen van een oorlog verboden, maar mag een staat zich wel tegen agressie verdedigen. Volgens de Haagse Conventie van 1907 dient aan de staat van oorlog een oorlogsverklaring of een ultimatum (voorwaardelijke oorlogsverklaring) vooraf te gaan. De VS hebben, eerst via Pakistan, en op 18 september zelf, zo’n ultimatum gesteld: ze eisen van Afghanistan uitlevering van Osama bin Laden.

Een week nadat de kranten openden met oorlog lijkt hij onafwendbaar. Ik ben benieuwd met welke koppen de kranten komen als het echt oorlog is. ‘Oorlog nu een feit’, stel ik voor. Dat laat nog eens extra zien dat de berichtgeving soms voor de feiten uitgaat, en soms helemaal niet over de feiten gaat.

Rinus Vermuë is filosoof en biologisch boer

9

Rinus Vermuë