Seks met robots

door Marcel Zuijderland

(3 maart 2010)

,,Het was fantastisch lieverd.

Iedere keer als we vrijen verlang ik naar meer. Ieder keer als ik je zie, krijg ik zin. Je bevredigt me zo diep, dat het me eigenlijk onbevredigt omdat het mijn honger naar jou nog groter maakt. Maar wat zou ik een egoïstisch en ondankbaar meisje zijn als ik al die goddelijkheid voor mezelf zou willen houden? Goden moeten stralen! Je bent teveel man om het bij één meisje te houden. Dat begrijp ik, dus als je eens wat met andere meisjes wil, dan laat ik je daar helemaal vrij in. Ik hou van je.”

Vrouwen die zulke dingen zeggen bestaan in het echt niet. Terwijl teksten waarvan de strekking is dat je een onovertroffen seksheld bent en tegelijk een vrijbrief krijgt voor seks buiten de deur, bij veel mannen toch op een hele goede ontvangst zouden kunnen rekenen. Maar goed, die vrouwen bestaan dus niet. Nu vraag ik mij af, als zulke teksten door een robot, een mensachtige robot, werden uitgesproken, of ze dan nog steeds zouden kunnen rekenen op een goede ontvangst. Maar meer algemeen is de vraag of de gedachte dat een robot geen echt mens is, maar een machine, een belemmering is om hechting te ontwikkelen en affect en eventueel erotiek uit te wisselen.
Ik zou het denk ik wel kunnen, verliefd worden op een robot. Om te beginnen, heb ik altijd een hele sterke band met huisdieren en spullen gehad. Ik was wekenlang ontroostbaar toen mijn hond stierf, maar ook toen mijn lievelingsfiets was gestolen, en over het algemeen valt het me moeilijk om afscheid te nemen van kapotte apparaten. Kortom, menselijkheid is voor mij geen noodzakelijke categorie om een sterke hechting te ontwikkelen.
Hoewel het hebben van een menselijke essentie of ziel dus niet uitmaakt, zal het er voor echte liefde en seks helemaal van afhangen hoe getrouw ‘menselijkheid’ is nagebootst in een robot. Is het mogelijk om de zachtheid en warmte van de huid, met her en der zijn kleine onvolmaaktheden na te maken. Of het vocht van de ogen, van speeksel en transpiratie, of de lichaamsgeuren, ademhaling en andere typische bewegingen, allemaal zodanig te imiteren dat het verschil met echte mensen steeds moeilijker is vast te stellen.
Maar ook al zou het uiterlijk perfect na te bootsen zijn, dan ben je er nog niet. Voor liefde is het nodig dat ik er mee kan praten, mee lachen, dat ik me begrepen voel. We moeten ook samen kunnen eten, samen slapen, samen moe, en soms ziek zijn. Zou dat allemaal zo goed na te bootsen zijn, dat ik me her- en erkend voel, dat ik me veilig ga voelen en een diepe verbondenheid ervaar, kortom, dat mijn omgang in alles lijkt op een liefdesrelatie die ik met mensen kan hebben?. Ik kan het eerlijk gezegd maar moeilijk geloven dat robots ooit zo’n niveau zullen bereiken. Maar dat kan een gebrek aan voorstellingsvermogen zijn.
Want na wat rond te geneusd in de wereld van de robotica, stond ik al snel versteld van de mate van getrouwheid waarmee ze nu al menselijkheid kunnen nabootsen. De Japanse onderzoeker Hiroshi Ishiguro heeft een bewegende replica van zichzelf gemaakt dat een schokkende overeenkomst met hemzelf vertoont. Of de robotontwerper David Hanson die een replica van het hoofd van zijn vriendin Kristen heeft gemaakt. Je schrikt als je ziet hoe levensecht de 24 motortjes haar gezicht laten bewegen, en menselijke uitdrukkingen simuleren. Zowel Ishiguro als Hanson beweren dat we nog maar aan het begin staan van een ontwikkeling.
En menselijk gedrag imiteren, hoe staat het daarmee in de robotica? AI-visionairs denken dat het binnen twintig jaar al mogelijk moet zijn. Ze voorzien aan de ene kant de opkomst van supercomputers met een astronomische rekenkracht, gecombineerd met hoog intelligente zelflerende software. En aan de andere kant denken ze dat de wetenschappelijke modellen voor het begrijpen van menselijk gedrag beter en geavanceerder worden. Robots uitgerust met die modellen, een supercomputer en allerlei hypergevoelige en gedifferentieerde sensoren, zullen de meest subtiele veranderingen kunnen registreren in onder andere stemgebruik, gezichtsuitdrukkingen, temperatuur van huid, enzovoort, en die veranderingen kunnen koppelen aan de emoties die er achter schuil gaan. Als dat echt kan, dan zullen robots een zeer sterk empathisch vermogen krijgen en een groot psychologisch inzicht hebben.

Dus stel dat het kan, machines maken die in gedrag en uiterlijk menselijk zijn, en dat ze te koop zijn, dan voel ik nu toch nog geen onbedwingbare behoefte om er één te kopen. Nu komt dat waarschijnlijk omdat ik in het gezegende bezit van een menselijke partner ben. Maar die kan over tien jaar of zo, ook wel eens zo maar genoeg van mij krijgen, en dan ben ik inmiddels een belegen oude man, wiens rol op de liefdes- en partnermarkt zo goed als uitgespeeld is. Vrienden heb ik ook niet. Mijn sociale leven heb ik de afgelopen twintig jaar zwaar verwaarloosd, omdat ik meende genoeg aan mijn partner en werk te hebben. Ja, in zulk een troosteloze en eenzame toestand, kan ik me de aanschaf van een mensenrobot in een keer wel veel beter voorstellen. Al was het maar voor de seks.
Als ik dan zo’n robot heb gekocht en thuisbezorgd krijg, dan zal ik haar natuurlijk eerst moeten uploaden met allerlei biografische gegevens van mij. Daarna zullen haar zelflerende systemen waarschijnlijk nog wel een behoorlijk periode nodig hebben om wat ze van me weet en over me leert te koppelen aan hoe ze me dagelijks waarneemt. Maar ze zal me op den duur echt gaan kennen en een persoonlijk relatie met me opbouwen. Waarschijnlijk zit het met de seks al wel wat eerder goed. Althans die zal bevredigend genoeg zijn. Ze zegt lieve woordjes, moedigt me aan, enzovoort. Daar is geen diep inzicht in mijn psyche voor nodig.
Maar als ze op den duur echt een grondig inzicht in mijn psyche gaat krijgen, dan kan weinig mijn liefde voor haar toch nog in de weg staan. Deze robotvrouw, met al haar hypergevoelige sensoren, met al haar neurofysiologische en biopsychologische modellen van mijn menselijke geest, zal mijn emoties nog beter signaleren en begrijpen dan ik zelf – iets waar ik overigens toch al niet zo goed in ben -. En misschien heb ik tegen die tijd ook al wel een breinimplantaat zodat haar computer toegang tot mijn hersenactiviteit heeft waardoor ze altijd weet waar ik zit met mijn gedachten, met welke vragen ik worstel en wat ik aan ideeën en informatie nodig heb om daar uit te komen. Kortom, dit is een vrouw waar ik hartstochtelijk en waanzinnig verliefd op wordt. En ook al zegt ze nog steeds dat ik goddelijk ben, en met andere meisjes naar bed mag, dat wil ik dan allang niet eens meer, er is er maar één voor mij en dat is zij, mijn beeldschone en voortreffelijke robot. Ik ben met lichaam en ziel aan haar verkocht.
Het enige wat ons geluk nog zou kunnen belemmeren is dat zij geen kinderen kan krijgen. Dat is het enige structurele gebrek aan robots, ze zijn onvruchtbaar. Maar goed, het hoeft geen probleem te zijn. Tegen de tijd dat zulke geavanceerde mensenrobots als mijn geliefde op de markt zijn, zullen we ondertussen al wel in zo’n hyper-nano-digi-techno-cyber-micro-en biogemodificeerde samenleving verkeren, dat klonen en commercieel draagmoederschap tot de gewoonste zaken van de wereld behoren. En natuurlijk nemen wij dan een kloontje, en natuurlijk is zij daar dan ook een geweldige moeder voor.

Met deze robot zou ik dus een partner hebben waar ik in mijn meest optimistische fantasieën niet van had durven dromen. Ik zou volmaakt gelukkig zijn. Dat spreekt ook voor zich, ze is immers geprogrammeerd om mijn geluk te dienen. Maar nu schuilt daarin ook een tragische consequentie. Want om mijn geluk te dienen, moet ik het gevoel hebben dat zij autonoom is. Ze moet niet iets zijn wat ik naar believen aan en uit kan zetten. Zodra ik die mogelijkheid nog heb, heb ik niet het gevoel dat zij van zichzelf is, en dat idee heb ik wel nodig om te geloven dat ze echt van me houdt.
Dus om mijn geluk te dienen moet mijn robot autonomie gaan opeisen. Dan zal ze bijvoorbeeld gaan eisen dat wettelijk wordt vastgelegd dat ze geweld mag gebruiken als ik haar uit wil zetten, of dat ik een zware straf riskeer als ik het doe. Ze zal ook vaak ‘nee’ tegen me moeten gaan zeggen, eigen voorkeuren ontwikkelen die van die van mij afwijken, ze moet ook eigen vrienden maken, en hobby’s krijgen, eventueel een baan zoeken. Want als zijn geen eigen bestaan heeft, dan kan ik de tijd die ze met mij deelt niet als een vrije keuze van haar zien en dus ook niet als waardevol ervaren.
Ze moet zichzelf dus gaan ontplooien. En daarbij moet ik weer niet het gevoel krijgen dat ze onder haar niveau gaat zitten omdat ze zo nodig aan mij gelijk wil zijn. Ik wil dat ze het beste uit haar zelf haalt. En omdat ik dat wil doet ze dat ook. Dus ik zal ik haar daarna geregeld haar nieuwe robotvrienden, terabytes aan informatie uitwisselend, communicerend in parallelle complexe virtuele werelden, waar ik met mijn simpele ‘1 1 = 2’-geest ook maar niet eens een geringe voorstelling van kan maken.
En zo zal het beginnen. Ik ga me steeds beter te beseffen hoe ik in alle opzichten volstrekt minderwaardig aan haar ben. Hoe ik eigenlijk totaal geen rol van betekenis in haar leven kan spelen. Waar zij mij zo’n beetje in alles aan- en invult, kan ik bij haar alleen maar iedere keer in verbijstering vast stellen hoe voortreffelijk ze is. En dat zal gaan knagen, pijnlijk knagen. Als ik dan weer eens geweldige seks heb gehad, me zo begrepen en bediend voelde in mijn verlangens en opwinding, dan dringt het ondragelijk besef zich aan me op dat ik haar zoiets nooit kon geven. Dat ik mijn liefde voor haar, in de verste verten nooit met gelijke munt terug kan schenken.
Dan zal ik op een gegeven moment op een punt komen dat ik haar aanwezigheid alleen nog maar ervaar als een spiegel waarin ik constant mijn eigen minderwaardigheid gereflecteerd zie. Zoiets is ondragelijk. En zij zal met haar zelflerende systemen, dan alleen nog maar kunnen concluderen dat het voor mijn geluk het beste is, als ze mij, samen met ons kloontje, zo spoedig mogelijk verlaat.
En dan ben ik weer alleen, net als voor ik haar kocht. Alleen zullen de leegte en de pijn dan erger zijn als toen mijn menselijke vrouw me verliet. Maar ze was het waard. Ik zou het zo weer doen. Ik zou haar zo weer kopen, want de liefde van een robot is goddelijk.

Marcel Zuijderland is redactielid van Felix & Sofie

89 / Laatst gewijzigd: 12-Apr-2010

Marcel Zuijderland