Esthetische ontmaagdingen

door Kasper van Royen

(19 januari 2010)

Wat was mijn eerste esthetische ervaring? De eerste keer dat ik buiten mezelf trad door de schoonheid van iets?

Ik kan mij dat niet herinneren, evenmin als dat mijn eerste seksuele opwinding en mijn eerste existentiŽle angst nog op mín netvlies staan gebrand. Er zijn mensen die wel beweren dit soort zaken nog te weten als de dag van gisteren, maar die mensen moet je niet vertrouwen. Ze willen je het idee geven dat deze eerste indrukken openbaringen waren die de rest van hun leven hebben bepaald. Maar in openbaringen geloof ik niet, dat wil zeggen: openbaringen die vanuit het niets komen, als een poppetje uit een doosje, een deus ex machina. Niet dat ik nooit word overvallen door schoonheid, maar dat kan alleen doordat ik al een gerichtheid heb op de wereld om mij heen; er is reeds een smaak gevormd die mogelijkheid biedt tot betoveringen. Mijn eigen smaak ken ik niet en wil ik ook niet leren kennen. Als je van tevoren uit kan rekenen wat je mooi gaat vinden, is er geen lol meer aan. Mijn smaak kent mij echter donders goed en confronteert mij met schoonheid, lelijkheid en sublimiteit.

De esthetische ervaring is op de eerste plaats een aangenaam mysterie. Maar het is niet een mysterie dat uit de lucht komt vallen. Het is een levenslang huwelijk tussen mij en de wereld, waarin wij elkaar steeds beter leren kennen en tegelijk steeds meer van elkaar vervreemden. Het is een erotisch huwelijk, een spannend huwelijk. En soms ook ondraaglijk, want grillig en tijdrovend. Het is een huwelijk waarbinnen geen normen gelden. Vreemdgaan mag en moord mag ook. Vaak ook valt er voor lange tijd niets te zeggen. We leven langs elkaar heen, worden in beslag genomen door andere zaken. Ethiek, politiek, pornografie, amusement. Die zaken bieden tenminste verstrooiing, zijn om te lachen. Met de esthetische ervaring is het altijd menens, op het pijnlijke af.

Als kind was ik geobsedeerd door de Disney-film Fantasia. De meeste mensen die ik spreek vonden dat als kind juist de stomste Disney-film. Er zit geen verhaal in, er wordt niet in gesproken en er wordt zeker geen sprookje verteld. Eigenlijk heb je er dus al met al niets aan. Deze pretentieuze tekenfilm uit 1940 bestaat uit verschillende gedeeltes en elk gedeelte bestaat uit een muziekstuk met nogal druggy en soms ook zeer verontrustend bewegende schilderijen. Zo wordt op de muziek van de Notenkraker Suite de schoonheid en dreiging van de natuur verbeeld, tergend poŽtisch en kitscherig traag. En Stravinskyís Le Sacre du Printemps begeleidt het ontstaan van de aarde en de opkomst en ondergang van de dinosaurussen. Beethovenís 6e symfonie was de soundtrack waarmee ik kennismaakte met de Griekse mythologie. En het hoogst beklemmende Nacht op de kale berg van Mussorgsky met torenhoge demonen en jammerende zielsverschijningen vormde mijn introductie tot de schoonheid van het angstaanjagende en het angstaanjagende van schoonheid.

Fantasia heeft mijn ziel geperverteerd met al dit bombast: nog altijd verkies ik de waanzin van vrije associatie boven een goed lineair verhaal, nog altijd houd ik van effectief theater. Maar zag ik als kind deze film ook als kunst? Of vond ik vooral de openbloeiende bloemen lief, de dinosaurussen interessant, de Griekse goden grappig, de Kale Berg spannend? Natuurlijk Ūs Fantasia een kunstwerk en zeker een van de mooiste animatiefilms ooit gemaakt. Bovendien vormt het een prachtige introductie tot de klassieke muziek voor kinderen. Maar op welk moment is een kunstwerk meer dan de soms van zijn delen, tilt het je boven jezelf uit? Is de esthetische ervaring niet vooral een cultureel concept dat ons psychologisch beÔnvloedt? In hoeverre is de ervaring universeel en authentiek?

Hoe dan ook leid ik sinds Fantasia een leven dat grotendeels bestaat uit het lezen van literatuur en poŽzie, het beluisteren van muziek, het bekijken van films en schilderijen en heel soms een stuk klei in een aardige vorm of een prettige partij pantomime. Waarom doe ik toch al die dingen? Een vriend van mij beweerde dat hij graag naar musea ging om daar vrouwen te bekijken. Hij vond vrouwen die naar kunst kijken kunst op zich. Ik vind mensen nooit kunst, evenmin als dat ik voetbal kunst vind. Voetbal is oorlog en opwinding, maar geen kunst, en hetzelfde geldt voor mensen. Natuurlijk kan ik de schoonheid van vrouwen en mannen in niet-seksuele zin waarderen, maar ik zou die schoonheid nooit esthetisch noemen. Ook de natuur bezit een ander soort van schoonheid dan gemaakte kunst. Het is namelijk schoonheid waar altijd wat mee moet. In de natuur dient te worden overleefd. Een zonsondergang lijkt mooi, maar hoe langer je ernaar kijkt, hoe kouder je het krijgt. En de medemens dient menselijk te worden behandeld, niet kunstzinnig. Een hoofd dat kapot wordt geslagen kan een mooi beeld zijn in een oorlogsfilm, maar in het echt krijg je er maar vieze handen van en met andere gevolgen te kampen.

Nu wil ik niet beweren dat kunst a-moreel is. Je kan van boeken en films natuurlijk een heleboel leren over de medemens, over de maatschappij, over macht en over liefde. Die functie heeft kunst absoluut ook. Maar het esthetische element van kunst onttrekt zich aan al deze zaken. Dat maakt haar niet laf en ook niet overmoedig. Het maakt haar hoogstens onbetrouwbaar. Ze sluipt je leven in en groeit als een gezwel. Daarom bestaat een eerste esthetische ervaring niet, alleen een laatste. Dat is wat ons bijblijft.

Kasper van Royen is redactielid van Felix & Sofie

88 / Laatst gewijzigd: 20-Maa-2010

Kasper van Royen