Mijn laatste sigaret

door Ellen ter Gast

(1 juli 2008)

Ik ben begonnen met roken toen ik een jaar of 15 was.

Ik was een echt gymnasiummeisje en rookte dus niet om stoer te zijn of er bij te horen, maar juist om te laten zien dat ik anders was. Ik rookte dus geen sigaretten, maar Shag. Niet gewone Drum of Samson shag maar Javaanse jongens  zwaar. Dat deed ik gezellig met mijn vriendinnetjes op het schoolplein. Wij konden ons geheel vinden in het plaatje op de verpakking, niet die saaie blauwe pakjes met rode letters, maar twee tevreden rokende Javaanse Jongens, zichtbaar genietend van de tabak verwikkeld in een goed gesprek. Dat deden wij ook….. eindeloos praten….. en een shaggie op zijn tijd hoorde daarbij.
Van verslaving nog geen sprake maar van betovering door de sigaret zeker wel.

Het draaien en roken van een shaggie had iets gezelligs, iets intiems en iets stouts. Mijn ouders mochten het natuurlijk niet weten. Het geheimzinnige en vooral het samen met mijn vriendinnetjes een beetje stout zijn maakte het roken tot een belangrijk aspect van het sociale leven in mijn puberjaren.

Dat het ongezond was, dat je er zelfs dood aan kunt gaan speelde geen rol. Op die leeftijd denk je toch niet na over de dood? Denken over de dood is sowieso een zinloze bezigheid. Dood gaan we allemaal. En als je 15 bent, is er nog tijd genoeg om te stoppen.

 zware shag is eigenlijk ontzettend smerig, dus toen het roken serieuzere vormen begon aan te nemen ben ik overgestapt op Samson halfzwaar. Dat was in mijn studietijd. Studeren en roken hoorden echt bij elkaar. We deden het allemaal en ik was niet echt verslaafd ik rookte af en toe een shaggie.

Eigenlijk past roken ook helemaal niet bij mijn imago. Ik vind mezelf een frisse gezonde meid, zo’n een puur natuur type….die … daarnaast toevallig ook wel houdt van een avond borrelen en gezelligheid. Roken en drinken gaan goed samen. Bier, whisky of jenever het smaakt echt beter met een sigaret erbij En omgekeerd smaakt een sigaret pas echt goed als er een alcohol bij genuttigd wordt.

Ik was en ben nog steeds wat men noemt een gelegenheidsroker. Dat het aantal gelegenheden op een dag in mijn studententijd geleidelijk toenam tot min of meer elk moment, kopje koffie, goed gesprek, pauze, verveling etc. veranderde daar niets aan.

In tegenstelling tot gelegenheidsrokers zijn echte rokers ichtbaar ongezond. Ze hebben een te bleke droge huid, rochelen, hebben zwarte tanden,

hijgen als ze een stukje moeten rennen en zitten al vanaf een uur of 11 ’s morgens in café ruk en pluk. Zo iemand ben ik dus niet. Ook nooit geweest. Ik was en ben dus geen roker.

Zo heb ik mezelf lange tijd voorgehouden dat ik geen roker ben. Eigenlijk tot het moment van de confrontatie: het afsluiten van een ziektekostenverzekering. U kent het wel die lijst met vragen waarop je de verzekeraar een indruk moet geven van de leefstijl afhankelijke gezondheidsrisico’s.

Daar stond het: rookt u? Ik wilde net het vakje NEE aankruisen toen ik me realiseerde dat ik, gegeven de twee pakjes shag per week a 1,5 pakje vloei (52 stuks) dus dat is bij elkaar opgeteld - toch zo’n 150 sigaretten per week rookte het antwoord misschien wel JA moest zijn . Een schokkende ervaring dat begrijpt u. Na vier of vijf jaar roken had ik ontdekt dat ik een roker was.

Roken is dus niet alleen ongezond in mijn geval leidde het ook tot een schizofreen zelfbeeld. Ik was een leugenaar en hield vooral me zelf voor de gek.

Hoe voelt het om een roker te zijn? In het bijzonder om een vrouwelijke roker te zijn? Op die vraag kan ik geen eenduidig antwoord geven. Roken is mijn meest ambigue karaktereigenschap. Een rokende man is simpelweg cool.

Een rokende man heeft sex apeal

Een rokende vrouw is een complexer gegeven. Rody Dolyle legt het goed uit in zijn roman The woman who walked into doors, een verhaal dat zich afspeelt in Ierse working class. De mannen bespreken in dat boek de vrouwen waarmee ze trouwen en of vreemdgaan. Er zijn drie categorieën: Een vrouw die niet rookt is frigide. Een vrouw die binnen al dan niet in de kroeg zittend of pratend een sigaret rookt is sexy. Wanneer ze op straat rookt is de vrouw een hoer. Het gaat dus niet om of je rookt maar hoe je rookt. Ik vind bijvoorbeeld rokende huisvrouwen onderuitgezakt op de bank uitermate onaantrekkelijk maar een rokende Marlene Dietrich waanzinnig mooi.

Maar weer terug naar mijn studententijd. Ik denk dat ik al gauw rookte als een grootstedelijke filosoof in spe. Toen ik zo’n jaar of 21 was rookte ik allang niet meer alleen voor de gezelligheid. Nicotine was een belangrijke drug voor me in tijden van emotionele stress, en daar had ik als jonge studente filosofie in de grote stad heel veel last van. Daarnaast bleek nicotine is ook een geestverruimer. Vele scripties papers heb ik geschreven met de asbak naast de PC. De lucht die ik daarbij inademde was blauw. Ik kon er echt beter door denken.

Ik stak er in mijn hoogtijdagen dus niet alleen regelmatig een op (zo’n 20 per dag, beginnend bij het eerste kopje koffie), ik was nogal afhankelijk geworden van de sigaretten. Ik was wat je noemt verslaafd!

Op het moment dat je als roker onderkent dat je verslaafd bent, weet je dat je moet stoppen. De betekenis van het verslaafd zijn zit um in de noodzakelijkheid van het stoppen. Stoppen is niet alleen een kwestie van willen en kunnen, het is vooral een kwestie van moeten. Het gaat over wilskracht, gezond verstand en maatschappelijke druk. Verslaving en schuldgevoel zijn, in mijn geval tenminste, onlosmakelijk verbonden. Maar van moeten stoppen krijg je stress en van stress moet je roken, een paradoxale toestand waaruit het moeilijk ontsnappen is.

Daarnaast creëert de verslaving aan nicotine een behoefte die nooit kan worden gestild. Als die eerste (of zoveelste laatste sigaret) eenmaal wordt opgestoken MOETEN die andere ook gerookt worden. Een roken is nog moeilijker dan geen roken.

Maar je MOET stoppen want het is ongezond en vies, heel vies. Als ik ’s avonds thuis kom na een avondje roken stinken mijn haren, mijn handen en mijn kleren. Daarnaast heb ik een ongelooflijk vieze smaak in mijn mond. BEUAH, zo smerig! Het eerste wat ik doe is mijn kleren buiten hangen en mijn handen gezicht schrobben met geurende zeep, weg met die stank. Daarna poets ik tweemaal grondig mijn tanden allemaal om die vieze geur die herinnert aan een gezellig avondje roken en drinken weg te poetsen.

Als ik in bed lig of ’s morgens weer wakker word wil ik er niet aan herinnerd worden. Eigenlijk rook ik niet. Soms schaam ik me er zelfs voor en in bepaalde kringen houd ik het liever geheim. Zo durf ik - inmiddels 37 jaar en echt al een tijdje volwassen - nog steeds niet aan mijn moeder te vertellen dat ik rook. Ze vindt het namelijk heel erg.

Ze staat niet alleen, het lijkt wel of iedereen het erg vindt. Het wordt ook steeds erger. Je wordt er zelfs impotent van.

Op sommige pakjes staat zelfs vermeld dat je er minder vruchtbaar van wordt. Ooit verkocht als instrument om een partner te verleiden is de sigaret in 10… 20 jaar tijd gedegradeerd tot voorbehoedsmiddel.

Zelfs Lucky Luke is gestopt met roken. Verstandig van hem, maar ik vind hem met die grasspriet wel veel minder sexy.

Gelukkig ben ik zelf al lange tijd niet meer verslaafd. Al sinds ik zwanger was van mijn eerste dochter niet meer. Ik rook alleen ’s avonds als ik uit ga met mijn filosofenvrienden. Dus nooit thuis, niet binnen in ieder geval. En als ik er een keer ’s avonds in de tuin eentje opsteek is dat echt alleen als ik heel erge stress heb (of toevallig de dag er voor stress heb gehad en er daarom een pakje in de keuken ligt). Ik neem er dan stiekem ook een glaasje calvados of whisky bij want anders smaakt het me niet.

Ga ik nu ook doen. Santé! Ik zou zeggen geniet er van, vooral zo’n laatste, die smaakt extra goed!

Ellen ter Gast is redactielid van Felix & Sofie

76 / Laatst gewijzigd: 26-Dec-2008

Ellen ter Gast