De risicoloze samenleving

door Lisa Doeland

(22 april 2008)

In De Groene Amsterdammer van vorige week staat een artikel over de dood van de stripheld "Captain America". Wat is er met hem heengegaan dat er een artikel aan zijn dood gewijd wordt? vroeg ik mij af.

Captain America, zo betoogt Joost de Vries in "De dood van Captain America", vertegenwoordigde de Roosevelt-waarden, de idee dat "the only thing we have to fear is fear itself", dat haaks staat op het huidige angstvoedende klimaat. Er is weinig angst voor de angst te bespeuren vandaag de dag; men haast zich op tijd aan te geven dat het terreuralarm van kleur verschoten is, ieder pakje sigaretten herinnert ons de naderende dood en het consultatiebureau schijnt ouders zo angstig te maken dat het tot consternatiebureau omgedoopt is. En herinnert u zich het spel apenkooi nog? Dat alle gymtoestellen uitgezet werden om tikkertje te spelen? Dat je alles mocht behalve de grond aanraken, dan was je af? Dat mag niet meer tegenwoordig. Er schijnen te veel ongelukken mee te gebeuren.
Hoewel helden als Captain America er een handje van hebben uit de dood te herrijzen, heeft uitgever Marvel ons verzekerd dat de kapitein de geest definitief gegeven heeft. Is er dan geen ruimte meer voor de man die niets vreest dan de angst zelf? Geestelijk vader Joe Simon is ontsteld over de dood van zijn superheld, juist omdat we hem nu zo hard nodig hebben. Hier tekent zich, in het klein, een generatiekloof af tussen de Roosvelders en de post 9/11-isten. We weten niet meer waar we het gevaar moeten zoeken – de terrorist is immers overal, het kan iedereen zijn – en laten ons gijzelen door het wantrouwen. Niemand kan ons nog behoeden voor een niet te personifiëren kwaad, ook een superheld niet.

Maar waarvoor zijn we nou zo bang? Vrezen we slechts de onvoorspelbare terrorist, of vrezen we al het onvoorspelbare? Waarom moet alles vetvrij en voorbehoed zijn? Waarom mag er niets meer fout gaan? Waarom mag er niets meer pijn doen? Waarom proberen we koste wat het kost alle risico in te dammen? Leven wij inderdaad in een door de socioloog Ulrich Beck omschreven risicomaatschappij? Is het inderdaad zo dat we, nu we de gevolgen van ons handelen steeds duidelijker in kaart kunnen brengen, steeds meer in termen van risico zijn gaan denken? Is het beperken of afkopen hiervan ons primaire doel geworden?

Een aantal van u heeft ongetwijfeld de vijfde Harry Potter gelezen of gezien. Herinnert u zich Dolores Umbridge (in de Nederlandse vertaling: Dorothea Omber)? Ze doet mij denken aan een politica die nu al een aantal jaar het publieke debat beheerst. Niet alleen omdat ze een grote fysieke gelijkenis vertoond met de actrice die haar speelt, maar met name omdat zij Umbridge's liefde voor reglementen deelt. Umbridge probeert een crisis te bezweren door het ene na het andere uit te vaardigen, eerder genoemde politica – toen minister – probeerde een crisis te bezweren door keer op keer op "de regels" te wijzen. Deed men een poging haar aan het verstand te peuteren dat bepaalde zaken niet goed liepen en de bestaande regelgeving dientengevolge aan herziening toe was, dan reageerde zij steevast met de frase "regels zijn regels". Daarmee was voor haar de kous af. Zo kan ik ook minister zijn, dacht ik dan. Als het zo gaat kan ook ik me kwijten van ministeriele verantwoordelijkheid.

Er is iets mis met het Nederlandse politieke klimaat. De overheid wantrouwt haar burgers en de burgers wantrouwen de overheid. Het lijkt me dat een overdaad aan regelgeving dit wantrouwen aan beide zijden niet weg zal nemen. Maar wat dan? Hannah Arendt omschreef het politiek domein als het domein van zelfontplooiing. Er moet een openbare ruimte gecreëerd worden waarin mensen als politieke wezens kunnen bestaan. Alleen zo kan de kans op nazistische of stalinistische regimes tot een minimum beperkt worden. Het kwaad dat deze regimes voortgebracht hebben, zo stelde zij, was banaal te noemen. Zelfs iemand die niets anders deed dan de hem opgelegde regels volgen, bleek een monster te kunnen worden; een onbeduidende mens bleek tot de grootste gruwelijkheden in staat. Alleen een politieke ruimte die ons handelingsvrijheid en kritische reflectie laat, kan dit soort uitwassen voorkomen.
De gedachte dat we ooit zullen stuiten op een schatkist vol wetten en regels die tot het einde der tijden toereikend is, moet, voortdurend, losgelaten worden. De zoektocht naar het absolute of universeel geldige moet gestaakt. Iedere situatie is anders, ieder geval is een particulier geval en iedere regel behoeft een uitzondering. Het is naar een politieke ruimte die dergelijke aannames toestaat dat we moeten zoeken. En dat betekent dat we vertrouwen moeten hebben, ja, vertrouwen in degene die met een leidraad in de hand, dat wel, een oordeel velt.
Een dergelijk vertrouwen mist in Nederland. Een voorbeeld: in de Amsterdamse trams mag niet meer dan een buggy tegelijkertijd opengeklapt vervoerd worden. Dit geldt te allen tijde, ook als de tram leeg is. Het is niet meer aan de tramconducteur een juiste inschatting te maken; regels zijn regels. Wordt hij betrapt op het maken van een uitzondering, dan volgt een reprimande.

Het wordt tijd voor een herwaardering van speciale gevallen, het particuliere, de uitzondering. Zolang we alle risico met normatieve regelgeving en constitutieve protocollen proberen te ondervangen en, als het dan toch mis gaat, slechts de regel of het protocol aanpassen, loert er gevaar. Er moeten mazen zijn, ruimte waarbinnen bewogen kan worden. Er moet verantwoordelijkheid gedragen kunnen worden.
Het huidige klimaat is te vergelijken met dat van een café waar ik ooit werkte. Het was er fijn werken tot het werd overgenomen door een nieuwe eigenaar, een man die ooit behoorlijk door zijn personeel bestolen was. Zijn wantrouwen was groot. In plaats van beter te letten op het soort personeel dat hij aannam, verscherpte hij de veiligheidsmaatregelen. De situatie was onwerkbaar, het klimaat verstikkend. Er werd nog slechts van mij verwacht dat ik rekenschap aflegde.
Het klimaat waar we naar moeten streven is vergelijkbaar met dat van het café waar ik nu werk. Zo af en toe worden we herinnert aan dingen die beter of anders kunnen, maar het vertrouwen in ons, het personeel, is onvoorwaardelijk. Wij voelen ons daarom verantwoordelijk en verbonden. Het is ons café. Is Nederland ook ons land?, vraag ik me soms af.

Waarom hoor ik niemand ooit zeggen dat niet alle ellende uit te bannen is? Dat er altijd kinderen zullen zijn die mishandeld worden. Dat we niet kunnen voorkomen dat er soms zelfs kinderen vermoord worden. Dat er altijd vrouwen verkracht zullen worden. Dat er altijd mensen in armoede zullen leven, dat er altijd ergens een oorlog zal zijn.
Waar we naar moeten zoeken is niet het juiste pakket aan regels, maar een juist klimaat. Een klimaat dat zo min mogelijk voedingsbodem biedt voor eerder genoemde ellende. In het streven naar dat klimaat moet voortdurend de regelgeving onder de loep gehouden worden. We moeten ons niet afvragen of bepaalde regels zus of zo probleem op zouden kunnen lossen, maar van wat voor klimaat ze getuigen. Soms bekruipt mij nu een 1984-gevoel, dat lijkt me geen goed teken.
Ik heb deze week nog geroepen dat ik, zodra eerder genoemde politica aan de macht komt, zal emigreren. Daar kom ik op terug. Ik neem een voorbeeld aan Captain America, de man die niets vreesde dan de angst zelf. Bij deze beloof ik Nederland niet zomaar te verlaten. Ik neem mijn verantwoordelijkheid.

Lisa Doeland is redactielid van Felix & Sofie

75 / Laatst gewijzigd: 30-Apr-2008

Lisa Doeland