De tien geboden van de maffia: moreel, non-moreel, of immoreel?

door Stijn Sieckelinck

(3 december 2007)

Er was geen Da Vinci-code voor nodig en ook geen batterij forensische wetenschappers zoals bij de analyse van de lijkwade van Turijn of de zweetdoek van Oviedo. Een beetje gedegen politieonderzoek volstond om de tien geboden van de Siciliaanse maffiafamilie Cosa Nostra (Onze Zaak) te ontrafelen. En voor de openbaring zorgde dan weer de media.

Zo komt het dat we sinds enkele weken weten dat een beetje maffioso onder andere zijn vrouw moet respecteren, tegenover collega’s altijd de waarheid moet spreken, en zich dient te onthouden van overspel en dronkenschap.
De tien geboden van de maffia. Het klinkt in de oren als ‘de tien goede werken van Rita Verdonk’. Er lijkt iets niet te kloppen. De reden waarom we vinden dat het niet klopt, daar kunnen we achterkomen door een filosofisch onderscheid te maken tussen drie soorten van waarden op basis waarvan men regels kan opstellen: het morele, het non-morele en het immorele.
Maffia associëren we met immoraliteit en illegaliteit, terwijl de originele tien geboden uit het Christendom duidelijk morele regels bevatten. Het zijn niet zomaar spelregels, maar bepalingen die stuk voor stuk betrekking hebben op bescherming van de fundamenten van het samenleven (en het leven met God). Op het eerste gezicht staan de tien geboden van de maffia hier tegenover in schril contrast. De maffia is immers toch per definitie een misdaadorganisatie gericht op afbraak en ontwrichting? Wat kan er meer immoreel zijn?
Een nadere kijk echter levert een veel complexere kijk op: De maffia is niet zomaar ontstaan, maar kwam in het feodale Italië op voor de arme sukkels die hun verdiensten moesten afstaan aan de landeigenaren. En aan het einde van WO II was zij de gedroomde bondgenoot van de geallieerden in de bevrijding van de Mediterranee. Feiten die haar nog niet tot een morele organisatie maken, maar die ons misschien wel iets vertellen over haar niet altijd destructieve rol in de samenleving. Daarnaast wordt in geen van de tien geboden opgeroepen tot openlijk geweld. En een gebod als respect voor de vrouw is een bepaling waar vele ook niet-misdaad organisaties nauwelijks aan toekomen. Bovendien is er nog een derde categorie, de non-morele bepalingen, zoals ‘Gij zult strikt uw afspraken nakomen.’ Of het gaat om een afspraak voor een bloedige afrekening of om hulp te verlenen aan een naaste, dat kan hieruit niet worden afgeleid.
Zijn de tien geboden van de maffia dan immoreel, non-moreel en moreel tegelijk? Het immorele karakter zit hem voornamelijk in de doelen die de regels soms dienen. Maar de regels zelf zijn bezwaarlijk immoreel te noemen. Integendeel, bepaalde regels in de ‘pizzini’ (kleine briefjes) hebben precies dezelfde functie als de tien geboden op de Stenen Tafelen. Ze dienen ter bescherming van de fundamenten van wat men als het goede leven ziet.
Ook al is het origineel doorgaans beter dan de kopie, de tien geboden van de maffia bieden voor de filosoof een grotere uitdaging dan de christelijke lijst om iets op te spoor te komen over de kern van moraliteit, namelijk hoe die zich noodzakelijk verhouden moet tot het non-morele en met haar tegendeel van het immorele niet slechts in strijd, maar ook in verstandhouding dient te verkeren.
Echter, in de ogen van sommige zal het kwaad al geschied zijn: ‘de filosoof heeft zich laten gaan in genuanceerde beschouwingen over de regels van een organisatie die door en door slecht is.’ Ter verdediging roept die filosoof dan het eerste gebod van Zijn Zaak in: Wanneer betrokken in argumentatie, altijd de waarheid vertellen.

Stijn Sieckelinck is redactielid van Felix & Sofie

72 / Laatst gewijzigd: 06-Dec-2007

Stijn Sieckelinck