Terreur oprekken = idealisme inpolderen

door Stijn Sieckelinck

(30 augustus 2007)

De strijd tegen terrorisme heeft een punt bereikt waarop niet alleen onze privacy in het gedrang is, maar ook ons recht om het fundamenteel oneens te zijn met elkaar. Door activisme bij voorbaat verdacht te willen maken om de democratie te beschermen, toont een meerderheid in de Tweede Kamer dat ze eigenlijk bang is voor het idealisme dat juist nodig is voor een florerende democratie.

Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft een motie ingediend voor een uitbreiding van de landelijke antiterreurwetgeving (NRC, 29/6, voorpagina). Deze is erop gericht elke vorm van activisme bij voorbaat onder deze uitzonderingswetgeving te plaatsen zonder dat er een redelijk vermoeden hoeft te zijn dat de desbetreffende personen iets strafbaars willen doen’.
Dat deze motie zonder veel moeite kan worden doorgedrukt, komt door wat men onder filosofen ‘conceptuele verwarring noemt. De dubieuze definitie van radicalisme van de AIVD luidt: “Het (actief) nastreven en/of ondersteunen van diep ingrijpende veranderingen in de samenleving, die een gevaar kunnen opleveren voor (het voortbestaan van) de democratische rechtsorde, eventueel met het hanteren van ondemocratische methodes, die afbreuk kunnen doen aan het functioneren van de democratische rechtsorde."
In deze definitie wordt op geen enkele manier een onderscheid gemaakt tussen goedaardig en kwaadaardig activisme. Met de uitgebreide wet zullen zo rechten kunnen worden ontnomen aan iedereen die op niet geheel passieve wijze fundamentele veranderingen in de samenleving nastreeft waarbij het voldoende is dat zij een gevaar kunnen opleveren of afbreuk kunnen doen aan de democratische rechtsorde. Onze bewindsvoerders zoeken hun heil in een wet gebaseerd op een definitie die na analyse uit elkaar valt in aannames en vage criteria en die wel tot absurde uitkomsten moet leiden.
Niet alleen in de samenleving, maar ook in het onderwijs leidt de definitie tot ongewenste uitkomsten. In het kader van de ‘brede aanpak terreurbestrijding’ lanceerde de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding een aantal sessies in middelbare scholen, gericht op het herkennen en voorkomen van radicalisme onder jongeren. Het thema van deze sessies was ‘jongeren en hun idealen’. Idealen kunnen immers leiden tot radicalisme dat als een betrouwbare voorspeller gezien wordt van terreur.
Maar is het wel verstandig om idealen en terreur te verbinden via de notie van radicalisme die de overheid op dit moment hanteert? Kan dan nog wel worden vermeden dat we in een staat van ‘belegerd burgerschap’ belanden? De term is van de wijsgerige pedagoge Sigal Ben–Porath die in ‘Citizenship under Fire’ haarfijn uitlegt hoe de huidige war on terror in de VS en Israël een opvoeding tot kritische burgers onmogelijk maakt.
Natuurlijk zijn jongeren vatbaar voor radicalisering. In 2005 verscheen in Engeland het rapport “When Students turn to Terror”. Britse onderwijsinstellingen zouden broedplaatsen zijn voor extremisme. Volgens de auteurs Glees & Pope is het ‘geen misdaad om het regeringsbeleid over Irak of andere dossiers aan te vechten... Het is echter een grote overtreding om beleid te maken met terreur.’ (2005, p. 70). Wat ze echter niet zien is de paradox dat het regeringsbeleid over Irak aanvechten niet alleen geen misdaad is, maar juist een noodzakelijke voorwaarde voor de bloeiende democratie die ook zij willen beschermen. Dit is een typisch neo-republikeinse idee die men aantreft in de politieke filosofie van denkers als Charles Taylor en Chantal Mouffe en helaas zelden vertegenwoordigd in het gros van de beleidsdocumenten.
Immers in het terrorismebestrijdingsmodel dat idealisme en daaruit voortvloeiend activisme verdacht maakt en ontmoedigt, dreigen personen te worden losgemaakt van de wereld. Maar juist deze wereld hebben ze nodig om een actieve burgerschapsrol te vervullen. Bovendien dragen idealen bij aan de persoonlijke en sociale ontwikkeling. Want activisme is niet alleen voor nerds en engerds. Het kan een bijzonder zinvolle en ook prettige manier zijn om te laten zien dat men ergens om geeft en ook bereid is dat uit te drukken in het publieke domein.
Het probleem is dan ook niet zozeer zoals minderheidspartijen beweren dat het begrip terreur wordt opgerekt. Het echte probleem is dat zo het idealisme wordt drooggelegd en ingepolderd. De morele draagwijdte van de de zogenaamde moeilijke vragen ‘Hoe willen we (samen)leven? Hoe willen we onze omgeving inrichten?’ dreigt daarmee te worden genegeerd of gevangen gezet. Op het spel staat de waarde van nadenken over het goede leven buiten de gevestigde democratische orde om. De nieuwste capriolen vanuit terreurbestrijding gesteund door de Tweede Kamer zullen dit soort waardevolle verbeelding alleen maar verder verdacht maken.

Stijn Sieckelinck is redactielid van Felix & Sofie

70

Stijn Sieckelinck