Betekenisvolle Tijden

door Jannah Loontjens

(14 december 2004)

Wat bepaalt een betekenis? Soms zeggen we dat de betekenis van een uitspraak datgene is wat de spreker ermee bedoelt, alsof de intentie van de spreker de betekenis bepaalt. Op andere momenten zeggen we dat de betekenis bij de toehoorder ligt: De uitspraak betekent dan juist wat de toehoorder eruit haalt, wat hij denkt dat de spreker zegt. De betekenis is in dit geval afhankelijk van het begrip van de luisteraar. En in andere gevallen zeggen we weer dat de betekenis besloten ligt in de taal zelf: Je kunt wel x hebben willen zeggen, maar je woorden betekenen y. In dit geval zou de betekenis een objectief product van de taal zelf zijn.

Behalve deze drie vormen, is er nog een vierde element dat de betekenis bepaalt, namelijk de context. Om vast te stellen wat de betekenis is van een bepaalde uitspraak of gebeurtenis moet je naar de situatie kijken waarin hij is uitgesproken, en naar de historische context waarin hij verschijnt. Je kunt eindeloos ruziën over hoe een zin is bedoeld, je kunt van mening verschillen over de nadruk die je moet leggen in het verklaren van de betekenis, maar ongeacht je intentie, of het gebrekkige begrip van je toehoorder, de context zal altijd bepalend blijven.

Stel, je vangt uit een gesprek in de tram de zin op: ‘Morgen koop ik een pistool’, dan kan je hier geschrokken en achterdochtig op reageren. De kans is groot dat je vergaande conclusies trekt, wellicht over de verharding van de samenleving, de angst die deze tijd beheerst etc. Maar als later blijkt dat de jongen een fragment van een film is aan het navertellen, en een opmerking citeerde uit de film, verandert de betekenis radicaal en zul je erom kunnen lachen.

De context bepaalt hoe een uitspraak of gebeurtenis begrepen moet worden en mag dan ook nooit over het hoofd worden gezien. De moeilijkheid hiervan is evenwel dat de context, evenmin als de betekenis, vastligt. Dezelfde handeling of dezelfde woorden kunnen vanuit een andere tijd of situatie een heel andere betekenis krijgen.

Laat ik als voorbeeld de moord op Pim Fortuyn nemen. Vlak na de moord op Fortuyn werd er wel gesproken over de gevaren van de dogmatiek van verstokte linkse idealen, over de onvrijheid van de zogenaamde linkse vrijheid en gelijkheid, er werd ook over normen en waarden gedebatteerd, maar de meeste aandacht ging toch uit naar het verlies van een groots man. Er werd niet al te veel gesproken over de motieven van de moordenaar, het was vooral Pim Fortuyn als persoon waar de aandacht naar uitging. De moordenaar, Volkert van der G., werd vooral als een gek beschouwd, als een doorgedraaide milieuactivist.

Maar er heeft zich een recente context aangediend om de moord op Fortuyn te duiden, namelijk de context van de moord op Theo van Gogh. En daarmee de context van de integratie van Islamitische immigranten, de context van de kloof tussen autochtone bevolking en Islamitische burgers, de context van het Islamitisch extremisme.

Op de voorpagina van het NRC Handelsblad van 9 november jongstleden stond een samenvatting van een stuk uit de Herald Tribune waarin Pim Fortuyn werd beschreven als: ‘een populist die werd vermoord, omdat hij het onderwerp Islamitische immigratie uit de nationale taboesfeer had gesleurd’.

De context van de moord op Theo van Gogh heeft hier duidelijk de moord op Fortuyn toegeëigend. Zelfs zo dat het amper zou verbazen als zowel de moord op Theo van Gogh als op Pim Fortuyn eenduidig de geschiedenisboeken zullen ingaan als gevolgen van integratieproblemen, als slachtoffers van Islamitisch extremisme.

Hieruit dringt zich nog een ander element op dat bepalend is voor de betekenis van een gebeurtenis, of van een uitspraak, namelijk de aannames over de wetten van oorzaak en gevolg. We weten allemaal dat er eerst een kogel afgeschoten moet worden, wil iemand daaraan kunnen sterven. Het overhalen van de trekker vormt hierbij de directe oorzaak van het sterven van het slachtoffer. Iedereen is het erover eens dat hier een lineaire structuur in valt te ontdekken, de oorzaak komt eerst, het gevolg volgt.

Toch loopt deze lineaire structuur niet zo recht vooruit als je zou denken, soms neemt zij zelfs bochten of cirkelt in de rondte. Al zouden we in een puur lineaire tijd leven, waarin het één het ander veroorzaakt, kunnen we nooit terug in de tijd om te onderzoeken hoe het één ging. We kijken als het ware altijd vanuit het gevolg terug naar de oorzaak. Nietzsche heeft hierover opgemerkt dat eigenlijk het gevolg er eerst is, dat ons de oorzaak doet aanwijzen. Pas als het gevolg heeft plaatsgevonden, bestaat de oorzaak als oorzaak.

Achteraf zijn er evenwel voor de meeste dingen meerdere oorzaken aan te wijzen. In het geval van een moord kun je naar de psychologische toestand van de moordenaar verwijzen, naar problemen van vroeger, je kunt naar zijn ouders wijzen, naar de opvoeding, een traumatische ervaring van zijn vader waarmee de moordenaar opgescheept zit, de boeken die hij las, de televisie, de maatschappij, dominante vrienden of het milieu waarin hij zich bevond, etc. Meestal wordt een van die aspecten als doorslaggevende oorzaak uitverkozen. Maar in de loop van de tijd kan die oorzaak door nieuwe contexten, nieuwe getuigen of slimme analyses weer verschuiven.

Hoewel vlak na de moord op Fortuyn de verklaring voor Volkert van der G.’s motieven vooral werd gezocht in zijn doorgedraaide fanatiek linkse idealen en obsessieve milieuovertuigingen, ligt vanaf 2 november de nadruk op Fortuyns uitspraken over de achterlijkheid van de Islamitische cultuur. Uitspraken die Volkert van der G. mede tot de moord zouden hebben aangezet.

Wij kunnen de oorzaak alleen aanwijzen vanuit een omgekeerd waarnemen; door het waarnemen van het gevolg dat richting zijn oorzaak wijst. Nu is het de context van de moord op Theo van Gogh waar vanuit we de moord op Fortuyn bekijken. En Mohammed B. heeft hierin wellicht een voordeel gezien. Door de moord op Van Gogh heeft de context van het Islamitisch extremisme de moord op Fortuyn kunnen toe-eigenen.

Nietzsche pleitte ervoor om de denkstructuur van oorzaak en gevolg los te laten en ons meer te richten op het toeval. Of het een oplossing is te beweren dat het toevallig is dat er in de afgelopen twee en een half jaar twee politieke moorden zijn gepleegd, betwijfel ik ten zeerste. Maar, of aan deze twee moorden eenzelfde betekenis toegekend moet worden betwijfel ik, zo mogelijk, nog meer.

Jannah Loontjens is dichteres, essayiste en filosofe

60 / Laatst gewijzigd: 03-Sep-2006

Jannah Loontjens