Filosofie is totaal nutteloos

door Hans Kennepohl

(1 juni 2006)

In het NRC van 20 april werpt Maarten ’t Hart zich in de strijd om de arme middelbare scholieren te behoeden voor zinloze moeilijke filosofische teksten. Al dat geleuter over de vrije wil brengt ze geen snars verder en waarom geen handige vaardigheden zoals solderen bijbrengen? Als je horloge stilstaat, heb je niets aan de bespiegelingen over tijd van Kant. Maarten zet zijn betoog kracht bij door te wijzen dat filosofie en flauwekul met dezelfde letter begint. Hoewel ’t Hart nou niet een wonder van retorica is (niet geheel toevallig een met de filosofie nauwverwante discipline) is de onnuttigheid van filosofie wel een steeds terugkerend thema. De filosofie moet zich legitimeren tegenover wetenschap en kunst. Allemaal leuk en aardig die verheven, moeilijke en lange boeken, maar wat kopen we er voor?

plaatje Laat ik beginnen ’t Hart eens te helpen met een korte analyse. Belangrijke oorzaak van zijn frustratie is volgens mij het in zichzelf gekeerde karakter van de academische filosofie. Zo was ik pas op een conferentie van promovendi, dodelijk getiteld “Filosofie op weg naar de 21e eeuw”. De ene na de andere promovendus presenteerde zijn lopende onderzoek, maar de enige toekomstgerichtheid die ik in het zaaltje bespeurde was mijn eigen behoefte aan een volgende kop zwarte koffie. Het schrijnendst was een enthousiaste jongeman die uitzocht in hoeverre Nietzsche in zijn werk nu retoriek gebruikte of het allemaal echt meende. De tekstinterpretatie is het sterfhuis van de filosofie. En daaraan besteedt dus een 25-jarige intelligente man vier jaar van zijn leven. Allemaal mooi hoor, maar op z’n Telegraafs: niet van mijn belastingcenten.

Het academische karakter van filosofie leidt ook tot een beperkte rol van filosofen in de maatschappij. De filosofen die als zodanig een beetje bekend zijn in de media zijn op één hand te tellen: Philipse, Haring en Verbrugge. Groot probleem is namelijk wat ik noem de “postmoderne academische ziekte”: filosofen kunnen als de beste problematiseren, verbanden leggen, concepten creëren, maar als ze bij de vraag uitkomen: wat moeten we doen? blijft het ineens stil. Posities innemen, opteren voor de best guess is academisch risicovol. Maar er is een grote behoefte aan dominees in de huidige maatschappij. Die altijd in de kerk stonden zijn ongeloofwaardig geworden en sterren, deskundologen en cabaretiers hebben hun funktie deels overgenomen. Maar groot probleem is dat deze steevast een romantische of (post)religieuze ethiek aanhangen (ofschoon het begeleidende geloof in God al lang overboord is gegaan). Deze ethische posities zijn totaal inadequaat om de komende stortvloed van ethische dilemma’s op te lossen die de (met name medische) technologie gaat voortbrengen. En laten filosofen nu juist een van de weinigen in de maatschappij zijn die veelal géén romantische of christelijke ethiek aanhangen.

De interne gerichtheid en het verheven aura van de filosofie leidt ook tot moeilijke teksten. Wie bibbert er niet voor de postmoderne Franse filosofie? Het is bekend van Foucault dat, nadat hij eenmaal een aanstelling kreeg aan het superprestigieuze College de France, zijn geschriften een stuk makkelijker leesbaar werden. Hij hoefde geen indruk meer te maken. En toch…

Een hoop frustratie bij het lezen van teksten viel al van mij af toen ik filosofie als literatuur ging beschouwen. Ok, stilistisch valt op deze en gene filosoof wel wat aan te merken, maar literair is het vaak zeker wel, al is het maar de creatie van concepten. Een beetje literatuur waar je bij na moet denken op scholen, daar kan Maarten toch niet tegen zijn lijkt me…

Verder is filosofie een continue demaskering van hoe de werkelijkheid in elkaar zit. Je allersterkste overtuigingen worden op de proef gesteld en zoals Socrates al bewees: je weet het vaak niet. Relativering is een heel groot goed, zoals elke keer in de media wordt bewezen, onlangs met de cartoonrellen. Filosofie levert weinig op, maar bespaart je een hoop ellende en gedoe met anderen. Met een paar woorden kun je andermans stellingname in twijfel trekken zonder je eigen standpunt als enige waarheid naar voren te schuiven en dat werkt meestal pacificerender dan als twee kemphanen tegenover elkaar te staan met allebei de waarheid in pacht.

Maar als uitsmijter de filosoof Francis Bacon. Deze stelde rond 1600 de inductieve methode voor, de basis voor de wetenschappelijke methode. De wetenschap zélf is een stroming in de filosofie en zonder filosofie had Maarten dus helemaal niet kunnen solderen. Alleen al vanwege het uitvinden van de wetenschappelijke methode verdient de filosofie de komende 2000 jaar permanente beoefening. Het is de filosofische verwondering die ons verder helpt, Maarten, niet de verzuring op het negatieve...

Hans Kennepohl is redactielid van Felix & Sofie en organisator van de Maand van de Filosofie

56

Hans Kennepohl