De Oplossing

door Hans Kennepohl

(1 mei 2006)

“Puzzelen?” vroeg ik, een beetje moeilijk kijkend.

“Gisteren gedaan met een vriendin, was erg leuk”

plaatje Ik wist het nog niet. Een vriendin van mij kwam een avondje langs en tot nu toe waren onze avonden altijd gevuld met goede gesprekken, veel wijn en humor. Oké, de grenzen tussen high en low culture vervagen, maar dit leek me toch een stap te ver. Maar ik besloot het te doen, de absolute non-ervaring is tenslotte ook een ervaring, nietwaar?

Op naar de Blokker, consumentenbastion van degelijkheid. En zowaar, achterin de zaak lag op de onderste plank zelfs een kleine selectie. Het puzzelen had blijkbaar de gehele game-cultuur weten te overleven. En dat ook nog zonder een spoor van productinnovatie: niet het Oostenrijks Alpenlandschap, maar een stilleven met bloemen en diverse groenten had onze lichte voorkeur. Thuis zetten we een tafel midden in de kamer en onder een sterke lamp werd de wereld een stukje kleiner. We begonnen, uiteraard de randen eerst. Na een tijdje kreeg ik een apart, rustgevend gevoel, alsof ik bij een kampvuur zat. U kent dat misschien wel, u staart vijf minuten naar de vlammen en zegt dan middenin die stilte tegen uw partner: “mooi vuur”. Uw partner zegt niets maar staart op zijn beurt ook weer vijf minuten naar dit natuurlijke testbeeld en besluit dan “ik gooi er nog wat op”. Samenzijn in het niets, geen kroeg waar we elkaar met sterke verhalen moeten entertainen, geen bioscoop voor de broodnodige externe input. En over bioscoop gesproken, een zin uit Pulp Fiction is me altijd bijgebleven: “why do we have to talk so much bullshit to feel comfortable with each other?” Tijd dus om die vriendin weer eens te bellen, die na vertrek naar Almere en drie kinderen toch een wat stroeve gesprekspartner werd.

We puzzelden verder, alleen onderbroken door surreële opmerkingen als “deze ui is best lastig” en “heb jij nog wat snijplank?”. Interessant om deze gesprekken op te nemen en af te spelen aan iemand die geen enkel idee had waar we mee bezig waren... De puzzel vorderde, er ontstonden kleine veldjes: een bloem met een aparte kleur, de ui die lastig was, een halve snijplank. Ineens maakte ik een verbinding, de ui werd verbonden met de snijplank. Een ongekend genot nam van mij bezit. Ik schrok. Wat was dit? En na lang nadenken begreep ik het: het passen was een rituele bekroning voor mijn inspanning die transformeerde in genot! In het dagelijks leven is alles nuttig: je werkt voor je salaris, je eet omdat je honger hebt, je bezoekt vrienden om aandacht en liefde uit te wisselen. Maar het passen van de stukjes kreeg juist betekenis vanwege de inspanning. Opeens zag ik Boeddhistische monniken in een afgelegen klooster geconcentreerd mandala’s maken: fantastische ”schilderijen” van gekleurd zand waar ze dagen aan werkten. De truuk van zo’n mandala is dat, als hij klaar is, je hem met een grote veeg vernietigt. Het is een oude Boeddhistische techniek om onthechting te oefenen. Maar puzzelen is hetzelfde! Aan het eind gooi je alle 1000 stukje weer in de doos! Dat er in het Westen toch zo’n diepe meditatieve en culturele uiting was ontwikkeld!

Ik begon de avond anders te bekijken en besloot op zoek te gaan verdere verdieping in dit werkelijk fascinerende spel. En zowaar, na enige tijd merkte ik dat ik ging optimaliseren: stukjes sorteren, in opperste concentratie de lichte kleurverschillen onderscheiden. We discussieerden over de beste manier om de puzzel te maken. Maar wat belachelijk eigenlijk: een totaal onnuttige bezigheid ook nog eens gaan optimaliseren? Maar ook hier weer, het opgaan in de optimalisering gaf genot, trok mij nog dieper het spel in. Eigenlijk was ik bezig met een esthetisering van het puzzelen. Wat nou oppervlakkige Westerse maatschappij! Onze praktijken doen helemaal niet zo veel onder voor tai-chi of theeceremonies! Ik fantaseerde al voorzichtig over verdere verdieping: elke week dezelfde puzzel maken. Dat is nog veel nuttelozer en misschien veel bevredigender!

Wat had ik nu ontdekt? Een bijna verloren gegaan waardevol cultureel erfgoed met unieke meditatieve, esthetische en sociale aspecten! Wat een quality-time, om het maar eens met een hedendaagse term te zeggen. Maar eigenlijk is puzzelen natuurlijk gewoon een “hobby”, dat archaïsche instituut van totale sufheid. Hobbies, die had je vroeger om “bezig te zijn” of, “ wat omhanden te hebben”. Véél te bescheiden, onze voorouders! Ze hebben een unieke praxis geperfectioneerd en wel in een grote culturele verscheidenheid. Voor de vrouwen: borduren, breien, punniken, de sublimering van de moederwarmte. En voor de mannen: vissen, postzegels en munten verzamelen, sublimatie van de jager-verzamelaar. Waarbij deze laatste mannenhobbies ook werkzaam zijn in andere regionen van de piramide van Maslow: je zult maar de enige man ter wereld zijn met de volledige postzegelcollectie van Letland.

Maar helaas, met de emancipatie zijn deze bloeiende subculturen bijna geheel verloren gegaan. De consumentenindustrie is in dit culturele gat gesprongen en heeft met sterke marketing succesvol de indruk weten te wekken dat zij veel interessantere ervaringen in de aanbieding heeft. En vooral: waar je minder moeite voor hoeft te doen. Maar puzzelen is als een van de weinige antieke hobbies volledig gender-free en heeft diepe cultureel-filosofische pretenties. Waarschijnlijk ligt zij daarom nog op de onderste plank bij de Blokker te wachten op haar herontdekking. Hierbij dus een krachtig pleidooi voor een herwaardering van het puzzelen: een oplossing voor iedereen!

Hans Kennepohl is redactielid van Felix & Sofie en organisator van de Maand van de Filosofie

55

Hans Kennepohl