Tegen de vrouwen

door Hans Kennepohl

(1 december 2005)

Ik ben een kind van de jaren zeventig. Dat betekent opgroeien op het hoogtepunt van het feminisme. Mannen waren agressieve, op sex beluste beesten. Vrouwen waren goed. Als vrouwen de macht zouden hebben waren er nooit meer oorlogen. Waren mannen maar zoals vrouwen, iedereen zou meer gericht zijn op onderlinge relaties en de eeuwige wereldvrede zou uitbreken.

plaatje Pas zag ik een programma over vrouwelijke dertigers met kinderwens. Met open mond en toenemende verbijstering zag ik hoe welbespraakte, verzorgde, humorvolle, moderne vrouwen de ene na de andere vrieskist openden. Jantien: “Zonder kinderen voel ik mij geen vrouw...”. Wat ben je dan wel zonder kinderen? Geen volledig mens? Ik werd benieuwd naar haar beleving van erotiek, hoe koppelde ze dat aan haar vrouwzijn? Maar wat een geniale uitspraak: een onweerlegbaar krachtig argument! Probeer daar als partner nog maar iets tegenover te stellen in een nachtelijk gesprek over kinderen krijgen! “Eh...ik voel me in mijn manzijn belemmerd door een kind...”.
Aan de studiotafel knikte iedereen begrijpend, warme blikken alom en er werd gezellig verder gebabbeld: “Ja, uiteindelijk bleek mijn hormonenhuishouding niet in orde te zijn. Nu ben ik daar wel blij om, want ik kan hard zijn en als het aan Jan had gelegen zou ik het hem best kwalijk hebben genomen”. Ethiek? Wat is dat? Wederkerigheid? Staat dat ergens in de Dikke van Dale? Maar weer geen reactie van deze gefixeerde moeders-to-be. Empathische gezichten en instemmend geknik. Wat fijn voor haar dat dit probleem zo gelukkig had uitgepakt!
De absolute klapper. In tussenfilmpjes werden ook partners naar hun visie gevraagd. Dirk: “ja, het is heel duidelijk bij Marjan: het is in Enschede wonen, de twee honden en een kind, en anders houdt het met ons op”. Even viel er een ongemakkelijke stilte aan tafel. Een barstje in deze gecementeerde Viva-vriendinnensfeer. Maar Marjan neutraliseerde slim de opkomende schaamte met verbazing over zoveel onbegrip. “Nou, ik vind het wel heel vervelend dat hij dit zo hard opvat, want we hebben best overlegd om tussen Enschede en Zwolle in te gaan wonen. Maar ik ben net verhuisd en voor de rest ken ik hem ook nog maar anderhalf jaar...” Iedereen knikte zichtbaar opgelucht. Maar feitelijk werd hiermee Dirk’s zienswijze volledig onderbouwd met als schrijnende dieptepunt dat hij in de pikorde onder twee honden stond.
En om dit sfeerbeeld nog even af te maken het volgende: uit Amerikaans onderzoek bleek dat 10% van de kinderen niet van de “legale” man was. Sommige vrouwen zoeken namelijk voor de opvoeding een feminieme, zorgzame, trouwe echtgenoot, maar halen het zaad op bij een genetisch zwaarbeladen bink. Het Engels kent hier zelfs een woord voor “cuckoldry”, het koekoekseffect, zullen we maar zeggen.
Hoed u voor de vrouw. Lange tijd wilde ik het niet geloven. De hele filosofie staat bol van waarschuwingen. Aristoteles vond dat vrouwen wel konden beraadslagen maar niet beslissen, Nietzsche stelde dat “als het niet om de liefde of haat gaat, de vrouw middelmatig speelt”. Nu zult u zeggen, dat zijn weer die mannelijke filosofen-nerds die zelf niet aan de vrouw kunnen komen en zowiezo wereldvreemd zijn. Ik denk dat u gedeeltelijk gelijk heeft, maar ik op dit punt krijg ik toch steun uit onverdachte hoek.
Want juist vrouwen fluisteren me vaak toe: vrouwen onderling, die zijn pas erg. Waar mannen erop slaan, breken vrouwen elkaars persoonlijkheden af. Zo stuit men in de managementliteratuur op een nieuw fenomeen: het eigen glazen plafond van vrouwen. Veel managers weten tegenwoordig niet echt meer waar hun medewerkers mee bezig zijn. Medewerkers motiveren, weten hoe ze in hun vel zitten wordt dus steeds belangrijker en vrouwen zijn daar beter in dan mannen. Dus de vrouw is de manager van de toekomst. Maar bij management in de tweede lijn gaat het mis. Waar een mannelijk manager zijn baas misschien een klootzak vind, accepteert hij zijn dominantie en gaat hij op gezette tijden gewoon met zijn rug op de grond liggen. Maar vrouwen niet: daarbij moet de relatie goed zijn, anders blijven ze psychologische oorlog voeren. De vrouwelijke manager blijft haar bazin scheef aanloeren.
Resumerend: de rode atoomaanvalknop zou ik inderdaad eerder aan een vrouw toevertrouwen dan aan een man, maar op het micro-niveau van alledag krijg ik toch steeds meer sympathie voor mannen. In dezelfde jaren zeventig toen ik opgroeide zette Foucault al vraagtekens bij de zogenaamde humane overgang van lijfstraffen naar celstraffen. Maar de keuze is uiteraard aan u: als u het met het bovenstaande niet eens bent, wilt u dan een blauw oog of een depressie?

Hans Kennepohl is redactielid van Felix & Sofie en organisator van de Maand van de Filosofie

51

Hans Kennepohl