Loos alarm

door Hans Kennepohl

(1 oktober 2005)

Na maar liefst vijf jaar stopt Rinus Vermuë met deze column en ga ik het eens een seizoen proberen. Plechtig neem ik het stokje over en het eerste wat een beginnend columnist dan natuurlijk moet doen, is stevige profilering ten opzichte van zijn illustere voorganger. Want waar Rinus de eerste jaren nog vrolijke filosofische columns schreef over allerhande onderwerpen, werden deze allengs meer mediapolitiek getint en terroriseerden uiteindelijk Theo, Pim en Osama permanent de website van Felix & Sofie. Maar politiek is geen filosofie en zeker de politieke discussie in de media niet.

plaatje Want na jaren enthousiast meegeblaat te hebben ben ik het ondertussen behoorlijk zat. De hele integratiediscussie valt uiteen in twee stukken die nauwelijks met elkaar verband houden. In stadswijken zijn er problemen met groepjes opgeschoten Marokkaanse jongeren. Voer voor een multi-culti-discussie? Welnee, zoals Haci Karacaer al jaren geleden opmerkte: “de politie moet gewoon zijn werk doen”. Maar veel belangrijker is het “medianiveau”. Een grote opgeblazen ballon, waar eeuwige toneelspelers als Verdonk, Wilders, Ali en Scheffer en u als bezorgde lezer met superlijm tegen de binnenwand vastgeplakt zitten en de echo’s oneindig weerkaatsen.

Maar het midden van de ballon is leeg. Is die leegte het verlies aan (Nederlandse) identiteit in een tijd van globalisering? De opkomst van regionale popgroepen als Blöf en Skik in een prehistorische tijdperk voor de multi-culti-discussie lijkt dit te ondersteunen. Is de leegte de onmacht die ontstaat doordat mensen tegenwoordig verantwoordelijk zijn voor hun eigen geluk en op zoek gaan naar een zwart schaap? Of is de leegte het feit dat mensen altijd een vijand nodig hebben om een eigen identiteit te vormen? Helemaal precies weet ik het niet maar één ding weet ik zeker: de beste bijdrage aan de multi-culti discussie de komende jaren is gewoon een tijdje onze waffel er eens over te houden.

Derrida zegt het wat mooier: hij stelt een “non-passive endurance” voor. Door het niet meer over “Marokkanen“ te hebben kunnen nieuwe identiteiten ontstaan: oude Marokkanen in het koffiehuis, afgestudeerde Marokkanen, Urban-Marokkanen... Probeer het eens uit: laat de media gewoon eens links (of rechts) liggen. Maar waar het dan over te hebben op feestjes en met je collega’s? Persoonlijk opteer ik voor “de kleine politiek”. Wat kom je tegen als je naar de supermarkt, de dokter, je werk gaat of gewoon op straat loopt? Hoe ga je om met je vrienden? Hoe was het feestje waar u onlangs was? Wat doet de mobiele telefoon en internet met je sociale netwerk? Maken uw vrienden nog iets over naar Amnesty International? Kijk niet naar misdaadstatistieken maar vraag je af wie er in jouw omgeving voor het laatst is beroofd en wanneer. Als je je ogen openhoudt zie je het gevaar vaak heus wel aankomen. U zult er een stuk rustiger van slapen...

Baudrillard heeft het in de zeventiger jaren al haarfijn (nou ja, enige drugsconsumptie bij het lezen van zijn teksten is aan te raden) uitgelegd: er zijn twee werkelijkheden. De eerste werkelijkheid is de “gewone”: u gaat naar de supermarkt, u gaat naar uw werk of u ligt lekker te slapen, de “werkelijke” werkelijkheid, zullen we maar zeggen. De tweede werkelijkheid is de werkelijkheid van de media en de reclame. Baudrillard stelt dat deze werkelijkheid de “werkelijke” werkelijkheid totaal overvleugeld. Neem terrorisme: omdat de media het allemaal bij u thuis brengen, wordt u toch best wel een beetje bang en ziet u overal ineens achtergelaten tassen en enge mannen met baarden en priemende ogen. Bizar, want de kans om bij een terroristische aanslag om te komen is natuurlijk miniem vergeleken met de kans dat u omkomt tijdens een van uw bezigheden in de “werkelijke” wereld. Maar de opgeroepen angst leidt tot buitensporig veel inspanning: identificatieplicht, fouillering, afluistering. Veel onschuldige moslims worden gepiepeld, deze gaan daar dan weer extra van balen zodat dit allemaal uiteindelijk weer leidt tot meer onrust en terrorisme. Dit is prachtig weergegeven in een recent door een kunstenaar ontwikkeld computerspel. U knalt met uw mega-gun terroristen neer, maar in de onvermijdelijke “collateral damage” worden steeds onschuldige burgers geraakt. Deze veranderen vervolgens in terroristen en binnen de kortste keren zijn er meer terroristen dan u kunt neerknallen. U verliest, het spel valt niet te winnen. Zo wordt de “werkelijke” werkelijkheid een afspiegeling van het beeld van de werkelijkheid in de media, een letterlijk omgekeerde wereld waarin in een virtuele wereld bepaalt hoe de werkelijke wereld er uit ziet.

Maar ik kan er wel op afgeven: de virtuele wereld valt niet te ontkennen en is onderdeel van de werkelijkheid en zit in de hoofden van iedereen. Hoe dan hiermee om te gaan? Leerzaam is het optreden van de Nederlandse regering bij de Molukse treinkapingen in de jaren zeventig. De Molukkers hadden het Nederlandse leger gediend en konden na de onafhankelijkheid niet meer in Indonesië blijven. Ik weet nog dat ik als kind langs kamp Vught reed, een voormalig concentratiekamp dat eruit zag als militaire varkensschuur. Als kind was ik geschokt toen mijn ouders vertelde dat er geen zware criminelen zaten. De kaping zelf werd neergeslagen kompleet met F-16’s. Dit zou je kunnen zien als het optreden in de virtuele wereld: in de media moet je je spierballen laten zien. Maar daarna kwam er achter de schermen een dialoog op gang en verhuisden de Molukkers onder meer naar nieuwbouw in VINEX-wijken. Nooit meer van iets van Moluks terrorisme gehoord. En als angst niet zo handig was om herkozen te worden, had Bush hier iets van kunnen leren.

De virtuele wereld gaat verder dan u denkt. Ik durf te wedden dat u meer mensen van TV kent dan uw hele sociale netwerk van vrienden en collega’s bij elkaar. Als je daar eens goed over nadenkt is dat echt te bizar voor woorden: veel meer mensen dan u denkt delen meer emoties met soapkarakters dan met “werkelijke” mensen. Maar ook de zogenaamde betere bladen als NRC Handelsblad en de Groene Amsterdammer zijn al jaren vergeven van de loze mediapolitiek. Ik ervaar een steeds grotere afstand tussen mij en deze bladen. Las ik eerst nog de zaterdageditie van de NRC, tegenwoordig scan ik alleen koppen op zoek naar echt nieuws.

Wat dan wel? De VPRO-gids is erg goed in nieuwe trends en trends in de media. Of een semi-zweverig blad als ODE die af en toe echt iets verrassends brengt. En natuurlijk filosofie, voor de echte achtergronden zullen we maar zeggen. En wetenschap en technologie, vaak drijvende factoren van onze maatschappij, maar helaas nog een beetje lijdend onder een jonge jongetjes-imago. Maar vooral: de buurman, de bejaarde, de single, de politieagent, iedereen die in levende lijve voor uw snufferd staat. Maar geen Volkskrant, HP de Tijd of Trouw. Van mij zult u in de komende columns waarschijnlijk geen reactie op een onderwerp vinden dat langer het nieuws beheerst dan drie dagen. Want wat zijn de media anders dan een permanent loos alarm? Oordoppen in en goed blijven kijken en praten, zou ik zeggen.

Hans Kennepohl is redactielid van Felix & Sofie en organisator van de Maand van de Filosofie

49

Hans Kennepohl