Positivisme

door Rinus Vermuë

(1 april 2005)

In de media wordt mij de laatste tijd een wereld opgediend die ik vaak helemaal niet herken. Over welk land zouden ze het hebben, denk ik, als ik ze hoor over een bananenrepubliek, een op handen zijnde staatsgreep of een onafhankelijkheidsverklaring. Maar dan blijkt het gewoon over Nederland te gaan. Wat is er aan de hand?

plaatje Geert Mak gaf een eerste aanzet met zijn alwéér uitverkochte pamflet, en door Hubert Smeets’ nabespreking werd het me helder: een intellectuele elite is met de beeldvorming aan de haal gegaan.

Drie maanden na de moord op Theo van Gogh probeert Geert Mak een m.i. fatsoenlijke analyse over ‘de nieuwe toon die opeens was gezet’ (Gedoemd tot kwetsbaarheid). Het valt hem op dat de reacties dermate heftig waren en de voorgestelde maatregelen zo draconisch dat je van ‘een handel in angst’ kon spreken. Degene die het best de aandacht op zich gericht wist te houden als verslaggever of bestrijder van het gevaar had succes. Maar dan moest de angst voor dat gevaar er wel ingehouden worden. Daar lijken opiniemakers en politici dan ook flink mee bezig. Het gaat bergafwaarts, het is oorlog, de ander heeft het gedaan, etc.

VVD-consulenten Kees Berghuis en Luuk van Middelaar verslikken zich in dat ‘handel in angst’ en betichten Mak van ‘vuile insinuaties’ (Volkskrant, 25-2-05). Ze schrijven weinig te herkennen uit zijn boekje en sneren dat Maks overige werk alleen maar goed lijkt, omdat ze wat daar beschreven is niet zelf hebben meegemaakt.

Ook diarreticus Leon de Winter schuttert weer uit de heup (NRC, 19-3) met zijn opmerking dat Mak de schuld eenzijdig legt bij ‘de Ander, ofwel het Westen en de zionisten’, ook al is daarvan werkelijk niets in Gedoemd te vinden. Mak waarschuwt juist voor dat alsmaar de schuld bij de ander leggen, en constateert (zich daarbij beperkend tot Nederland) bij zowel links als rechts een handel in angst.

Hubert Smeets trekt de ware diagnose uit Maks boekje (De Groene Amsterdammer, 25-3-05). ‘Mak heeft een onaangename tweedeling aan het licht gebracht: de scheiding tussen de gewone burgers en het denkende deel der natie’ – met dat laatste bedoelt hij de opiniërende intelligentsia.

Dat bracht bij mij een schok van herkenning teweeg. In mijn dorp rennen de bewoners zich de benen onder hun lijf vandaan om de asielzoekers te helpen, nemen rustig de tijd voor een praatje met een vreemde en houden opendeurdiensten voor alle gezindten. Maar via de media verneem ik een soort Nederland in oorlogstijd. Geterroriseerde buurten, in portieken wegschietende mensen en een verbijsterende onbehulpzaamheid. Als ik dat zo eens aanhoor, vraag ik me af of deze rapporteurs wel eens op het platteland geweest zijn. Ook veel stedelingen zullen zich er denk ik niet in herkennen. Akkoord, er is wel eens bonje en daar moet zeker wat aan gedaan worden, maar staat Nederland dan in brand?

Al dat gekrakeel over die ‘handel in angst’ ontneemt het zicht op wat er in algemenere zin aan de hand is. De beeldvorming lijkt het te gaan overnemen van de werkelijkheid. Door de werkelijkheid zo te monteren en de getuigenverklaringen zo te bundelen dat een vreselijke toestand ontstaat, en door daarmee de kijker vaak genoeg te bombarderen, slaat vroeg of laat de angst toe. Ik hoop van harte dat de nuchtere werkelijkheid het blijft winnen van de beelden, dat de wellevende burger het wint van de opiniebrakers.

Smeets schrijft: ‘De werkende bevolking heeft genoeg van de ideologisering van elk ongerief’. Ik help het hem hopen. Het vereist nl moed om niet met de meute mee te huilen dat het zo slecht gaat, dat het zo onveilig is, dat het de schuld van de PvdA is. Dat is de nieuwe Verlichting waar deze tijd om vraagt: heb de moed op je eigen werkelijkheid te vertrouwen.

Rinus Vermuë is filosoof en biologisch akkerbouwer te Luttelgeest

45 / Laatst gewijzigd: 03-Sep-2006

Rinus Vermuë