Nationalisme

door Rinus Vermuë

(1 januari 2005)

Het was me het Nederlandse jaartje wel. De nationale borstklopperij steeg tot absurde hoogte met de uitverkiezing van beste Nederlandse geschiedenisfiguur via het mooiste Nederlandse woord tot de beste Nederlandse oliebol – met in de laatste categorie Pim Fortuyn op de eerste plaats vanwege zijn gladde voorkomen.

plaatje Zelden zo krampachtig mensen zien hunkeren naar iets wat de natie bindt, wat het volk uittilt boven de naamloze massa, wat iets geeft om trots op te zijn. Allemaal uit vrees dat Nederland zijn kracht verliest, zoals een obscure paginagrote dagbladadvertentie op oudejaarsdag beweerde.

Maar zal ik u eens wat vertellen? Nederland bestaat niet! Sinds Bolkestein, die dit najaar nog een lans brak voor een zelfbewuste Leitkultur, een maand later de hulp van Marokko inriep voor onze binnenlandse aangelegenheden, weet ik het zeker: Nederland bestaat niet en heeft nooit bestaan. Hoe dat zit? Wel…

Ons Leitmotiv, zei Herman Pleij ooit, is onze eeuwige strijd tegen het water. Dat heeft geresulteerd in dat vervelende waarschuwende vingertje, eerst bestemd voor de ingelanden om de dijken sterk te houden, nu voor iedereen die de krant maar opslaat om te vechten voor een krachtig Nederland. Het mag waar zijn, maar evengoed zijn we gek op het water omdat er zoveel handel in om-, langs- en doorgaat. We strijden dus tegen het water, maar tegelijkertijd koesteren we het als een vriend. Deze dubbele verhouding met het water verklaart veel meer over Nederland en staat bekend als die eigenaardige mengeling van domineesvinger en koopmansgeest.

Deze koopmansgeest zweeft over domineesland als een subtiele mist van loven en bieden. Het wonen op een kruispunt van handelswegen aan de Noordzee brengt met zich mee dat we handig moeten inspelen op de toevallig langskomende goederen die anderen willen hebben. Ten einde de handel zo soepel mogelijk te laten verlopen ziet de Nederlander het als zijn voornaamste taak niet te moeilijk te doen, niemand voor het hoofd te stoten, het ieder naar de zin te maken, de weg vrij te maken, etc. Een exemplarisch symptoom daarvan is het bord juist buiten Amsterdam aan de A1 met daarop Berlin 653 km, København 773. Als ik me niet vergis staat aan de A2 een soortgelijk bord voor Köln en Paris. Terwijl Duitsland tot een meter voor de grens met Nederland Arnheim blijft schrijven, wegwijzert Nederland er in alle vreemde talen op los. Juist dit soort signalen geeft Nederland zo’n tolerante uitstraling. Het bord zegt: Nederlanders cijferen hun moerstaal weg als ze iemand anders kunnen helpen. Met andere woorden: Nederland bestaat niet. ‘Wegwijzer’ krijgt hier een heel bijzondere dubbele betekenis van iemand anders de weg wijzen, terwijl je jezelf weg wijst.

Maar moeten we dit erg vinden? Moeten we Nederland hier dwars tegenin op de kaart zetten met zijn eigenschappen als ‘vrijheid, solidariteit, barmhartigheid, saamhorigheid en vastberadenheid’? Alsjeblieft niet zeg. Al die eigenschappen zijn voortgekomen uit een economisch pragmatisme en als we dat gaan uitdragen, slaan we net zo’n pleefiguur als wanneer een oliebol premier zou zijn geworden. Niet doen! Het charmante aan Nederland is juist dat het niet bestaat. Dat het iedereen laat rollebollen en hakketakken ter meerdere eer en glorie van de eigen portemonnee, een oude traditie die al in de 17de eeuw de Nederlandse uitgeverswereld tot grote bloei bracht. Uit heel Europa kwamen ze hier hun boekjes drukken omdat ze hier niet moeilijk deden. Het charmante aan Nederland is dat het zo tolerant is, ook al zie je duidelijk dat het een berekenende tolerantie is. Maar bespaar me de gedachte dat Nederland bestaat. Wij een Leitkultur? Lamenielachen! De homo pragmaticus is neergestreken in een delta aan de Noordzee, en dat is het enige wat Nederland bindt.

Ons enige Leitmotiv is dat wij geleid worden.

Rinus Vermuë is filosoof en biologisch akkerbouwer te Luttelgeest

42 / Laatst gewijzigd: 02-Jan-2009

Rinus Vermuë