The battle of the fictions

door Rinus Vermuë

(1 december 2003)

Terwijl de ontdekking van de hemel net op film is vastgelegd, lijkt de verfilming van de aarde verder weg dan ooit. Elke fictie verbleekt bij de gebeurtenissen uit het jongste verleden. Frédéric Beigbeder vindt zelfs dat de fictie wordt ingehaald en vernietigd door de gebeurtenissen. Zo lees ik althans in Martin de Haans mooie recensie van Beigbeders nieuwe boek ‘Windows on the World’ (Volkskrant, 31-10-03). De Haan vraagt zich overigens af of de werkelijkheid niet juist wordt ingehaald door de fictie. Een interessante kluif voor cultuurkauwers.

plaatje Een waargebeurde anekdote vooraf. Een vriend stond in de rij van de boekwinkel en hoorde een conversatie van de wachtenden voor hem. ‘Die toren zakte zo in elkaar, terwijl de mensen nog bezig waren eruit te springen’. Nu weten we waar we die conversatie moeten plaatsen, maar die vriend, nog van geen nieuws bewust, meende dat een nieuw boek werd naverteld.
Hij meende dat het fictie was omdat het vertelde hem zo onwaarschijnlijk in de oren klonk.
Maar nee! Het was geen fictie, het bleek werkelijkheid. De werkelijkheid bleek gruwelijker dan schrijvers ooit hadden durven fantaseren.
Beigbeder lijkt dit idee te belichamen in zijn ‘Windows on the World’ (genoemd naar het restaurant bovenop het WTC-gebouw) dat zich afspeelt tijdens de aanslag. Maar hij gaat verder. Hij schrijft: ‘Sinds 11 september 2001 wordt de fictie niet alleen ingehaald door de werkelijkheid, maar ook vernietigd’. M.a.w. terwijl je het schrijft knalt een Boeing je verhaal te pletter. Boing! Beigbeder verzinnebeeldt deze verplettering door een schrijver de toestand in het restaurant te laten verzinnen ten tijde van de crash.
De Haan stelt echter omgekeerd dat de werkelijkheid is ingehaald en vernietigd door conflicterende ficties. Over welke ficties hebben Beigbeder en De Haan het nu?

Onder fictie valt allereerst het verhaal zoals dat uit de pen van de fantaserende schrijver vloeit. Fictie komt van fingere = verzinnen. Maar niet alleen verhalen, ook allerlei kunstwerken en architectonische hoogstandjes die als tekens van beschaving zijn opgericht kunnen als fictie worden opgevat. Beigbeders Windows bijvoorbeeld.
De Haan heeft het over conflicterende ficties, en daarin kunnen we de botsende beschavingen van Samuel Huntington lezen, of strijdige ideologieën, of opponerende identiteiten. De mensen herkennen zich in deze ficties, compleet met arbitraire symbolen, waardepatronen, (valse) geschiedschrijving. Men zou dus, met De Haan, de aanslagen van 11 september het resultaat kunnen noemen van conflicterende ficties. Over de rug van de werkelijkheid vechten mensen de suprematie van hun fictie uit.
De Haan eindigt zijn recensie met een oproep aan romanciers. ‘Op 11 september 2001 werd de fictie niet ingehaald en vernietigd door de werkelijkheid, maar bleek duidelijker dan ooit tevoren dat de werkelijkheid is ingehaald en vernietigd door conflicterende ficties. Dáár ligt de echte taak voor een bijdetijdse romancier’. Pardon, wáár?

Het probleem van deze voorstelling is dat veel mensen hun setje overtuigingen helemaal geen fictie vinden. Integendeel. Tallozen weten hoe God, Allah of de natuur het bedoeld heeft en werpen zich op als ware pleitbezorgers van diezelfde God, Allah of natuur. Hun leer is geen fictie maar heilige waarheid, en de vijand moet als goddeloos of cultuurrelativist bestreden worden. Dit patroon is herkenbaar niet alleen bij Al-Qa’ida maar ook bij de Edmund Burke-stichting. Beide bewegingen vinden hun eigen doctrine een onwrikbaar en onveranderlijk richtsnoer voor de ware inrichting van de regio/het land. Ook het conservatief manifest noemt zijn beginselen ‘geheiligd’ en ‘waar’, i.t.t. tot die vermaledijde cultuurrelativisten, die geloven ‘dat alle culturen even waardevol zijn’ en ‘dat de waarheid niet bestaat’.

Ik weet niet of de vraag is of de werkelijkheid door de fictie dan wel de fictie door de werkelijkheid wordt ingehaald en vernietigd. Je kunt, met een synthese van Beigbeder en De Haan, evengoed beweren dat de ene fictie de andere fictie bestrijdt in een apocalyptische battle of the fictions. Maar deze strijd wordt niet beslecht zolang de ene groep mensen gelooft in een heilige waarheid en een andere groep beweert dat het maar gevaarlijke fictie is. En evenmin wanneer de laatste groep oprecht de dialoog zoekt, maar de eerste groep daarop antwoordt dat het maar relativistisch of goddeloos geneuzel is. Het blijven steken in deze tegenstellingen zie ik als het grootste probleem van deze tijd.
Het vereist grote literatuur die bij machte is deze patstellingen open te breken. Er ligt een taak voor de schrijver om zich op te werpen als interim-redacteur van de toekomst. Salman Rushdies ‘Duivelsverzen’ was een magistrale poging om te laten zien waar heilige teksten, en het getouwtrek eromheen, op kunnen uitdraaien. De roman was een protest, zo schrijft hij in ‘Vaderland in de verbeelding’, tegen de opvatting dat de wereld heel duidelijk ‘Dit’ is, en niet ‘Dat’. Het heeft niet mogen baten, wat u zegt. Daarom zou ik alle schrijvers willen oproepen: fingere, fingere!
En dan niet van die schrijfkrampen van Leon de Winter in Trouw, of de inktstuipen van Oriana Fallaci, maar lucide romans graag, die, zoals Rushdie zo mooi zei, nieuwe deuren openen in onze geest.

Rinus Vermuë is filosoof en biologisch boer

33

Rinus Vermuë