Vreesvee

door Rinus Vermuë

(1 februari 2001)

Er wordt wat afgevreesd tegenwoordig. De ene ellende is de wereld nog niet uit of we vrezen alweer de volgende. Kernafval, broeikaseffect, ozongaten, gifaardbeien, varkenspest, BSE… Telkens is er wel een dreiging die ons geweten uit zijn slaap houdt, die ons tot actie aanspoort, al was het maar door ons te onthouden van aanschaf van kernenergie of runderlapje. Maar is de vrees wel altijd op een specifieke zaak gericht, of is er sprake van een blinde angst?

plaatje Ja, we leven in een angstsamenleving, schreef laatst een columnist. En in deze angst schuilt het grootste gevaar, schreef een ander. Maar… dan zouden we maar wat achtermekaar aan vrezen, als een kudde vreesvee zonder reden!? Hoe zit dat?

In mijn pathologische hang naar twee-, drie- enz.-delingen, eerst maar eens de scheiding tussen vrees en angst, een scheiding die ook Heidegger aanbrengt. Vrees, staat in de Van Dale, is altijd gericht op iets, terwijl angst geen object heeft. In bovenvermelde gevallen bestaat er een vrees voor verhoogde zeespiegel, melanomen, Creutzfeldt-Jakob, etc. Van angst kan men niet echt spreken. Daarom is angst een slechte raadgever, omdat zij in de schulp doet kruipen of naar voren doet vluchten, zonder dat de oorzaak van de angst kan worden weggenomen. Bij Heidegger manifesteert zich in de angst het Niets, dat filosofische nulpunt, vanwaaruit we het Dasein kunnen voltrekken. Alleen daarom heeft de angst zijn existentiële functie. Als de angst niet specifieker is dan een vage maar diep doorvoelde angst voor de ‘hellen Nacht des Nichts’, dan heeft het geen functie voor problemen die weliswaar het daglicht niet kunnen verdragen, maar toch midden op de klaarlichte dag van het Zijn zich voordoen.

De vrees is dus voor specifiek onheil, angst is voor niet te specificeren onheil. In alle bovengenoemde gevallen is het onheil te specificeren: slachtoffer worden van een uit de hand gelopen technische ontwikkeling. Dat vrezen we dus. Nou en?
Een volgende tweedeling (echt, de laatste) helpt ons verder: je hebt gegronde vrees, en ongegronde vrees. De vrees dat je een tumor krijgt door veelvuldig gebruik van een gsm lijkt ongegrond, althans, er is (nog) geen oorzakelijk verband aangetoond. Hetzelfde geldt voor de relaties tussen Creutzfeldt-Jakob en BSE-vlees, leukemie en verarmd uranium, etc. De vrees dat je door deelname aan het verkeer een ongeluk krijgt, is wel gegrond – de kans op ongelukken is vele malen groter.
Het vreemde is nu dat vrees, of hij nu gegrond is of ongegrond, de ene keer wel, en de andere keer niet tot veranderd koopgedrag leidt. De verkoop van vlees keldert, maar niet die van de gsm of de auto. Is de consument nu eigenlijk hartstikke dom, en laat hij zich op de golven van elke hysterie naar beneden sleuren, of wat?
Toegegeven, ik denk dat de consument niet verschrikkelijk slim is, daarvoor hoef ik alleen maar naar mijn eigen koopgedrag te kijken. Maar de consument is zich wel bewust van zijn macht. Stemmen voor ander beleid kan maar eens in de vier jaar, maar als een product je niet aanstaat, dan kan je eerder je invloed uitoefenen. Stemmen met je benen, heet dat in marketingjargon: je loopt naar een ander. Maar om nu elke massale gedragswijziging plat te slaan tot onberedeneerbare hysterie gaat me te ver. Mensen laten door ander koopgedrag ook een protest horen tegen ongewenste toestanden. En dat klinkt redelijk.

Hoe is het mogelijk dat ze koeien tot kannibalisme dwingen, schreven opiniemakers verontwaardigd. Om er dan in een adem aan toe te voegen dat de volksangst voor Creutzfeldt-Jakob ongegrond is. Maar zou het niet zo kunnen zijn dat veel meer consumenten verontwaardigd zijn over het feit dat koeien diermeel te eten krijgen? En dat de plotselinge afkeer van het rundvlees in belangrijke mate een ethische afkeer van sommige rundveehouderij-praktijken is? Of schat ik de consument te hoog in? Is hij vooral een hysterisch kuddedier dat goedkoop wil eten?
Ik denk het niet. Producten, food of non-food, worden in toenemende mate gepresenteerd met een imago. Buckler is sukkelig, dus uit, Brand is authentiek, dus in… dat soort kreten. De strijd om het marktaandeel is een strijd om het beste imago. Toen Shell wat ‘fout’ deed in de Noordzee, kostte dat klanten en alleen dat was de reden dat ze de Greenpeace-eisen inwilligde en de Brent-Spar demonteerde. Zou er één automobilist geweest zijn die vreesde dat die-benzine-van-dat-afgzonken-boorplatform zijn leven zou bekorten? Was hier angst in het spel? Welnee! Ander voorbeeld: toen Frankrijk een atoomproef deed bij Mururoa kostte dat veel wijnboeren klanten. Was er één wijndrinker die vreesde dat je van Franse wijn leukemie zou kunnen krijgen? Welnee. Hij liet het product waarvan het imago hem niet zinde, staan. Er zijn meer voorbeelden te noemen waarbij een massale omslag in koopgedrag niet valt te verklaren door ‘angst’ maar wel door een breed gedragen morele aversie van een zekere handelwijze.
De consument weet dat de macht van zijn beurs de enige macht is waarover hij beschikt. Ik denk, al weet ik het niet zeker, dat de reactie op het runderlapje voor een groot deel te interpreteren is als een oproep om koeien anders te voeren. (Dat hoop ik maar, want dat maakt de consument, en mij daarbij, een stuk rationeler.) De reden voor de koopomslag is in dat geval geen angst, noch vrees, maar verontwaardiging, met als diepere ethische stelling dat een koe geen diermeel hoort te eten.
Waarop is dat dan weer gebaseerd, vraag ik u af? Tja, dat is nog eens een fundamentele stelling waarop ik als filosofische omnivoor een tijdlang kan kluiven. Wordt die laatste stelling misschien toch gevoed door angst, nl. de angst dat we een grens overschrijden?

Rinus Vermuë is filosoof en biologisch boer

3 / Laatst gewijzigd: 02-Sep-2006

Rinus Vermuë