Overal loert het gevaar

door Rinus Vermuë

(15 april 2003)

Nou ja, kijk, de oorlog bijna afgelopen, eindelijk veilig zou je denken, en ik val me daar in een gat. Gelukkig proberen de media de boel nog een beetje te rekken.

plaatje Iedereen mocht in de afgelopen weken zeggen wat de oorlog met hem deed (is het u ook opgevallen dat er geen vrouw in de studio’s te bekennen viel?) Al die kerels mochten hun zegje komen doen. Eerst natuurlijk Bertus Hendriks, Midden-Oostenkenner van de Wereldomroep – wereldvent, die Bertus. Kijkt als een echte mollah in zijn handen tijdens het uitspreken van zijn analyses, en probeert zo goed mogelijk een lijn te brengen in de toestand in het Midden Oosten en in de onsamenhangende vragen van de niet luisterende Philip Freriks. Voorwaar geen makkelijke klus.
Verder natuurlijk een hele rits oorlogsdeskundigen, van Ko Kolijn via minister van buitenlandse zaken Bernard Hammelburg tot Rob van Wijk. En allemaal beginnen ze hun relaas met ‘Nou ja, kijk’, alsof we er zelf ook wel op hadden kunnen komen.
Zodra bleek dat oorlog goed was voor de kijk- en luistercijfers – geen hond was nog geïnteresseerd in de kippenpest – ging de schuif helemaal los. Radio en tv vroegen wat de oorlog doet met Nederlanders in de buurlanden van Irak, met schrijvers en columnisten alhier, met eenvoudige Drenten, met fotografen, met Irakezen in Nederland, met politici en burgemeesters. De laatst geconsulteerde groep is ‘de luisteraar’, die mag doorsms-en wat de oorlog met hem doet. Ten einde de kijk- en luistercijfers op niveau te houden, zal de serie wel verlengd worden, ook wanneer de oorlog helemaal is uitgevochten. Dan wordt het niet ‘wat doet de oorlog met u’, maar ‘wat deed de oorlog met u, waar was u, welk beeld heeft u het meest geschokt, geloofde u alles wat ze u lieten zien, was u niet ook een beetje verward toen de Amerikanen zo snel opschoten, terwijl u eerst tegen ingrijpen was?’
Dan zullen al snel boekjes over de oorlog het licht zien. Over alle facetten van de oorlog, alle feiten en ficties, en wat de oorlog overal deed met iedereen en nog wat. Over een maand of wat zullen hier en daar misschien zelfs vrouwen gevraagd worden wat de oorlog met hen deed, en Irakezen in Irak, en allerlei marginalen die nog nooit geïnterviewd zijn. En dat wordt dan allemaal gebundeld in boekjes met columns, meningen en ervaringen. Ik denk dat er helemaal aan het eind ook wel een boekje in zit over wat de oorlog deed met mijn kamerplanten, met als meest opzienbarende quote die van mijn kleinbladige varen, dat dubble-U Bush niet de vertaling is van Wouter Bos maar een acroniem van bull shit, een uitstekende varenbemester.

Ja, en wat dan? De kijk- en luistercijfers duikelen als er niet snel een nieuw en groots item wordt bedacht. Een onderwerp met veel Ab Osterhaus aan tafel en deskundigen van het instituut voor riskante betrekkingen, Slangenkuil. Ik stel voor: gevaar in het algemeen. Ja! Daar kunnen de media bovenop springen, als vliegen op een Amerikaans lijk, als een rookmelder op een smoking gun.

Overal loert het gevaar! Niet alleen in de aanwas van de Abou Jajahs, ook in de openlucht, in de voedselketen en in de gezondheidszorg. Moet ik geen mondkapje dragen tegen de SARS, zijn mijn aardappeltjes nog wel gezond, ligt er niet toevallig een overdosis vuurwerk naast de deur opgeslagen?
Gelukkig doet de overheid haar best om alle calamiteiten in te dammen, ook al is hier en daar het kalf al verdronken, de SARS uitgebroken en de zaak ontploft.
Wat de overheid hier eigenlijk aan het doen is, is van een overheidsprobleem een individueel probleem maken. Ofwel van risico’s die de overheid moet beperken, maakt men risico’s die voor rekening van de burger komen. Dat impliceert dat er twee categorieën risico zijn.
Tot de ene categorie horen risico’s die je kent of door ervaring kunt inschatten, en die je op eigen verantwoordelijkheid durft te nemen. Bijvoorbeeld het deelnemen aan het autoverkeer. Levensgevaarlijk, maar desondanks blijft iedereen dagelijks in zijn auto stappen voor weer een dodenrit. Ach, zo’n vaart loopt het niet, zegt men desgevraagd.
In de tweede categorie zitten risico’s die je nooit helemaal kunt inschatten, maar die wel worden genomen over jouw hoofd heen, zonder dat je er zelf van wist. En als je ervan zou weten, zou je er nooit de verantwoordelijkheid voor willen dragen. Voorbeeld daarvan is een vuurwerkopslagplaats naast de deur.
Wat de overheid nu dus probeert te doen, is alle overheidsrisico’s reduceren tot burgerrisico’s. Bijvoorbeeld vuurwerkopslagplaatsen moeten naar afgelegen gebieden. Als er dan wat gebeurt heeft de overheid zijn best gedaan, de rest is voor de burger. Het eind van het liedje kan zijn dat je om vuurwerk te kopen je zover moet rijden met de auto dat er meer mensen zullen omkomen door een auto-ongeluk dan door een vuurwerkramp. Tja, da’s dan eigen schuld dikke bult. De overheid kan er hooguit nog een paar rotondetjes tegenaan gooien, maar dan houdt het ook wel op. En daar zeg ik ook niks van.
Is de wereld er met deze moderne wending naar het subject ook veiliger op geworden? Misschien een heel klein beetje. Maar om der wille van de kijkcijfers zou ik dat niet te hard roepen. Nee, achter iedere boom kan een tak naar beneden suizen, in elke politieke beweging schuilt een burgeroorlog, elk ei kan je een akelig-fatale ziekte opleveren. Daarom wordt er bij de overheid op aangedrongen om alle paashazen nog deze week te ruimen ivm het gevaar van vogelpest, het eierzoeken te verbieden en de kippetjes uit het assortiment boerderijdrop te laten inslapen. En bij brand zal voortaan niet de rode haan kraaien maar de vuursalamander. Een commissie onderzoekt nog of die wel kraait.
Ten slotte is de hele samenleving geïmmuniseerd tegen claims, en is iedereen zelf uiteindelijk de klos. Dan is alles voor iedereen zo veilig gemaakt, dat niemand meer veilig is. Anymore questions?

Rinus Vermuë is filosoof en biologisch boer

26

Rinus Vermuë