Duurzame verontwaardiging

door Rinus Vermuë

(1 april 2003)

Om maar met de deur in huis te vallen: ik heb een groot probleem. De Engelse afnemers van mijn biologische producten hebben als eis dat binnen een straal van tien kilometer geen gentech-gewassen mogen groeien. De Nederlandse overheid heeft toestemming verleend voor een gentech-proefveld op 5 km van mijn biologische boerderij. Een bezwaar hiertegen diende voor de Raad van State, maar werd niet ontvankelijk verklaard. Mijn wortels, goed voor een kwart van mijn inkomsten, heb ik voor niets gezaaid. Voor mijn aardappels, haver en suikermais valt hetzelfde te vrezen.

plaatje Mijn boerderij wordt in zijn voortbestaan bedreigd en we hebben geen geld voor een bodemprocedure (€ 10.000). Op de langere termijn doemen nog meer problemen op. Een daarvan betreft de integriteit van ons product: biologische klanten kunnen we in de toekomst geen gentech-vrije producten garanderen.
Maar laat ik het praktisch-filosofisch proberen te houden. Hoe vind ik universeel geldende argumenten die niet aan het nimby-syndroom lijden?

Ik weet het. Geen technologische ontwikkeling zal ooit door morele verontwaardiging definitief kunnen worden tegengehouden. Dat schreef W.F. Hermans al in 1966. Maar wat ik wel wil beverontwaardigen is het punt van de verantwoordelijkheid in nieuwe ontwikkelingen, preciezer gesteld, de aansprakelijkheid.
Ook spuitmiddelen werden ooit door de industrie gepropageerd als louter nuttige hulpmiddelen die gegarandeerd afbreekbaar heetten te zijn. Maar eind jaren 1980 bleken de middelen wel degelijk in het drinkwater door te sijpelen en als residu achter te blijven in het eten. Niet de chemische industrie kreeg hiervan de schuld maar de boeren. ‘Boeren spuiten maar voort’, is een krantenkop uit die dagen. Nog steeds gaan veel boeren gebukt onder dit spuitimago – behalve de biologische boeren die rond die tijd massaal hun EKO-biezen pakten.
Nu komt er dan een nieuwe ontwikkeling aan die ondanks waarschuwingen van onafhankelijke onderzoekers als louter nuttig en onschadelijk wordt aanbevolen. Even afgezien van de schandalige praktijken rond patenten (Afrikaanse boeren moeten voor hun eeuwenoude gewas betalen omdat een Amerikaans bedrijf het gepatenteerd heeft) zijn de twijfels echter te groot om haar met gejuich te ontvangen. Wat zijn de gevolgen bij grootschalige toepassing voor gezondheid en ecosysteem? Nog niets over bekend. En als straks wilde soorten uit het milieu verdwijnen door verontreiniging met ‘zwevende genen’ van gemanipuleerde soorten (introgressie), wie is dan aansprakelijk? De boer? De industrie die het de boer onder mooie beloften aansmeerde? En als straks mijn biologische planten worden besmet door zwevende genen van de planten van mijn collega, wie is dan aansprakelijk? Mijn collega? Of de industrie? Is nog niets over geregeld.
Maar er waait toch niks over, zult u zeggen. Dat verzekert de wetenschap ons toch? Ja, ja. Net als ze ons destijds verzekerden dat er geen gif naar het grondwater uitspoelde.

Om te voorkomen dat we een reprise van het gifschandaal gaan beleven, dient duidelijk te worden waar de aansprakelijkheid ligt. Mijn mening is: net zoals een autofabrikant aansprakelijk is als bij een serie auto’s een constructiefout is geconstateerd, zo moet ook een gewasfabrikant aansprakelijk gesteld kunnen worden als er iets over het hoofd is gezien, zoals zwevende genen, aantasting ecosysteem, en mogelijk andere zaken waarvan ze nu zeggen dat ze zich niet zullen voordoen. Het verschil met de autobranche is natuurlijk dat de plantenveredelaars geen genen terug kunnen roepen. Maar er kunnen wel regels worden opgesteld om te voorkomen dat dat nodig is.

Telkens denk ik: is mijn kruimel iets waard op de rok van het alsmaar uitdijende universum? Wat zal ik me druk maken, in Irak woedt een oorlog, en over 100 jaar lopen we allemaal rond in biotechnologisch versleuteld katoen.
Maar over 100 jaar is de Bush-Saddam-vete ook alleen maar bekend als de eerste en de tweede Golfoorlog. Niks eternal justice, zoals George de Jongere de actie wilde dopen, maar een ordinaire campagne naar een opstandig wingewest. Eternal, eeuwig, deed te veel denken aan de dag des oordeels, waarop engelen uitgaan om voor eeuwig ‘de bozen van de rechtvaardigen af te zonderen, en zij zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal geween zijn en tandengeknars’ (Mattheus 13:49-50). En de actie werd schielijk herdoopt in enduring freedom. Dat klinkt al een stuk minder onsterfelijk belachelijk.
En míjn missie is toevallig duurzame landbouw. Maar make no mistake! Ik ben niet tegen de komst van het proefveld omdat ik biologisch boer ben en in de buurt woon (dat riekt naar eigenbelang en ‘not in my backyard’), nee, ik ben biologisch boer geworden omdat ik me tegen zulke van bovenaf over mij uitgeworpen ellende keer. Dat is precies wat de Duitse socioloog Ulrich Beck, schrijver van Risikogesellschaft (1986), ‘reflexieve modernisering’ noemde. Ik moderniseerde niet met het oog op hogere productie maar juist uit bezorgdheid ‘om haar onbedoelde gevolgen, risico’s en grondslagen’. En nu overkomt juist mij dit!
Dat Beck de wereld langzaam ziet voortschrijden naar een ‘reflexieve utopie’ krijgt in dit geval een zeer cynische dubbelzinnigheid. Reflexief betekent voor Beck: je eigen onwetendheid toegeven. Maar reflexief kan ook betekenen: terugkijkend op een eerder soortgelijk geval. Kwam mijn industrie er toen ook goed mee weg? Dan doe ik het nu weer.

Ik wil uit alle macht de komst van dit proefveld voorkomen, niet alleen omdat het mijn boerenbestaan direct bedreigt, maar ook omdat ik niet wil dat het in de openlucht aangelegd wordt zolang er nog zo veel twijfels zijn. Ik wil uit alle macht dit proefveld voorkomen, maar ik sta machteloos. Moet ik mijn zeis vast haren?

Rinus Vermuë is filosoof en biologisch boer

25

Rinus Vermuë