‘Het broeikaseffect bestaat’ desda het broeikaseffect bestaat.

door Rinus Vermuë

(1 november 2002)

Het blijft sappelen met de waarheid van sommige beweringen.
Neem nou de bewering ‘Het broeikaseffect bestaat’. De simpelste, en best bij de intuïtie aansluitende waarheidstheorie zegt dat men deze zin maar hoeft te vergelijken met de feiten om te zien of hij waar is. Daarom heet deze waarheidstheorie ook wel de correspondentie-theorie van waarheid. Een beroemd voorbeeld van zo’n theorie is Wittgensteins afbeeldingstheorie uit de Tractatus.

plaatje De wereld (alles, was der Fall ist) bestaat uit alle feiten, die op hun beurt weer zijn samengevoegd uit elementaire feiten, die zo elementair zijn dat ze onderling niet meer zijn uit te splitsen. Op corresponderende wijze is de taal op te vatten als een geheel van volzinnen, die op hun beurt weer zijn samengesteld uit elementaire volzinnen, die ook niet verder zijn te splitsen. Is het feit dat de zin beschrijft het geval, dan is de zin waar; is het feit dat de zin beschrijft niet het geval, dan is de zin onwaar.

Popper, wiens geboortedag dit jaar voor de honderdste keer is geverifieerd, vond dat Wittgenstein er met zijn surprisingly naive picture theory volkomen naast zat. Ten eerste geloofde hij niets van een isomorfie van taal en denken enerzijds en feiten anderzijds. Bovendien had hij een weerzin tegen het zogenaamde verifiëren of bevestigen van theorieën. Iemand die er een favoriete theorie op na houdt, vindt altijd wel ergens feiten die zijn theorie ondersteunen – een aan borreltafels veelvuldig gehanteerde procedure. En een correspondentietheorie doet niet anders dan feiten zoeken bij beweringen. Omdat zulks niets toevoegt aan onze kennis was Popper tegen deze praktijk.
De weerzin werd nog eens gevoed door Poppers twijfels over het idee van de ‘manifeste waarheid’. Niet-kritische rationalisten geloofden dat we, als we alle gedachten maar claire et distincte op een rij zetten (Descartes), ofwel klar machen und scharf abgrenzen (Wittgenstein), de waarheid zouden herkennen. Voor Popper was waarheid niet iets wat voor de geest gehaald of met een wetenschappelijk manifest gepresenteerd kon worden. Dat was hem allemaal veel te subjectief. Popper geloofde in een objectieve waarheid, onafhankelijk van de mens.
Tegenover het verificatieprincipe stelde Popper de falsificatie. Een theorie is pas wetenschappelijk deugdelijk wanneer zij gefalsifieerd kan worden met behulp van een tegenvoorbeeld. Ook deze methode is tot de borreltafels doorgedrongen, met als voornaamste bron Stichting Heidelberg Appeal Nederland. In het geval van het broeikaseffect zou zo’n theorie kunnen luiden: ‘Als er nog een Elfstedentocht komt, is van het broeikaseffect geen sprake’. Dus: gaat de Elfstedentocht niet door, dan houden we het broeikaseffect (voorlopig!) voor mogelijk; wordt hij wel verreden, zoeken we een betere falsifieerbare theorie. (Stichting HAN leunt in het laatste geval liever achterover en concludeert dat het broeikaseffect niet bestaat).
Het voortdurend aanscherpen van theorieën doet ons steeds verder opklimmen tot de waarheid. Toch kunnen we nooit zeggen dat we de waarheid te pakken hebben, omdat de falsificatie een voortdurend proces is dat nooit afgerond wordt met een verificatie. Dat wil volgens Popper niet zeggen dat waarheid niet bestaat. Hij gelooft zoals gezegd in een objectieve waarheid. Maar waarheid is volgens Popper iets wat we weliswaar best eens zouden kunnen bereiken, doch zonder dat ooit te beseffen. In die zin is de zoektocht naar waarheid een unended quest (titel van zijn autobiografie), die hij in een interview eens vergeleek met het zoeken in een donkere kamer naar een zwarte hoed die er misschien niet eens ligt.

Toch kon Popper niet zonder een vorm van ‘correspondentie met de feiten’. Want hoe weten we dat we steeds dichter tot de waarheid opklimmen? Daar is toch een beetje controle met de feitelijke wereld voor nodig?
De ‘redding’ kwam van Alfred Tarski’s ‘conventie “T”’ (van truth, niet van Tarski) in de vorm: ‘De zin “sneeuw is wit” is waar, dan en slechts dan als (desda) sneeuw wit is’. Het eerste ‘sneeuw is wit’ is dagelijkse omgangstaal, het laatste ‘sneeuw [is] wit (…)’ is metataal. Hiermee was volgens Popper de correspondentietheorie gered, want de metataal ‘beslist’ of de alledaagse bewering waar is. Die metataal draagt nl. al ‘kennis’ van welke beweringen zoal kunnen en welke niet, dwz welke beweringen corresponderen met de werkelijkheid. Mijn eerste reactie zou zijn: waarop is die metataal dan gebaseerd? Hier blijkt Popper toch de waarheid weer subjectiever op te vatten dan hij zelf zou willen. De metataal bestaat uit onze achtergrondkennis en de daarin opgenomen basic statements waaraan niet meer te tornen valt. Deze lijken me weer even subjectief (Popper draait zich nu om in zijn graf) als de elementaire beweringen van Wittgenstein.

De grap is dat Tarski niet echt een correspondentietheorie van waarheid op het oog had. Hij noemde zijn voorstel niet voor niets een semantische waarheidstheorie die tegenwoordig, vooral door toedoen van Donald Davidson als een coherentietheorie van waarheid wordt beschouwd. Dat wil zeggen dat de metataal geen beweringen aan feiten koppelt, maar beweringen toetst aan beweringen in een semantisch coherente samenhang. ‘”Het broeikaseffect bestaat” is waar desda het broeikaseffect bestaat’ houdt dan in dat de bewering ‘Het broeikaseffect bestaat’ waar is als deze bewering vervuld wordt door, en niet tegenstrijdig is met een hele rij andere beweringen. Omdat de borreltafel meestal geen geduld kan opbrengen voor deze methode blijft de waarheid slingeren tussen wellus en nietus.

Intussen steggelen milieuconferenties over welke beweringen mogen samenhangen met het broeikaseffect. Het is zover als Bruno Latour al in 1987 schreef in Science in Action, dat een natuurwetenschappelijke waarheid niet een leidend principe is maar de uitkomst van de onderhandelingen. Maar als we na lang onderhandelen overeenkomen dat de Nederlandse dijken van deltahoogte beter opgehoogd kunnen worden tot broeikashoogte, is het voor vele andere landen al te laat.

En de waarheid? Ja, het blijft sappelen. De werkelijkheid heeft het laatste woord

Rinus Vermuë is filosoof en biologisch boer

20 / Laatst gewijzigd: 06-Feb-2009

Rinus Vermuë