Cultureel ideaalbeeld: eenheidsworst of diverse groenten?

door Rinus VermuŽ

(1 februari 2000)

Verkiezingen en keuringen zijn instrumenten voor een eenheidsideaal, zowel in culturen als in subculturen.
Ik heb een zeer bekwame en intelligente boer gekend, die na 20 jaar boeren zijn boerderij verkocht, en in de zaak van zijn vrouw partner werd. Hij wilde nog wel lid blijven van het hoofdbestuur van de suikercooperatie, en stelde zich daarvoor herkiesbaar. Wat nog nooit gebeurd was, gebeurde: er werd een tegenkandidaat gezocht en gevonden, er werd voor hem gelobbyed, en de ex-boer moest na 15 jaar wijze raad het veld ruimen. Voor hem kwam een echte boer in het bestuur - de zuiverheid van de cultuur was weer veilig gesteld.

Cultuur streeft altijd naar eenheidsworst. Kan cultuur ook streven naar diversiteit, zoals staatssecretaris Van der Ploeg het wil? Met zo'n vraag roep ik natuurlijk meer vragen op dan 1000 cultuurpausen kunnen beantwoorden. Bijvoorbeeld de vraag wat is cultuur? Cultuur had bij de Grieken iets van 'in cultuur brengen' van de zeden, zoals je ook een stuk land in cultuur kan brengen. Het franse agriculture herinnert nog aan deze laatste betekenis, het betekent oorspronkelijk zoiets als land omleggen of bebouwen - het leeft in Nederland alleen nog voort in de studierichting cultuurtechniek te Wageningen.
Maar heeft cultuur wel een zeker eindideaal? In land- en tuinbouwkringen is dat nooit een vraag geweest: iedereen kan zich een moerassig gebied voor de geest halen dat na ontginning door kavelsloten en weidepaaltjes keurig is afgebakend en rijpgemaakt voor de bietsuikercultuur. Dat men daarbij altijd een ideaalbeeld voor ogen heeft kan je zien aan de vele klachten die het regent wanneer op een buurtperceel wat te veel onbekende plantensoorten woekeren (ook wel onkruid genoemd). In mijn geboortestreek bestaan ter aanmoediging van zo'n ideaal sinds jaar en dag tuinenkeuringen. De prijzen zijn omgekeerd evenredig aan de kiloís gif die erin gespoten of gestrooid zijn: 3kg. Round-up: Iste prijs; 2 kg.: 2de prijs; 1 kg.: 3de prijs. (Aanmoedigingsprijs voor 6 kg. slakkenkorrels).
In mijn geboortedorp, waar men zo zijn eigen cultuuropvattingen heeft, is al enige keren de eerste prijs met toegekend, als om aan te geven dat daar de ideale tuin nog niet is aangelegd. Op de een of andere manier klinkt dat nog erger dan ĎFinlande..., zero pointsí
Kunnen we nu ook de zeden op die manier in cultuur brengen? Bestaat er ook voor de mens zo'n cultureel ideaalbeeld? Volgens Plato, en na hem zo'n beetje 2400 jaar beschavingsideologen, was dat ideaalbeeld er wel degelijk. Plato zag de mens als iemand die door aanschouwing van het goede de vruchten van de ware deugd voortbrengt, d.w.z. de ideale harmonie van de staat weerspiegelt. Zoals het redelijk verstand, als menner van het tweespan uit de Phaedrus, de lichamelijke driften enerzijds en de geestelijke dapperheid anderzijds in balans houdt, zo is de staat een politieke uitdrukking van deze balans: de filosoof/leider houdt de lichamelijke uit de klei getrokken en daarin weer wegzinkende arbeiders aan de ene kant, en de dappere van behulpzaamheid trappelende strijders aan de andere, in een harmonieuze staat.
De ideale staat is die waarin iedereen zijn door de wijzen voorgeschreven plaats als juist herkent. De drop-outs die zich buiten deze orde houden heetten bij de Grieken idiotŤ, en sleten hun dagen op de hei. De gewillige rest laat zich vangen in de polis, en in de middeleeuwen in de feodale structuur, in spelen en toernooien hun krachten metend en hun plaatsen wetend. Een cooperatie met boerenbestuur zou in die tijd ondenkbaar zijn: boeren waren de slaven en horigen; het bestuur was aan de vrije mannen.
Deze cultuuropvatting waarin cultuur als elitaire ontginningswerkzaamheden wordt beschouwd, maakt pas na de middeleeuwen plaats voor een andere: cultuur wordt dan de door de mens zelf op de natuur veroverde burgerlijke beschaving. De goddelijke zijnsorde bepaalt niet meer wie en wat we zijn, maar onze eigen inspanningen hebben gezorgd dat we van de barbarij, van de heidense hei, van de paganistische dorpjes zijn geŽvolueerd tot de gegoede burgerij, naar de voet van de burcht.
De moderne mens herkent zich niet langer in Plato's vooraf bedisselde staatsorde, maar wel in een burgerlijke maatschappij, waarin ieder zichzelf kan bevrijden en ontplooien... als burger, medeburger en rede-burger.
De verschuiving van het platonische ideaal naar het verlichtingsideaal kent twee duidelijke karakteristieke verschillen. Bij de een is cultuur beschaving van de geest van bovenaf, bij de ander is cultuur ontplooiing van de mens van binnenuit; de een leidt tot een feodale maatschappij, de ander tot een burgermaatschappij. Maar beide worden nog geregeerd door een ideaal cultuurbeeld. De methode om zo'n cultuurbeeld af te dwingen is wederom de verkiezing. Bijvoorbeeld, de Miss Hollandverkiezingen, waarin eenvoudige tulpenbroeierdochters op basis van rationele overwegingen tot de mooiste van het land worden uitgeroepen. Rationeel, want als we Nederlandse normen zouden hanteren, dan maakten we op de Miss World-verkiezingen geen schijn van kans. Daarom werd de Miss South Africa van vorig jaar een blank meisje, volgens de jury op objectieve gronden. De boer uit mijn voorbeeld is door eenzelfde verkiezing gewipt, omdat hij buiten de normen viel.
Conclusie: of we nu in Plato's sofocratische samenleving of in een democratische samenleving naar Verlichtingsmodel wonen: het is almaar meer van het zelfde.

Een van de ontdekkingen van de 20ste eeuw is dat cultuur het niet alleen moet hebben van overeenkomst (lees: meer van hetzelfde) maar ook van verschil. Zonder overeenkomst met cultuurgenoten heb je weliswaar geen cultuur, maar cultuur veronderstelt ook verschil. Verschil niet opgevat als verschil met andere culturen, maar als intern verschil, in die zin dat de cultuur van vandaag al niet meer dezelfde is als die van gisteren. We zijn beinvloed door noormannen, portugese joden, hugenoten, handelscontacten, amerikaanse films, etc., we zijn een samenraapsel van verschillen. Evenementen als uitmarkten, braderieŽn en trekkertrekwedstrijden zijn ondenkbaar zonder hun exotische evenknieŽn. Een cultuur die nooit met zichzelf verschilt is dood of sterft uit.
Nu gaan sommige filosofen zover te beweren dat ook de mens alleen maar bestaat uit verschil. Identiteit is een voor eeuwig uitgestelde entiteit, om Derrida te parafraseren. We dragen allemaal een vreemdeling met ons mee, zegt Kristeva. Van de weeromstuit is het verschil zelf door sommigen tot ideaalbeeld verheven. Culturele identiteit moet niet behouden blijven maar juist bekritiseerd, zei Edward SaÔd onlangs bij de uitreiking van de Spinoza-lens (genoemd naar de Nederlands-Portugees-joodse wijsgeer, maar dat terzijde). Hij bedoelt daarmee dat we ons niet moeten spiegelen aan een ideaal cultuurbeeld, maar ons al discussiŽrend moeten opstellen in een multiculturele samenleving.
Hij bekritiseert culturele identiteit omdat zoiets regels vereist die beweren dat we zus zijn, en niet zo, en dat kan weer aanleiding geven tot meer discriminatie in plaats van minder. Dat is precies de grote kritiek op Van der Ploegs cultuurnota als 3 % van een gezelschap uit minderheden moet bestaan, dan moeten we dus criteria gaan aanleggen voor wat een minderheid is, met alle gevaar voor stigmatisering.
Aan de andere kant, sommige jongeren zouden juist een moord doen voor een beetje stigma - maar dat is misschien een wat ongelukkige woordspeling hier. Ik bedoel dat ze nergens aansluiting vinden en zich maar wat graag ergens aan zouden willen spiegelen. Het multiculturele samenlevingsideaal staat te ver van ze af. Doelloos en spoorloos dwalen ze af en raken vergeten in de getto's, als de nieuwe idiote. Daarvoor waarschuwde Jos van Kemenade bij zijn afscheid van het Nederlands Centrum Buitenlanders. 'Integratie is ook jezelf herkennen', zei hij. Jongeren moeten zich al was het maar aan een minimaal zelf kunnen vasthouden, in plaats van jongs af aan te worden verpulverd in integratie. Verschil lijkt dus wel in de cultuur te zitten, maar als cultureel ideaalbeeld lijkt 'verschil' vooralsnog te abstract, een brug te ver.
Toch zijn in de praktijk ook voorbeelden van identiteit als verschil te vinden. En het grappige is dat daarvoor ook een 'verkiezing' het instrument is. Het Eurovisie Songfestival is van oudsher het meest nuffige instituut van de platenindustrie. Alleen keurige zangeressen en onberispelijke zangers betraden het podium, zo hetero als een jaren í50-ideale schoonzoon, en prijzen gingen alleen naar de zoetgevooisdste liedjes. De laatste jaren wordt het festival in toenemende mate geclaimd door de gayscene. Er worden speciale gay-playbackshows met Eurovisie-liedjes gehouden, Willeke Alberti is uitgekozen tot de gay-queen van het vorige jaar, en een jaar daarvoor werd een Israelische travestiet uitgezonden naar het festival om mee te dingen voor de Europese hoofdprijs. En wat nooit gebeurd was, gebeurde: er werd geen tegenkandidaat gevonden, hij kreeg de meeste stemmen. De heterozangers en -zangeressen konden na 15 jaar het veld ruimen.
Verkiezingen zijn dus niet alleen het instrument van culturele vernauwing maar ook van culturele vernieuwing, al zal het nog wel enige tijd duren voor het voltallige bestuur van de suikercooperatie zal bestaan uit nichten.

Rinus VermuŽ is filosoof en biologisch boer

2 / Laatst gewijzigd: 02-Sep-2006

Rinus VermuŽ