Ich bin ein Kugelempfänger

door Rinus Vermuë

(1 september 2002)

Geschokt was ik, op mijn rondjes over het land, luisterend naar de trekkerradio. Niet vanwege de bonken klei waarover ik stuiterde maar door het programma dat ik hoorde. In wat voor ongenuanceerde primitieve samenleving ben ik nu terechtgekomen?

plaatje Het was een van die tegenwoordig populaire interactieve programma’s waarin het duisterste van de mens wordt aangeboord, waarin de luisteraar zijn benepenste particuliere stamtafelgemopper extrapoleert tot wereldwaarheid en deze door de ether mag slingeren, waarin de bedenkelijke staat der Nederlanden het eerst en het vreeswekkendst tot uiting komt. Het programma heet Standpunt.nl, of iets dergelijks. Het geeft luisteraars de mogelijkheid te reageren op een stelling, terwijl een deskundige in de studio objectiviteit probeert te simuleren.
Het onderhavige thema betrof de staking van het grondpersoneel van Schiphol. Stelling: de stakers zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de inkomstenderving van het bedrijf en de voortvloeiende schadeclaims. Een woordvoerder van de Schipholdirektie mocht het vuurtje aanwakkeren.

Geschokt was ik, niet omdat 100 % van de bellende en sms-ende luisteraars vonden dat de stakers uit eigen zak moesten betalen voor geleden omzetverlies, maar vanwege de schuimbekkende reacties, de van verontwaardiging trillende stemmen. ‘De vervuiler betaalt’, riepen ze, ‘onschuldige reizigers zijn de dupe’, ‘al moeten ze hun huis verkopen, ze zullen ervoor opdraaien…’ Niet te geloven.
Ik moest denken aan de verbijsterende kortzichtigheid waarmee men de schuldigen van de onschuldigen denkt te kunnen scheiden, in een van schandalige overvloed dichtslibbend Nederland. De echte slachtoffers zitten heel ergens anders.

Ik moest ook denken aan het, onlangs verfilmde, gevangenisexperiment van Stanford, waarin proefpersonen, de ‘bewakers’, op alle manieren falende ‘gevangenen’ mochten straffen, daarbij aangevuurd door ‘deskundigen’ in witte jassen.
En ik moest denken in welke cultuur we nu weer belanden. Van de graaicultuur van Lubbers via de achterkamertjescultuur onder Paars schieten we nu ineens door naar de wraakcultuur. Geschillen wenst men niet meer bij te leggen met overleg en compromis maar met ressentiment en represailles.

De uitzending staat niet op zichzelf. Steeds meer kom ik dat ‘we-zullen-ze-’s-een-lesje-leren’ tegen. Hoeveel mensen zouden al kogels of zelfs doorgeladen pistolen ontvangen hebben als ‘lesje’? Melkert, Rijkaard, Kessler, ik houd het al niet meer bij. LPF-woordvoerster Ines Scheffers wilde de behandelend geneesheer van haar zwager een lesje leren en rijmelde naar minister Bomhoff: ‘Meneer Bomhoff doe hier alsjeblieft wat aan, pak Hornblas aan’ (zelfs de Muzen laten het tegenwoordig afweten). Het is een op rijm gestelde kogel, die qua intentie echter nauwelijks onderdoet voor een echte. Van LPF-minister Nawijn moeten wetsovertredende allochtonen terug naar hun ‘eigen’ land, ook al wacht hen daar de kogel. Meedrijvend op de trend beginnen boeren een handtekeningenactie tegen biologische collega’s. Ja, ik kan met recht zeggen: ‘Ich bin ein Kugelempfänger’.

Ik hoop dat het met die ressentimentscultuur niet zo’n vaart zal lopen, maar ik bevind me helaas in goed gezelschap. In de Volkskrant-glossy (24 aug) zag ik Freek de Jonge, in zijn rol van duider van de tijdgeest, een analyse geven van De Nieuwe Rancune: In de beweging Fortuyn, zoals hij de nieuwe cultuurdragers kortheidshalve noemt, ‘hebben twee uitersten elkaar gevonden: De gegoede burgerij die geen aansluiting heeft bij de intellectuele en politieke elite, en de onderklasse die zijn frustratie over het niet behalen van een bepaalde status afwentelt op allochtonen en asielzoekers’*). Dat klinkt niet erg hoopvol voor het intellectuele debat. Waarschijnlijker is het dat moeizaam bereikte akkoorden over waar het heen moet met Nederland zullen sneuvelen onder het daverende gelijk van de stamtafel.

Voor het Stanford-experiment (1971) had professor Zimbardo twee weken uitgetrokken, maar omdat het volledig uit de hand liep, (ouders riepen er advocaten bij), blies hij het na zes dagen af. De ‘bewakers’ maakten zich schuldig aan de diepste vernedering en het psychologisch kapot maken van de ‘gevangenen’. Achteraf was het grootste bezwaar tegen Zimbardo’s opzet dat de witte jassen de persoonlijke afwegingen van de proefpersonen te zeer beïnvloedden. O, behoedt ons voor een al te vruchtbaar samengaan van een effectbeluste a-intellectuele ‘deskundige’ en het laagste uit de mens. Anders moet ook bij dit democratische experiment gauw de stekker eruit.



*) Een vriend van me noteerde een illustrerend interview op AT5: ‘Waarom bent u zo voor Fortuyn?’ ‘Omdat hij zegt wat ik denk.’ ‘Wat denkt u dan?’ ‘Nou, wat hij zegt.’

Rinus Vermuë is filosoof en biologisch boer

18

Rinus Vermuë