Ontelbare opvattingen van vrijheid

door Rinus Vermuë

(1 april 2002)

De eerste toespraak van Bush na de aanslagen van 11 september stond bol van de simpele oneliners. Niet alleen omdat de flux de Bush een zin met een bijzin niet zonder stotteren kan verstouwen, maar ook omdat een aangeslagen volk geen wijdlopigheid verdraagt. Een van die oneliners is in mijn hoofd blijven rondzingen: ‘freedom itself was attacked this morning’. Hij trok een gezicht alsof hij het over het nuttigen van een zoutje had, maar de vraag was natuurlijk: over welke vrijheid sprak Bush?

plaatje Er bestaan ontelbare opvattingen van vrijheid. Door de vrijheidsbomen ziet men het bos niet meer. Natuurlijke vrijheid, positieve vrijheid, negatieve vrijheid, ascetische vrijheid… De laatste vrijheid is eenvoudig als je arm bent. In plaats van te haken naar luxe waar je toch geen geld voor hebt, kan je die luxe net zo goed als iets onzinnigs (of als niet-eksistent, bij de Boeddhisten) afzweren. Deze leefregel komt het best tot uiting in de soefi-spreuk ‘vrijheid is de afwezigheid van keuze’, maar valt ook te bespeuren in Janis Joplins ‘freedom’s just another word for nothing left to loose’. Als je maar zorgt dat je niets (te kiezen) hebt, kan je je ook nergens aan hechten. Dat is pas vrijheid. Je zou kunnen zeggen dat dit ‘vrijheid van verlangen’ is, een vrijheid die door de aanhangers zelf graag absoluut wordt genoemd.

Zoals Rousseau al zei, ging het mis bij de eerste mens die paaltjes rond een stukje grond zette en riep: ‘dit is van mij’. Hiermee kwam een eind aan de natuurlijke vrijheid om onze verlangens te bevredigen naar het ons uitkomt. Om dit verlies te boven te komen, kiest Rousseau niet voor onthechting. Volgens hem moeten we nu onze rede inschakelen om tot regels te komen waardoor we opnieuw vrij kunnen worden. Het is een vrijheid die gerelateerd is aan regels, door Isaiah Berlin in zijn befaamde opstel Twee opvattingen van vrijheid ‘positieve vrijheid’ genoemd.

Wat hier nu precies vrij aan is, heb ik nooit begrepen, totdat ik een vrij opgevoed kind sprak dat nooit een grens kreeg aangereikt. Daar sprak de natuurlijke mens van Rousseau voor wie alleen de eigen verlangens telde, en die geen rekening hield met die van anderen. Het was een stuurloos en onhandelbaar kind dat gevangen zat in de achtbaan van zijn verlangens. Terstond werd mij, ouwe lul, duidelijk dat je een kind niet vrij kan opvoeden, maar moet opvoeden tot vrijheid. Alleen wanneer iemand bepaalde regels heeft leren kennen, kan het die gehoorzamen of overschrijden. Dat is pas vrijheid, dezelfde vrijheid die (volgens christelijke en islamitische denkers) voorvloeit uit het eten van de boom van kennis van goed en kwaad.
Maar Berlin constateerde ook dat die vrijheid onder invloed van Rousseau, Marx en anderen heeft kunnen ontaarden in ‘de vrijheid tot het leiden van één voorgeschreven manier van leven’.

Zoals vaker gebeurt met begrippen die de loop van de zon volgen, wordt ook het begrip vrijheid in Amerika anders ingevuld dan op het Euraziatische continent. De meeste Amerikanen kennen de vier vrijheden die Franklin D. Roosevelt in 1941 tijdens een speech formuleerde als een catechismus. Vrijheid van spreken, vrijheid van godsdienst, vrijheid van angst en vrijheid van gebrek. Wanneer men bedenkt dat de eerste twee vooral worden geďnterpreteerd als ‘vrijheid van inmenging’, dan wordt het verschil met de Europese en Arabische vrijheid duidelijk. De Amerikaanse vrijheid is meer een vrijheid van onwenselijkheden dan een vrijheid tot zelfbepaling tegenover goed en kwaad. Het is wat Berlin de negatieve vrijheid noemde, en Bush dus ‘freedom itself’. Als zij al een ‘vrijheid tot’ is, dan is het een vrijheid tot zelfontplooiing – dondert niet hoe.

Velen vragen zich af wat die vrijheid waard is als je geen geld hebt om je te ontplooien. Zij zetten niet zozeer vraagtekens bij de bevrijding van het benarde subject, als wel bij de imperialistische trekjes die deze bevrijding aankleven. Zij zal aanvoelen als een gedwongen aanpassing aan de ‘vrijheid tot zelfontplooiing’ die de bevrijden niet willen en ook nooit kunnen betalen.
Critici en have-nots relativeren die vrijheid ook anderszins. Zo zei media-activist Kalle Lasn onlangs in een Volkskrant-interview: ‘Honderden miljoenen mensen kijken vier tot vijf uur tv per dag. In het weekend rijden ze naar de mall om de dingen te kopen die de tv ze opdraagt te kopen. Is dat vrijheid? Nee, dat is verdoving zoals in Brave New World’. Bijna hetzelfde hoorde ik een moslim-arabier zeggen in een tv-documentaire.

Terwijl Berlin een tegenstelling tussen de negatieve vrijheidsopvatting van het vrije Westen en de positieve vrijheidsopvatting van het communisme constateerde, is er nu, 13 jaar na de val van de Muur, een nieuwe muur te slechten. Het is de vraag of dat met een bombardement van vrije geluiden ŕ la Radio Free Europe gaat lukken. De vrijheid heeft in de voormalige communistische landen nog lang niet iedereen bereikt, hoezeer de Amerikanen de overwinning van het kapitalisme ook proclameren. Ik denk dan ook niet dat ‘freedom itself’ net zo’n makkelijk exportartikel is als in de twintigste eeuw. Waarschijnlijk moet er veel geld bij.

Rinus Vermuë is filosoof en biologisch boer

15

Rinus Vermuë