De omkeertruc van de commissie Terlouw

door Rinus Vermuë

(1 januari 2002)

‘Principiële en ethische bezwaren kwamen nauwelijks naar voren’, zei Jan Terlouw bij de presentatie van het eindrapport over het publieksdebat over voedsel en biotechnologie. Is dat zo? Ik heb het rapport er eens op nagelezen, en geconcludeerd dat genoemde bezwaren niet naar voren mochten komen, maar dat ze, als je goed leest, wel degelijk zijn geventileerd.

plaatje Aan de wetenschappers heeft het deze keer niet gelegen. Ze geven aan dat ingebouwde toxinen toch schadelijk kunnen zijn voor nuttige organismen, maar dat er veel kennislacunes zijn, zowel voor wat betreft de mee- als de tegenvallers ten aanzien van milieu. Wel erkennen ze dat genen kunnen overwaaien naar de omgeving en aldaar wilde soortgenoten genetisch kunnen verdringen. Het geval van de Mexicaanse maďs die over honderden kilometers door transgene maďs besmet bleek, vermeld in Nature van begin december, wordt nog net door het rapport meegenomen. Het zijn berichten die manen tot voorzichtigheid, en volgens het rapport wil het publiek dan ook alleen gentechnologie accepteren wanneer omgeving en gezondheid gegarandeerd gevrijwaard blijven van onomkeerbare bijeffecten.

De vraag is natuurlijk hoe men garanties kan eisen zonder bepaalde principes (door Terlouw niet aangetroffen). Lees mee: http://www.etenengenen.nl/files/eindrapport.pdf.
Het rapport zet ‘principiële of ethische bezwaren’ tegenover utiliteitsoverwegingen. Utiliteitsoverwegingen houden in dat men vindt dat Nut en Noodzaak aanzienlijk én bewezen moeten zijn – alleen dan is gentechnologie acceptabel. Nut en noodzaak zouden kunnen zijn: het lenigen van de wereldhonger, het bestrijden van gebreks- of welvaartsziekten, het verminderen van het herbicidengebruik. Publiek en deskundigen waren in dezen erg sceptisch, maar mochten de voordelen bewezen worden, dan koppelt men aan de toepassing direct de vraag naar het risico voor gezondheid en natuurlijke omgeving. Bestaat dat risico, dan ‘worden stevige garanties van de overheid verlangd opdat er nu geen onomkeerbare ontwikkelingen worden toegelaten’ (p.19). Op meer plaatsen in het rapport wordt op deze onomkeerbaarheid gewezen. Men uit ‘dikwijls zorgen over onomkeerbare gevolgen’ zowel met betrekking tot gezondheid (p. 9) als met betrekking tot behoud van oorspronkelijke soorten (p. 12). Men vreest ‘onomkeerbare verspreiding van transgene gewassen in het milieu (p. 13) en als wilde soorten in Derde-Wereldlanden worden bedreigd, moet dan ook ‘speciale aandacht’ besteed worden aan ‘domesticatiegebieden’ om genetische vervuiling tegen te gaan (p. 15).

Hoezo geen principiële bezwaren? Me dunkt dat deze onomkeerbaarheid een principieel punt is. Als onomkeerbaarheid geen principieel punt was dan had men haar niet telkens tot de bottleneck van acceptatie gemaakt. Het is uiterst curieus dat het rapport niet in zijn conclusie erkent wat het in het debat heeft geconstateerd.

Als men de opdracht van minister Brinkhorst naleest, is de omissie echter volledig te begrijpen. De opdracht die de minister aan de commissie-Terlouw meegaf was: onderzoek onder welke voorwaarden de burger biotechnologie kan accepteren. Met andere woorden, de minister heeft al ‘ja’ voorgezet, en het volk mag het ‘mits’ inkoppen. Gegeven deze richtlijn kunnen inderdaad geen principiële bezwaren meer te berde gebracht worden, omdat een principieel bezwaar immers een ‘nee’ veronderstelt. Dan wordt een potentiële uitslag van het debat ‘nee, tenzij’, en dat valt buiten de opdracht. Er was Terlouw gevraagd de puntjes in te vullen na ‘ja, mits…’ en niet na ‘nee, tenzij…’.

Zijn er nu ook formuleringen in het eindrapport die erop wijzen dat mededebattanten een ‘nee’ hebben geuit dat door een ingenieuze herschrijving tot een ‘ja, mits’ is teruggebracht?
Ik vond een duidelijke aanwijzing in die richting, over het principe van de onomkeerbaarheid. Natuur- of milieuschade speelde geen hoofdrol, maar ‘wel klinkt sterk door dat men hecht aan het behoud van oorspronkelijke soorten. Enerzijds om keuzevrijheid blijvend mogelijk te laten zijn en anderzijds om de toepassing van gentechnologie “omkeerbaar” te houden. Zou deze omkeerbaarheid niet gegarandeerd kunnen worden, dan maar liever geen gentechnologie’ (p. 12).
Uit de laatste zin is de propositie te beluisteren: ‘geen gentechnologie, als omkeerbaarheid niet gegarandeerd kan worden’. Dat klinkt duidelijk als een ‘nee, tenzij’. Maar let eens op het woordje ‘omkeerbaar’. In de scheikunde wordt dat woord gebruikt voor een reactie die twee kanten op kan, bijvoorbeeld de oplossing van keukenzout in water. Keukenzout ‘verdwijnt’ in water, maar kan via indamping weer verkregen worden. Volgens het rapport zijn er dus veel mensen geweest die beweerd zouden hebben: ‘Ja, biotechnologie mag, en dat mag ook een paar zeldzame planten kosten, mits zij later maar wel weer uit die genen tot leven gewekt kunnen worden’.
Dit nu lijkt mij een zeer tegen-intuďtieve suggestie. Ik ben er natuurlijk niet bij geweest, maar ik denk dat de meeste mensen gezegd zullen hebben ‘als gentechnologie onomkeerbaar is, dan niet’. Of: ‘als daarmee zeldzame soorten verdwijnen, dan liever niet’. De laatste zin uit het citaat zegt dat ook expliciet, en ook de overige citaten uit het rapport spreken van (vrees voor) onomkeerbaarheid, en niet van de wens tot omkeerbaarheid. Dat gerommel met het woord (on)omkeerbaarheid bewijst dat men alle zeilen bij moest zetten om een ‘nee, tenzij’ uit de formuleringen weg te houden. Men heeft daartoe de intuďtie-volgende denkwijze, volgens welke wij geneigd zijn zeldzame zaken te behouden, op zijn kop gezet, en ervan gemaakt dat wij zeldzame zaken graag uit de brokstukken bij elkaar lijmen.

De landbouwminister kirde bij ontvangst ‘Als we nut en noodzaak duidelijk kunnen maken zou Nederland de kloof tussen de VS en Europa kunnen dichten’. Nu denk ik dat onze Brink met welk rapport dan ook kraalogend zijn horst had afgeveegd, maar als hij zo zijn gelijk haalt, is de kloof tussen overheid en burger (die de commissie-Terlouw ook signaleert) weer flink groter geworden.

Rinus Vermuë is filosoof en biologisch boer

13 / Laatst gewijzigd: 02-Sep-2006

Rinus Vermuë