Natuurverschijnselen
Een onderzoek

Lucius Annaeus Seneca

Aardbevingen, donder en bliksem, meteoren en kometen, wolken, water en wind: voor ons veelal onbegrijpelijk en soms beangstigend, dus zeker voor mensen in de Oudheid. Zoals het een antieke filosoof betaamde analyseerde Seneca (ca 4 v.Chr. Ė 65 n.Chr.) soms op grond van waarnemingen, maar meestal van achter zijn schrijftafel de verschijnselen en kwam tot conclusies over hun ontstaan die soms verrassend dicht komen bij wat de huidige wetenschap erover te melden heeft.

Binnen het omvangrijke werk van Seneca, dat zich vooral richt op ethische kwesties (ook in dit boek vindt hij toch nog ruimte voor enkele moralistische uitweidingen), neemt Natuurverschijnselen een bijzondere plaats in. Het is vrijwel het enige bewaard gebleven werk over dit onderwerp dat ons uitvoerig informeert over de opvattingen van de antieke stoÔcijnen over deze natuurverschijnselen, en vormt met de eveneens bewaarde Meteorologica van Aristoteles, waarnaar Seneca regelmatig verwijst, een belangrijke bron van informatie over deze tak van wetenschap. Daarnaast maakt het met regelmaat melding van ideeŽn van anders georiŽnteerde filosofen wier werken vaak in de loop der tijd verloren zijn gegaan.
Seneca heeft het werk op hoge leeftijd geschreven. Na de dood van zijn collega Burrus (ze hadden samen Nero sinds zijn jeugd opgeleid en hem tijdens diens eerste regeringsjaren als politieke adviseurs terzijde gestaan) trok hij zich in 62 terug van het politieke toneel om zich volledig aan de filosofie en het schrijven te wijden. Nero liet zich allang steeds minder gelegen liggen aan zijn adviezen en verdacht hem op een gegeven moment zelfs van deelname aan een samenzwering tegen hem. Uiteindelijk dwong hij Seneca zich zelf te doden.

877

Natuurverschijnselen

Natuurverschijnselen
Een onderzoek

Lucius Annaeus Seneca
(Vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door John Nagelkerken)

 

jan 2009, Uitgeverij Damon
ISBN: 9789055739295
240 pagina's, Gebonden