De esthetische revolutie in Duitsland 1750-1950

Meindert Evers

Meindert Evers wil niet in de laatste plaats het cliché-beeld van Duitsland als land van de romantische maar wereldvreemde 'dichters en denkers', weerleggen.

In Duitsland heeft vanaf circa 1750 niet een politieke, maar een esthetische revolutie plaats. De esthetische mens wordt hier geboren. Het primaat van de schoonheid wordt hier geproclameerd, want pas de Schoonheid leidt tot de Vrijheid. Aan het begin van de omwenteling staat J.J.Winckelmann. In de romantische beweging, in dichters als Schiller, Kleist en Hölderlin baant zich deze esthetische revolutie, die Heine als een van de eerste critiseert, een weg. Sinds Heine is de kritiek op de esthetische revolutie, waarvan hier het goed recht wordt betoogd, niet meer verstomd.

De esthetische revolte, die zich verzet tegen de rationalisering en mechanisering van ons wereldbeeld, culmineert in het werk van Nietzsche. Nietzsche, die zich in dit opzicht de erfgenaam van Wagner beschouwt, onderneemt in de naam van de god Dionysus, in naam van de kunst, een kruistocht tegen de joods-christelijke moraal. "Wij hebben de kunst om niet aan de waarheid ten gronde te gaan". Zijn 'evangelie van de kunst' zal in de 'Jugendstil' en het expressionisme op grote resonantie stuiten.

Maar het esthetische ideaal wil zich belichamen, wil zich politiseren. Reeds Nietzsches 'Übermensch' verlangde naar een aardse vorm. Uit de esthetische revolutie wordt in de jaren twintig en dertig een conservatieve, tot een Duitse revolutie (Stefan George, Oswald Spengler, Gottfried Benn). Deze mislukt jammerlijk.

Is door de gebeurtenissen in de jaren dertig en veertig de esthetische optiek gediscrediteerd, zoals Thomas Mann meent? Gottfried Benn en Max Beckmann laten zien dat de moderne tijd alleen door een esthetische revolutie te rechtvaardigen is. Zij belijden dat in een tijd waarin God-dood-is, de esthetische optiek het enige middel is dat de moderne mens overblijft. Hebben zij gelijk? In de epiloog wordt geprobeerd een antwoord te vinden op deze vraag, die na het verschijnen van Martin Walsers omstreden roman 'Ein springender Brunnen' niets aan actualiteit heeft verloren.

In Duitsland heeft vanaf circa 1750 niet een politieke, maar een esthetische revolutie plaats. De esthetische mens wordt hier geboren. Het primaat van de schoonheid wordt hier geproclameerd, want pas de Schoonheid leidt tot de Vrijheid. Aan het begin van de omwenteling staat J.J.Winckelmann. In de romantische beweging, in dichters als Schiller, Kleist en Hölderlin baant zich deze esthetische revolutie, die Heine als een van de eerste critiseert, een weg. Sinds Heine is de kritiek op de esthetische revolutie, waarvan hier het goed recht wordt betoogd, niet meer verstomd.

De esthetische revolte, die zich verzet tegen de rationalisering en mechanisering van ons wereldbeeld, culmineert in het werk van Nietzsche. Nietzsche, die zich in dit opzicht de erfgenaam van Wagner beschouwt, onderneemt in de naam van de god Dionysus, in naam van de kunst, een kruistocht tegen de joods-christelijke moraal. "Wij hebben de kunst om niet aan de waarheid ten gronde te gaan". Zijn 'evangelie van de kunst' zal in de 'Jugendstil' en het expressionisme op grote resonantie stuiten.

Maar het esthetische ideaal wil zich belichamen, wil zich politiseren. Reeds Nietzsches 'Übermensch' verlangde naar een aardse vorm. Uit de esthetische revolutie wordt in de jaren twintig en dertig een conservatieve, tot een Duitse revolutie (Stefan George, Oswald Spengler, Gottfried Benn). Deze mislukt jammerlijk.

Is door de gebeurtenissen in de jaren dertig en veertig de esthetische optiek gediscrediteerd, zoals Thomas Mann meent? Gottfried Benn en Max Beckmann laten zien dat de moderne tijd alleen door een esthetische revolutie te rechtvaardigen is. Zij belijden dat in een tijd waarin God-dood-is, de esthetische optiek het enige middel is dat de moderne mens overblijft. Hebben zij gelijk? In de epiloog wordt geprobeerd een antwoord te vinden op deze vraag, die na het verschijnen van Martin Walsers omstreden roman 'Ein springender Brunnen' niets aan actualiteit heeft verloren.

601

De esthetische revolutie in Duitsland 1750-1950

De esthetische revolutie in Duitsland 1750-1950

Meindert Evers

 

2004, Uitgeverij Damon
ISBN: 9789055735709
350 pagina's, Paperback