Cartesiaans geloven
Een verhandeling over het cogito ergo sum

Pim Willemsen

Met de zin cogito ergo sum (ik denk, dus ik besta) legt René Descartes (1596-1650) het fundament voor zijn wetenschappelijk bouwwerk. De Cartesiaanse wetenschap sluit aan bij de in die eeuw opkomende mechanistische en op de wiskunde gestoelde moderne natuurwetenschap, die tot op de dag van vandaag ons wereldbeeld bepaalt. Dit boek laat echter zien dat Descartes' denken verre van kil of onpersoonlijk is.

Zijn hoofdwerk draagt het woord 'meditaties' in de titel en vraagt uitdrukkelijk om een persoonlijk betrokken lezer. Zijn kijk op wetenschap heeft een sterk existentieel karakter: vrijheid, eigen verantwoordelijkheid en innerlijke kracht staan centraal.

Bovendien gaat aan zijn wetenschappelijk zoeken een individuele bekering vooraf. Nauwkeurige lezing van Descartes' Meditaties maakt duidelijk dat in zijn denken een heel eigen vorm van geloven werkzaam is. Juist het befaamde twijfel-experiment, tijdens welke Descartes en zijn lezer van niets meer zeker zijn en ze betwijfelen of God en de wereld bestaan, wordt gedragen door de kracht en de zekerheid van een Cartesiaans geloven.

Cogito ergo sum, het beroemdste oordeel uit de filosofie-geschiedenis, blijkt meer leven te veronderstellen dan in eerste instantie lijkt.

581

Cartesiaans geloven

Cartesiaans geloven
Een verhandeling over het cogito ergo sum

Pim Willemsen

 

2000, Uitgeverij Damon
ISBN: 9789055731061
96 pagina's, Gebonden