Kritiek van de despotische rede
Essays over de 'Dialectiek van de Verlichting'

Koen Booy & Arthur Cools (red.)

In de 'Dialectiek van de Verlichting' stellen Horkheimer en Adorno zich ten doel het inzicht te ontwikkelen waarom de Verlichting is uitgemond in haar tegendeel, de barbarij. Zij verdedigen de stelling dat de oorsprong van die omslag in het begrip 'Verlichting' zelf moet worden gezocht: de 'Verlichting' vernietigt zichzelf omdat ze zich van meet af aan gerealiseerd heeft als een instrument om te beheersen en te onderwerpen.

De radicaliteit van deze kritiek moet natuurlijk begrepen worden in het licht van de context waarin Horkheimer en Adorno haar hebben neergeschreven: anno 1942 zegeviert in Europa het fascisme en is een begin gemaakt met de systematische uitmoording van het joodse volk. Toch houden Horkheimer en Adorno ook na de oorlog vast aan de stelling die ze in hun boek verdedigen.
Maar laat hun stelling wel voldoende recht wedervaren aan de tweeslachtige verhouding die de Verlichting heeft tot de macht? Wie zich die vraag meer dan vijftig jaar na de publicatie van de 'Dialectiek van de Verlichting' stelt, in een historische context die ondertussen complexer is geworden, kan niet voorbijgaan aan recente gebeurtenissen en maatschappelijke ontwikkelingen waarvoor de pessimistische analyse van Horkheimer en Adorno nog steeds relevant is. Zelfs wanneer de centrale stelling van hun boek aanvechtbaar blijkt, hebben ze de verdienste de intrinsieke verwevenheid van kennis en macht aan het licht te hebben gebracht. Ze hebben daarmee de basis gelegd voor het inzicht dat in de hedendaagse kennismaatschappij maatschappijkritiek onlosmakelijk verbonden is met kenniskritiek en omgekeerd.
Uitgaande van deze actualiteit gaan vijf auteurs in vijf bijdragen dieper in op de verschillende fragmenten van de 'Dialectiek van de Verlichting'.

35

Kritiek van de despotische rede
Essays over de 'Dialectiek van de Verlichting'

Koen Booy & Arthur Cools (red.)

 

1999, Acco
ISBN: 9789033443596
143 pagina's, Paperback