Honger van de geest

Hans Dijkhuis

Hoe werkt de menselijke geest? Bijna alle grote filosofen hebben zich met deze vraag beziggehouden. Zij waren ook uitstekende psychologen en hun bevindingen zijn nog altijd actueel. De menselijke geest is vaak voorgesteld als een soort kennismachine, een werktuig in dienst van het lichamelijke leven. Van oudsher hebben filosofen de geest echter ook een `eigen leven' en een eigen levensbehoefte toebedacht.

Leefde bij Plato en Augustinus nog de opvatting dat alleen ware, metafysische kennis de honger van de geest kan stillen, vanaf Kant komt vooral de eigen onrust van de geest sterk in het vizier. Bezigheid zonder meer, ongeacht de resultaten, wordt het ware element van de geest. De zeventiende-eeuwse filosofen komen ook tot het inzicht dat denken, de eigenlijke bezigheid van de geest, geen ge´soleerd proces is, maar diepgaand wordt be´nvloed door gevoelens van pijn en genot, door de wil en de passies. Bovendien krijgen ze oog voor alledaagse geestelijke fenomenen, die tot dan toe aan de wijsgerige aandacht waren ontsnapt. Ze ontdekken het mijmeren, een `zwervende', niet op kennis gerichte manier van denken. Ze ontdekken ook de verveling, de kwelling waaraan de geest ten prooi valt als hij niets te doen heeft. Hans Dijkhuis laat overtuigend zien dat juist het verschijnsel van de verveling erop duidt dat de menselijke geest als het ware een `eigen leven' leidt naast het lichamelijke leven: zoals het lichaam behoefte heeft aan voedsel en drank, heeft de geest behoefte aan beweging, aan de voortdurende toevoer van gedachten die hem bezig kunnen houden.

Zie ook van deze auteur De machtige filosoof (2007).

204

Honger van de geest

Honger van de geest

Hans Dijkhuis

 

2003, Uitgeverij Boom
ISBN: 9789053529416
176 pagina's, Ingenaaid