De kunst van een onmogelijk genot
Klinische antropologie van de hysterie bij Freud en Lacan

Philippe van Haute & Tomas Geyskens

Hoe gek is de mens en wat leert die gekte ons over wie en wat we zijn?
Wat heet ‘normaal’ en kunnen we daar van genezen?
En waarom zou een filosoof zich in psychiatrie interesseren?

De verschillende psychopathologische syndromen tonen op een uitvergrote en karikaturale wijze de basisstructuren van het menselijk bestaan, die ook bepalend zijn voor de hoogste vormen van de cultuur. Dit is het credo van Freuds antropologie. Freud, en later Lacan, werkt dit inzicht voor het eerst uit in verband met de hysterie (in haar relatie tot de literatuur). Dit boek onderzoekt de wijsgerige betekenis van deze these bij Freud en Lacan. Het laat zien hoe de uitwerking ervan ons dwingt een niet-oedipale psychoanalytische antropologie te bedenken.

”Zo heb ik jullie eens een zeer bondige formule gegeven die de achtereenvolgende mechanismen van de hysterie, de dwangneurose en de paranoia, in verband brengt met drie termen van sublimering: de kunst, de religie en de wetenschap” (Lacan 1959-60). Ook al lijkt Lacan hier de paranoia met de wetenschap in plaats van met de wijsbe geerte te verbinden, het gaat hem eerder om een diepe verwantschap tussen beide. De paranoia is volgens Lacan de karikaturale uitvergroting van het verlangen naar een totale transparantie dat zowel de wijsbe geerte – Lacan denkt hier ongetwijfeld aan Hegel –, als de wetenschap kenmerkt. De wetenschap verliest zo haar uitzonderingspositie: de mens is wezenlijk en onherroepelijk een ziek dier.

1189

De kunst van een onmogelijk genot

De kunst van een onmogelijk genot
Klinische antropologie van de hysterie bij Freud en Lacan

Philippe van Haute & Tomas Geyskens

 

dec 2010, Uitgeverij IJzer
ISBN: 9789086840656
196 pagina's, Paperback