Als van hooger bestemming en aart
Het sublieme in de Nederlanden

Bilderdijk, Kinker & Van Hemert

Aan het begin van de negentiende eeuw was het sublieme – de esthetische ervaring, die ook wel als het huiveringwekkend genot omschreven is – onderwerp van verhitte debatten in met name Engeland, Duitsland en Frankrijk. In Nederland bleef dat debat niet onopgemerkt en verscheen eveneens een aantal belangwekkende beschouwingen over het sublieme. Als van hooger bestemming en aart bundelt de drie belangrijkste Nederlandstalige teksten.

De Redevoering over het verhevene (1804) van de filosoof Paulus van Hemert (1756-1825) is geïnspireerd door de filosofie van misschien wel de grootste denker over het sublieme, Immanuel Kant. In Iets over het schoone (1823) brengt de dichter Johannes Kinker (1764-1845) deze verheven filosofie op een nog hoger plan in zijn ontwikkeling van een nieuwe, unieke vorm van esthetisch idealisme. Dé figuur van de vroeg-negentiende-eeuwse letteren, Willem Bilderdijk (1756-1831), keert zich in zijn Gedachten over het verhevene (1821) resoluut af van al deze nieuwlichterij en grijpt, op eigen onnavolgbare wijze terug op de oertekst van het verhevene: Longinus’ traktaat over Het sublieme.

Het uitvoerige en meeslepende nawoord van Piet Gerbrandy laat niet alleen met Bilderdijk zien dat de dichter zijn emoties een 'lichaam' moet geven, maar zeker dat het sublieme ook in de een-en-twintigste eeuw een heftig levend verschijnsel is in de Nederlandse letteren.

Als van hooger bestemming en aart is samengesteld en ingeleid door Christophe Madelein en Jürgen Pieters.

Dit is het veertiende deel in de serie Filosofie & Retorica onder redactie van Keimpe Algra, Jeroen Bons, Wessel Krul, Marc van der Poel en Theo Verbeek.

1099

Als van hooger bestemming en aart

Als van hooger bestemming en aart
Het sublieme in de Nederlanden

Bilderdijk, Kinker & Van Hemert

 

apr 2008, Historische Uitgeverij
ISBN: 9789065544438
252 pagina's, Gebonden