Felix & Sofie op dinsdag 17 mei 2016

Hegel: totalitair of bescheiden?

Vermoedelijk bestaat er geen filosoof over wie de opvattingen zo sterk uiteen lopen als Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770 – 1831). Hegel is gebombardeerd tot metafysicus aller metafysici én voorloper van de anti-metafysica, tot godsdienstfanaat én oorspronkelijk aankondiger (nog vóór Nietzsche) van de dood van God, tot oer-teleoloog én denker van historische contingentie.

Enerzijds wordt Hegel bewonderd om de omvang en diepte van zijn denken, waarin werkelijk voor alles ruimte lijkt te zijn. Anderzijds wordt juist de Hegeliaanse alles overkoepelende ‘totaliteit’ verafschuwd en zou Hegel’s denken wellicht beter af zijn zonder het ‘Absolute’.

Wat doet het meest recht aan het Hegeliaans denken? In een van Hegel’s belangrijkste werken, Phänomenologie des Geistes (1807), toont Hegel hoe alle tegenstellingen binnen de Geest via een dialectische dynamiek toewerken naar het eindpunt van de ‘Absolute Geest’ waarin denken en werkelijkheid volledig versmelten. Hegel zegt het als volgt: ‘Was vernünftig ist, das ist wirklich, und was wirklich ist, das ist vernünftig’.

Dit klinkt inderdaad beangstigend absoluut. Echter als je naar de dynamiek van de dialectiek van de Geest an sich kijkt lijkt zij veel minder bedreigend. Zij is in feite een beweging die via constructieve scepsis (of ook wel zelfkritiek) tegenstellingen overbrugt. Het idee dat er vervolgens een ‘totale’ werkelijkheid verschijnt hoeft dan niet per definitie ‘absolutistisch’ begrepen te worden. Wellicht bestaat er juist een veelheid aan (oneindige) dialectische processen zonder één vast absoluut eindpunt.

De indruk dat Hegel bij uitstek een gesloten totalitair metafysisch systeem bouwt met een absoluut eindpunt dat met alle geweld bereikt moet worden, lijkt dus niet helemaal terecht. Misschien is de inzet van Hegel bescheiden en wil hij enkel enig vat krijgen op de vraag waartoe ons menselijk kennen in staat zou zijn. Maar wat is dan exact de status van het Absolute binnen zijn denken? En wat betekent het dat Hegel de dialectische ontwikkeling van de Geest bij uitstek als progressief en cumulatief lijkt te beschouwen en haar een plek geeft binnen een overkoepelend systeem? Bovendien, waarom zou het überhaupt noodzakelijk zijn om de ontwikkelingen van het denken en de werkelijkheid dialectisch in termen van opposities te begrijpen?

Aan de hand van deze vragen zal Felix & Sofie tijdens deze avond het werk van de om zijn complexiteit vervloekte en bewierookte Hegel onder handen nemen. De editie richt zich op de spanning tussen het ‘totalitaire’ of pretentieuze tegenover het sceptische of bescheiden karakter van Hegel’s denken. De Hegeliaanse dialectiek zal hierin centraal staan: het denken dat zich voltrekt via these en antithese en ontwikkelt tot een hoger plan in de synthese, die op zijn beurt weer met een nieuwe antithese wordt geconfronteerd, en zo verder. Samen met één van Nederlands grootste Hegel-autoriteiten, Gerrit Steunebrink, en de op (onder andere) Hegel gepromoveerde filosoof Johan de Jong, hopen we tijdens deze editie een antwoord te kunnen geven op de vraag wat het vandaag de dag kan betekenen om met Hegel (dialectisch) te denken.

Programma:

20:00 - Inleiding
20:10 – Lezing Gerrit Steunebrink met Q&A
20:45 – Pauze
21:00 – Lezing Johan de Jong
21:30 – Panelgesprek met beide sprekers
22:00 – Einde

Over de Sprekers:

Gerrit Steunebrink:
Dr. Gerrit Steunebrink studeerde theologie en vergelijkende godsdienstwetenschap aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Hij schreef een dissertatie binnen de filosofie aan de Universiteit van Tilburg met de titel: Kunst, Utopie en Werkelijkheid. Adorno’s esthetica en metafysica tegen de achtergrond van Kant en Hegel. Hij onderwees onder andere metafysica, esthetica en filosofie van religie en cultuur aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Zijn publicaties richten zich op godsdienst, kunst, cultuur en interculturaliteit, met een bijzondere interesse in Kant, Hegel (o.a. de Hegeliaanse these van het einde van de kunst), Jaspers, Adorno en Duits Idealisme.

Johan de Jong:
Dr. Johan de Jong studeerde wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is recentelijk (juli 2015) gepromoveerd en in zijn dissertatie, genaamd ‘The Movement of Thinking’, richt hij zich op Hegel, Heidegger en Derrida. Hij geeft onder andere les over de geschiedenis van de metafysica, continentale filosofie en klassiek Duitse filosofie (en haar actualiteit) aan de Universiteit van Amsterdam. Naast de denkers waarop hij promoveerde, schrijft Johan (o.a.) over Kant, Kierkegaard en Nietzche.

Moderatie door Kasper Bockweg en Marcel Zuijderland

 



Felix & Sofie is een initiatief van de Stichting An Sich, en wordt inhoudelijk en financieel ondersteund door haar donateurs, de uitgeverijen BoomSUN en Ambo Anthos, en de Universiteit van Amsterdam. | Contactgegevens